Oppositieleidster Birma legt krans bij mausoleum

RANGOON, 19 JULI. het eerst in het openbaar verschenen sinds de opheffing van haar zes jaar durende huisarrest, vorige week maandag.

Ze had hiervoor een zeer symbolische gelegenheid uitgekozen: Suu Kyi legde bloemen bij het mausoleum van de op 19 juli 1947 vermoorde strijders voor de Birmese onafhankelijkheid, onder wie haar vader, generaal Aung San.

Slechts een kleine groep nabestaanden van de martelaren woonden de sobere plechtigheid bij, die elk jaar op deze dag wordt gehouden. Het mausoleum zou zoals gebruikelijk pas later op de dag worden opengesteld voor de rest van de bevolking. Er waren strenge veiligheidsmaatregelen genomen maar het kwam nergens tot incidenten.

Suu Kyi, die was gekleed in het zwart, legde als tweede bloemen bij het monument. Ze was voorafgegaan door de in uniform gestoken minister van cultuur. Vervolgens legden ook de andere nabestaanden bloemen. Suu Kyi wisselde enkele woorden met de bewindsman maar sprak niet met de talrijke aanwezige journalisten.

Hoewel Suu Kyi hierover geen nadere mededelingen heeft gedaan, was haar eerste optreden in het openbaar bij het mausoleum zorgvuldig gekozen. Heel bewust zond ze hiermee enkele signalen aan de bevolking en aan het militaire regime.

Ten eerste gaf ze aan dat ze de nagedachtenis van haar in het hele land nog altijd zeer vereerde vader en diens metgezellen, die in 1947 op last van een rivaal kort voor de onafhankelijkheid werden doodgeschoten, hoog houdt. Zo bevestigde ze nadrukkelijk haar patriottisme en maakte duidelijk dat de militairen van de Staatsraad voor Herstel van Wet en Orde (SLORC) daarop niet het monopolie hebben.

Tegelijkertijd gaf ze echter aan door samen met een hoge vertegenwoordiger van de SLORC bij de ceremonie te verschijnen, dat ze het bewind niet tot elke prijs wil mijden en dat er wellicht een dialoog mogelijk is, zonder dat ze zich echter op een slaafse manier aan het regime onderdanig heeft gemaakt.

Een voordeel van de ceremonie was verder dat door het besloten karakter ervan er geen grote demonstraties of drommen nieuwsgierige aanhangers hoefden te worden verwacht. Dat zou de SLORC, die zoals een diplomaat het omschreef, “hypergevoelig voor onrust” is, maar zenuwachtig hebben gemaakt.

De grote meerderheid van de bevolking is overigens nog altijd te bang voor de verspieders van de geheime dienst om haar sympathie voor Suu Kyi in het openbaar te betuigen. Sommigen vinden het ook veelbetekenend dat de geheel door de militairen gecontroleerde media nog altijd niets over haar vrijlating hebben gemeld.

Het wachten is nu op volgende stappen van zowel Suu Kyi als de SLORC. Beiden zijn zeer voorzichtig en lijken eerst het stof dat is opgewaaid door de vrijlating van de Nobelprijswinnares van 1991 te willen laten neerdalen alvorens met serieuze nieuwe initiatieven voor de dag te komen.