Een onmogelijke romance in een overstapstation

Brief Encounter. Regie: David Lean. Met: Trevor Howard en Celia Johnson. Alfa, Amsterdam. Lantaren/Venster, Rotterdam.

We zijn een gelukkig getrouwd echtpaar, denkt de vrouw. Dat mag ik niet vergeten. Dit is mijn huis. Jij bent mijn man. Boven in bed liggen mijn kinderen.

Zelfs de matig-geoefende bioscoopbezoeker begrijpt onmiddellijk wat op het scherm aan de hand is. Een vrouw die zoiets in zichzelf zegt, is heel ongelukkig en waarschijnlijk heel erg verliefd op een andere man dan op degene tot wie zij zich in gedachten wendt. Zo makkelijk is het de sjabloon van Brief Encounter bloot te leggen: getrouwde vrouw wordt verliefd op een ander, ze beleven een onmogelijke romance en ze worden weer gescheiden.

Het is een verhaal dat we gewend zijn zo'n veertig keer per week op de televisie voorgeschoteld te krijgen. Waarom brengt het Nederlands Filmmuseum dit Engelse museumstuk uit 1947 nog eens uit?

De aanleiding is duidelijk, het gaat hier om een nieuwe kopie. Het drama van de getrouwde huisvrouw Celia Johnson die verliefd wordt op de al even getrouwde arts Trevor Howard, ontvouwt zich weer in een kraakhelder zwart-wit en een al even helder geluid. Wie zich hierna ooit nog moet behelpen met de in Nederland circulerende videoband, zal meteen het belang van de nieuwe kopie onderschrijven.

Maar de echte reden is dat juist in een tijd dat veertig keer per week overspel en bedrog op het tv-scherm worden geplamuurd, van highschool-series tot de Golden Girls, dit aarzelende, door wroeging gekwelde liefdespaar nog kan ontroeren. Dat de conventies waardoor zij zich gebonden weten, tegenwoordig nauwelijks meer een rol spelen, tast de geloofwaardigheid van het verhaal niet aan.

Brief encounter is de korte ontmoeting van twee forensen die elkaar leren kennen in de restauratie van een overstapstation. Twee doodsimpele zielen, die, als ze elkaar onverwacht in de stad tegenkomen, zeggen: “Ik moet weer verder naar het ziekenhuis.” “En ik was op weg naar de kruidenier.” Waarop de dokter lacht: “Wat een spannende levens leiden we toch.” Geen spannende levens dus, en ook de liefde die tussen hen opgloeit, wordt nooit spannender dan een roeitochtje en een ritje in een geleende auto.

De film leunt zwaar op het scenario van Noel Coward, die het schreef op de enige manier die hij kende: elegant, kunstig-complex, àf. Met zorgvuldig gerangschikte komische momenten en subtiel-gedoseerde dramatische piekjes. De film is een fijnzinnige compositie, tegenover het met hun gewetens worstelende liefdespaar stelt Coward bij wijze van contrapunt het openlijke, platte geflirt van de perronchef en de restauratiehouder. En tegenover de vrolijke grapjes van Trevor Howard staat het kruiswoordraadsel dat Johnsons echtgenoot de hele film lang probeert op te lossen.

Als je het leest, denk je, dat kan nooit veel zijn. Als je het ziet, is het drama onontkoombaar. Het heeft te maken met het ritme dat regisseur David Lean aan zijn film wist te geven. Het heeft te maken met het intelligente gebruik van de flashback als vertelinstrument. Met de fascinerende locatie van het doorsnee-station. Met de subtiele doordrenking van de film met Rachmaninovs Tweede Pianoconcert. En bovenal met de kwaliteit van de twee hoofdrolspelers.

De eerste keer dat we Johnson en Howard zien, is als ze in de restauratie worden aangesproken door een met Johnson bevriende kletstante. Van de verbijstering die dan op hun gezicht staat geschreven, begrijpen we de lading pas aan het eind van de film, als Johnson de scene in gedachten nog eens oprakelt en we inmiddels weten dat het hun laatste ontmoeting is die zo abrupt wordt onderbroken.

Het is vooral de film van Celia Johnson, die onschuldig als een achtjarig meisje haar eerste afspraak met een bijna-vreemde man maakt en die je bijna 'Oh dear' hoort zeggen als ze beseft dat ze verliefd is geworden. Het drama zit in de stappen naar het verlies van haar onschuld. Als ze de eerste keer tegen haar man moet liegen, die geen seconde aan haar twijfelt. Als ze een vriendin moet voorliegen om het bedrog af te dekken. Als ze door de achterdeur moet wegrennen om niet betrapt te worden. En als ten slotte haar man haar vergeeft zonder dat zij hem heeft verteld wat er is gebeurd.

De film eindigt als een eerbetoon aan het conformisme, aan het geduldig dragen van het lot, aan de kleinburgerlijke conventies. En het zou dus een ideale film zijn om je aan te ergeren, als-ie niet zo mooi was.