Onderzoek naar niet-gebruikte geneesmiddelen

DEN HAAG, 19 JULI. Patiënten gooien jaarlijks voor ongeveer 200 miljoen gulden aan medicijnen weg die ze niet meer nodig hebben. De middelen worden teruggebracht naar de apotheek, verdwijnen in de chemocar of gaan de prullebak of het riool in.

Verscheidene apothekers verzamelen teruggebrachte medicijnen voor Polen of voormalig-Joegoslavië. Jaarlijks wordt 300.000 kilo medicijnen vernietigd.

Het Tweede-Kamerlid R. Oudkerk (PvdA), zelf huisarts, verwacht dat op de niet-gebruikte geneesmiddelen tussen de 50 en 80 miljoen gulden bespaard kan worden.

De Koninklijke Maatschappij ter bevordering van de Pharmacie (KNMP) presenteerde gisteren een onderzoek naar overtollige geneesmiddelen. De Universiteit van Utrecht voerde het uit in opdracht van de KNMP, BF Pharma (farmaceutische groothandels) en Nefarma (industrie).

Nederlanders ruimen regelmatig hun medicijnkastjes op. Zo'n 75 procent van de 2.000 ondervraagden verklaarden dat zij geen overtollige medicijnen in huis hebben. Middelen die de onderzoekers wel aantroffen, zijn vooral geneesmiddelen tegen ademhalingsklachten, tegen pijn en koorts, tegen huidklachten en tegen oog-, oor- en neusproblemen. De helft van de mensen die hun geneesmiddelen bewarent, doen dit om ze eventueel later weer te gebruiken. De onderzoekers stellen, dat het terugdringen van het geneesmiddelenoverschot geen eenvoudige zaak is, omdat het verloop van een ziekteproces vaak niet goed voorspelbaar is en dus niet duidelijk is hoeveel geneesmiddelen een patiënt nodig heeft.

In vergelijking met hun buitenlandse collega's zijn Nederlandse artsen al terughoudend met voorschrijven. Ongeveer 56 procent van de patiënten verlaat hun huisarts met een recept, in vooral zuidelijke landen ligt dat percentage op bijna 90 procent.

Oudkerk denkt dat goed overleg tussen artsen en apothekers het voorschrijven van geneesmiddelen nog verder naar beneden kan brengen. “Het scheelt allicht als er minder pillen in een standaardverpakking zitten. Artsen schrijven toch gauw de hoeveelheid voor die in een doosje zit. Misschien heeft een patiënt wel minder nodig”, aldus Oudkerk.

Evenals de KNMP en de onderzoekers vindt hij dat er beter onderzocht moet worden hoe het komt dat er van het ene middel meer overblijft dan van het andere.