Dagbladunie past niet langer in strategie Elsevier

ROTTERDAM, 19 JULI. Dat het grote Reed Elsevier na jarenlang dralen zijn Dagbladunie in de etalage heeft gezet, wekte gisteren op het Rotterdamse hoofdkwartier van deze krantengroep eerder curiositeit dan nervositeit. Want reden tot grote zorg is het Elsevier-initiatief vooralsnog niet voor een dagbladenuitgeverij die al een kleine twee eeuwen gedijt en zich vandaag de dag tot de rendabelste van het land mag rekenen. Zo vertoonde het bedrijfsresultaat het afgelopen boekjaar nog een groei van 21 procent.

Toch blijkt de door Elsevier gestelde rendementseis van 15 procent-plus voor Elseviers wetenschappelijke en professionele uitgeverijen wél en voor de Dagbladunie niét haalbaar. Reden waarom er voor de dagbladgroep een nieuwe eigenaar dan wel een beursgang moet komen.

De (Nederlandse) Dagbladunie zag in 1964 het licht door het samengaan van twee gerenommeerde, maar wat armlastige geraakte dagbladuitgeverijen, de Rotterdamse NRC N.V. en Algemeen Handelsblad N.V. te Amsterdam. In 1970 fuseerden de twee belangrijkste kranten van deze Dagbladunie: het Algemeen Handelsblad en de Nieuwe Rotterdamse Courant. Daarmee vielen de twee oudste nog levende Nederlandse dagbladen elkaar in de armen en verscheen per 1 oktober van dat jaar het eerste NRC Handelsblad (dat toen in Amsterdam nog Handelsblad NRC heette). Vervolgens fuseerde de Nederlandse Dagbladunie in 1979 met uitgever Elsevier tot Elsevier-NDU N.V., het latere Elsevier, en vanaf september '92 Reed Elsevier.

Eén van de 'ouders' van de Dagbladunie is dus Algemeen Handelsblad N.V., uitgever van het gelijknamige dagblad dat in 1828 werd opgericht door de Amsterdamse makelaar J.W. van der Biesen. Hij oordeelde dat de correcte publicatie van economisch nieuws 's lands economie zou stimuleren. De andere voorloper, de NRC N.V., was dus uitgever van de Nieuwe Rotterdamsche Courant die voor het eerst verscheen op 1 januari 1844. De oprichting van deze NRC werd anderhalve eeuw geleden financieel gesteund door invloedrijke ondernemers uit het Rotterdamse die de berichtgeving van de al uit 1717 daterende Rotterdamsche Courant te weinig liberaal vonden.

Het Algemeen Dagblad, het andere kopblad van de NRC N.V., verscheen voor het eerst in 1946 als voortzetting van het Dagblad van Rotterdam. In 1964, het jaar van de fusie met Algemeen Handelsblad N.V., gaf de NRC N.V. behalve NRC en AD ook het (Haagse) Vaderland, de Rijn en Gouwe, en De Dordtenaar uit. Het Vaderland ging nadien op de fles, maar het Brabants Nieuwsblad en het Rotterdams Dagblad (een combinatie van wijlen Het Vrije Volk en het voormalige Rotterdams Nieuwsblad) kwamen er bij.

In 1979, het jaar waarin de uitgevers Elsevier en NDU fuseerden, werd de voormalige neuro-chirurg Pierre Vinken mede-bestuursvoorzitter van de nieuwe combinatie. Niet lang daarna liet Vinken weten dat hij de annexatie van de dagbladgroep door Elsevier - een initiatief van zijn voorgangers - weinig gelukkig achtte. “Van een duidelijke strategie was toen geen sprake”, oordeelde hij destijds. “Het instinct regeerde.”

Al in 1982 formuleerde Vinken een strategie waaruit bleek dat het Elsevier-concern niet zozeer op dagbladen en andere traditionele activiteiten zoals drukwerk moest mikken, als wel op de veel lucratiever markt voor wetenschappelijke en professionele uitgaven. Hij sloeg dus aan het saneren, reeksen drukkerijen en boekenuitgeverijen vlogen er uit, en vanaf 1985 begon met de gestage overnames van wetenschappelijke en professionele uitgeverijen Elseviers ongekende opmars.

In 1988 probeerde Elsevier de Dagbladunie nog wel te versterken met de Perscombinatie (Volkskrant, Trouw, Parool). Maar dat was meer vanuit een oogpunt van optimalisering van het bestaande dan vanuit één van strategische expansie. De schaalvoordelen lagen voor de hand, maar de Stichting Het Parool, die bij de Perscombinatie de dienst uitmaakt, lag dwars.

Intussen bleef Pierre Vinken wel in de minder gewenste dagbladengroep investeren onder het nuchtere motto 'wat je nu eenmaal hebt, moet je ook goed onderhouden'. Zo stak Elsevier nog een kwart miljard gulden in nieuwe persen voor de Dagbladunie. In 1992 gaf bestuursvoorzitter Pierre Vinken in een interview zelfs nog de indruk dat met een optimaal presterende dagbladgroep wel viel te leven. “Per saldo zitten de dagbladen in het midden van onze rendementspiramide”, aldus de Elsevier-topman. “Zij liggen niet onderaan waar wij snijden, maar hun rentabiliteit is evenmin de hoogste binnen onze groep.”

Naarmate Elseviers sanerings- en expansieproces echter vorderde en traditionele activiteiten als drukken en boekenuitgeven waren geschrapt, raakten ook de dagbladen binnen het concern meer op de tocht en werd in de Nederlandse dagbladwereld steeds vaker de vraag gesteld wanneer ook de Dagbladunie zou worden verkocht. Toen de Belgische grootondernemer André Leyssen, onder meer mede-eigenaar van de Belgische Standaard-groep, vorig jaar tijdens een interview op deze 'buitenkans' werd geattendeerd, greep hij pen en papier, cijferde even en zei: “Dat zou me ongeveer een miljard gulden kosten. Zoveel geld heb ik daarvoor niet beschikbaar.” Wie wel?