Een schaakpartij van een jongetje tegen de mafia

Fresh. Regie: Boaz Yakin. Met: Sean Nelson, Samuel Jackson, Giancarlo Esposito. In: Amsterdam, Cinecenter.

De beginbeelden spreken boekdelen. Een huis op eenzame plek verandert in een groepje huizen die weer veranderen in een straat die ook weer verandert in een wijk - en de netheid verandert mee om in het tegendeel verkeren. Graffiti, rondslingerend vuil en sinds lang niet geleegde containers bepalen de sfeer in wat eens God's own country dacht te zijn. Regisseur Boaz Yakin toont in een enkele overvloeier (een bepaald deel van) de geschiedenis van Amerika, van ongerept paradijs naar getto, van belofte naar wanhoop. Maar hij laat ook zien, dat hij behalve een sociaal-realistische speelfilm-met-een-boodschap, kunst wil maken en aandacht heeft voor de vorm. En die ambitie maakt zijn film beter dan het gemiddelde in het genre.

Het verhaal, in hoeveel sociale uitzichtloosheid ook geworteld, biedt lichtpuntjes en is waarschijnlijk al te optimistisch. 'Fresh', de titelheld, is een twaalfjarig, zwart jongetje, dat opgroeit in een verlopen wijk in Brooklyn. Hij is het manusje van alles van de lokale mafia, die de voordelen ziet van zijn onverdachte jeugd. Beter nog dan zijn opdrachtgevers kent hij de mores van het milieu en de regels die de status quo tussen de rivaliserende bendes in stand moeten houden. De coke-handel is het domein van de ene, de crack van de andere groep en zolang de grenzen gerespecteerd worden, heerst er gewapende vrede.

Als twee schoolgenootjes het slachtoffer worden van een schietpartij op het basketbalpleintje, besluit Fresh (Sean Nelson) de bendes tegen elkaar uit te spelen. Model voor het stategische vernuft dat hij daarbij nodig heeft en dat hij ook bezit, staat zijn scholing door zijn van huis weggelopen vader (Samuel L. Jackson) in het snelschaken. Hij leert alle stukken te gebruiken en als het moet op te offeren voor dat ene doel: winnen.

Spanning-bevorderend is dat Yakin zijn hoofdpersonage zich laat hullen in stilzwijgen. Zijn besluit blijft onuitgesproken en valt hooguit af te leiden uit een contemplatief beeld als dat van een bovenaf gefilmde Fresh die in foetushouding op bed ligt. Voor het overige blijkt, net als aan de schaaktafel, gaandeweg wat hij van plan is en komen de door hem gespannen draden pas in de laatste scènes bij elkaar. Het door Yakin zelf geschreven scenario zit knap in elkaar en de mathematische, stapsgewijze ontwikkeling van het verhaal geeft zijn film een grote helderheid, die tegelijkertijd ruimte laat voor de verrassende wending en het raadsel.

Wat onverklaard blijft, is het karakter van de jongen. Hij is drugskoerier en verkeert op voet van je en jij met professionele criminelen, maar bij het in ontvangst nemen van een opdracht, maakt hij zich wel zorgen te laat op school te komen. Thuis wachten een zachtaardige oma en tante hem liefdevol op en leven de overige familieleden ook al in harmonie met elkaar. Het is goedbeschouwd een wonder, dat een zus aan de dope is geraakt en de maintenée is geworden van de opdrachtgever van Fresh. En een nog groter wonder is dat Fresh weerstand weet te bieden aan het kwade. Zo gaat het niet in werkelijkheid en in die zin zijn Yakins goede bedoelingen en zijn film al te geruststellend. Maar ze wekken wel een prettige illusie die, versterkt door het uitstekende, ingehouden spel van de jonge Sean Nelson en de bezonnenheid van Yakins beelden, Fresh aantrekkelijk maakt.