Greet Hofmans-affaire bij Raad van State

DEN HAAG, 19 JULI. Bij de Raad van State dient morgen een hoger beroep met als inzet de openbaarmaking van een van de belangrijkste documenten over de zogenoemde Greet Hofmans-affaire. Het gaat om een rapport dat door een commissie van drie wijze mannen onder leiding van oud-premier Beel in augustus 1956 aan minister-president Drees, koningin Juliana en prins Bernhard is uitgebracht over de verwikkelingen tijdens de constitutionele crisis. De bevindingen van de commissie vormden indertijd de aanleiding voor een grondige reorganisatie van de hofhouding.

De invloed van de Amsterdamse gebedsgenezers Hofmans op koningin Juliana was de aanleiding voor een paleisoorlog op Soestdijk, die duurde van 1948 tot 1956. De vorstin, die aanvankelijk hulp zocht voor de oogproblemen van haar jongste dochter Marijke (nu Christina), raakte in de loop van de jaren vijftig geheel in de ban van de pacifistische ideeën van Hofmans. Hofmans nam intrek in het paleis en kreeg grote invloed op Juliana en een deel van de hofhouding. Dit tot ergenis van de prins-gemaal die de toenmalige minister-president Drees verzocht om een onderzoek.

Beel, toen demissionair minister van binnenlandse zaken, vormde met oud-premier Gerbrandy en NAVO-ambassadeur Tjarda van Starkenborgh Stachouwer de commissie van wijze mannen die de affaire onderzocht. De bevindingen van het driemanschap zijn nooit in de openbaarheid gekomen. Volgens deskundigen bevindt zich in het archief van het Koninklijk Huis nog een exemplaar van het rapport. De andere exemplaren zouden op last van premier Drees zijn vernietigd.

De Brabantse historicus L.J. Giebels vermoedt echter dat de leden van de commissie een kopie van het rapport hebben gehouden. “In het archief van oud-premier Gerbrandy, bij het Algemeen Rijksarchief in Den Haag, zit een dossier dat over de affaire gaat. Maar dat mag pas na het overlijden van prinses Juliana en prins Bernhard worden geopend”, aldus Giebels die de afgelopen jaren heeft gewerkt aan een biografie over Beel. Al bijna vier jaar probeert hij inzage te krijgen in het verzegelde rapport uit de particuliere verzameling van Gerbrandy. Een verzoek tot inzage werd in 1993 door de toenmalige minister d'Ancona van WVC afgewezen. De rechtbank in Breda deed hetzelfde, omdat het stuk niet afkomstig is van een overheidsorgaan maar van een particulier.

S. Plantinga van het Algemeen Rijksarchief heeft grote bezwaren tegen het openen van de particuliere archieven. “Als we de verzegelde dossiers gaan openen, schenden we de overeenkomsten die we hebben gesloten bij het verkrijgen van deze particuliere verzamelingen.”

Plantinga ziet het niet als zijn taak particuliere archieven, die vooralsnog zijn gesloten, te controleren op de aanwezigheid van overheidsstukken. “Ministeries moeten zelf de verantwoordelijkheid dragen en opletten of bewindslieden geen overheidsstukken meenemen. Dat gebeurt op dit moment nauwelijks. Zo kon Luns bij zijn vertrek van Buitenlandse Zaken twaalf kisten archief meenemen, zonder dat iemand hem daarop aansprak.”