Gedachten voor later

Stellen we ons realistisch voor dat we generaal Mladic en leider Karadzic zijn en ons heeft het bericht bereikt dat de internationale gemeenschap zich nu opmaakt om Gorazde en Sarajevo te verdedigen. Zullen we dan, terwijl Srebrenica geklaard is en de aanval op Zepa volgens plan verloopt, terwijl de Verenigde Naties zelfs nu al hun hulp bij de etnische schoonmaak hebben aangeboden (voorbarig want we moeten eerst zelf nog de strijdbare mannen eruit halen - daar kan men ons geen ongelijk in geven), en we tenslotte in het comfortabele bezit zijn van honderden gijzelaars, zullen we ons onder deze omstandigheden iets van de internationale gemeenschap aantrekken? Bovendien hoeft niemand ons de internationale gemeenschap te leren kennen. We laten ons de buitenlandse kranten brengen en zetten CNN aan. Alles wat we lezen, zien en horen is ons al van drie jaar geleden bekend.

We herinneren ons die grote crisis, toen een domme kampcommandant iemand van de westelijke televisie had toegelaten tot vlakbij het prikkeldraad van een kamp. De vastberadenheid die de internationale gemeenschap daarna aan de dag legde heeft ons een ogenblik onder de indruk gebracht, maar die tijd is voorbij. In het Westen maken ze met dezelfde argumenten nog evenveel ruzie als toen, en mochten ze het eens worden over wat ze daar nog steeds 'interventie' noemen dan hebben we nog altijd Kozyrev en Newt Gingrich om er op het nippertje een stokje voor te steken. Misschien, als we Zepa hebben, zullen we ons een paar maanden betrekkelijk rustig houden, maar militant genoeg: precies dat evenwicht waardoor we de blauwhelmen zowel de gelegenheid als de reden tot de aftocht geven. Daarna nemen we Gorazde in en bouwen een muur dwars door Sarajevo. Dat hoeft wat ons betreft niet zo lang meer te duren. Binnen een jaar kan het allemaal achter de rug zijn.

Over de manier waarop generaals en politici denken en redeneren maakt de burgerij die alles volgt zich vaak teveel illusies. Beter is het als we ons alles zo eenvoudig mogelijk voorstellen. Dat leren de verslagen van historische conferenties. Gegeven de ervaringen van de afgelopen vier jaar ligt het voor de hand dat de leiders van Bosnisch Servië in ieder geval bij benadering de overwegingen zullen hebben, die ik hierboven heb opgeschreven. En het is ook niet volstrekt onwaarschijnlijk dat ze gelijk zullen krijgen. Want strikt militair gesproken is het vermoedelijk onzinnig, tegen een zegevierend leger twee steden te verdedigen, verhoudingsgewijs enorme enclaves die om in leven te blijven een permanente transfusiedienst nodig zullen hebben. Wat dat aangaat zullen ze enigszins te vergelijken zijn met West-Berlijn in de Koude Oorlog. Het verschil is dan dat West-Berlijn het symbool was van westelijke vastberadenheid en bovendien zijn functie had als de 'etalage van het Westen'. Gorazde en Sarajevo zouden niet verdedigd worden tegen een universele aartsvijand (die de Sovjet Unie was) door een hecht verenigd bondgenootschap (toen de NAVO). Die twee steden zouden na zekere tijd op zijn hoogst luizen in de pels van een lastig landje zijn. Ze zouden de restbewijzen zijn van het westers humanitair gevoel en politiek fatsoen. Hun verdedigers zouden er genoeg van krijgen, nog meer dan ze nu al hebben.

Met andere woorden: we moeten er hoe langer hoe meer rekening mee houden dat Bosnisch Servië zich zal vestigen als de zelfstandige staat volgens het ontwerp van Karadzic en de zijnen. Dat zal om te beginnen een staat zijn, gevestigd aan een zee van haat, en bovendien voor geruime tijd geïsoleerd van de moderne wereld. De president wordt gezocht als oorlogsmisdadiger, zijn legercommandant is een nazaat van Attila. (Wat is er trouwens waar van het verhaal in de Washington Post dat Mladic voor de ogen van onze overste Karremans een varkentje heeft onthoofd om hem te verklaren dat ze in zijn omgeving gewend zijn op die manier met hun vijanden om te springen?). Bosnisch Servië zal na de oorlog de paria onder de Europese naties zijn. Onder die omstandigheden is het alweer niet uitgesloten dat het een safe haven zal worden voor alles wat door Interpol wordt gezocht; een uitwijkplaats voor bazen van de mafia, hoofdkwartier voor drugskartels, doorvoercentrum van de wapenhandel, een Europees Hongkong van de criminaliteit. Alle voorwaarden daartoe zijn in beginsel al gegeven.

Theoretisch is nog een andere oplossing denkbaar: naar het voorbeeld van de Cypriotische. Het door de Grieken en Turken betwiste eiland is al meer dan twintig jaar geleden in tweeën gedeeld en Nicosia is een stad van het soort dat Karadzic zich voorstelt: nog altijd met prikkeldraad, wachttorentjes en een klein detachement troepen van de Verenigde Naties. Maar Cyprus is een eiland, ver weg en langzamerhand minder belast door de hypotheek van de haat.

Tot de vraagstukken van later - of zo men wil: binnenkort - hoort ook een politiek-filosofisch. Hoever kunnen onze internationale organisaties gaan met het doen van datgene wat in tegenspraak is met hun beginselen en hun beloften? Macht, nationaal belang en politieke wil bepalen in hoge mate de loop van de geschiedenis. Denkbeelden van hoger orde delven snel het onderspit als het gaat om de verdediging van concrete en onmiddellijke belangen. Dat zijn nu eenmaal de feiten van het leven. Bij iedere beginselverklaring, ieder handvest hoort een zekere rekbaarheid. Maar is langzamerhand niet het ogenblik gekomen om te bepalen waar de grenzen van de rekbaarheid liggen?

In het concrete geval van deze week: de Verenigde Naties ontwikkelen zich in Bosnië nu voorspoedig van een bewakingsdienst tot een verhuisbedrijf. Er zit niets anders op. De evacuatie - zo wordt het genoemd, maar het woord is deportatie - van de moslimbevolking uit Tuzla naar een wat veiliger oord zal een betrekkelijke weldaad zijn, een blijk van humanitaire bijstand. Zeker; maar wordt het, gezien ook onze hogere beginselen niet tijd, ons vocabulair wat bij te stellen?

    • H.J.A. Hofland