Chirac neemt in Afrika de lijn van De Gaulle weer op

PARIJS, 19 JULI. Met een vierdaagse reis door West- en Centraal-Afrika hoopt president Chirac de oude banden met veertien Frans sprekende Afrikaanse landen aan te halen. Het Franse staatshoofd, dat vanmiddag in Marokko zou aankomen, besteedt er zijn eerste grote buitenlandse reis aan.

Het is van symbolisch belang dat Jacques Chirac, na het afwikkelen van het Franse voorzitterschap van de Europese Unie en de topconferentie van de zeven grootste industrielanden het gebaar wil maken van een eerste werkbezoek aan het enige gebied in de wereld dat Frankrijk nog ronduit tot zijn invloedssfeer mag rekenen.

Tegelijk zal Chirac een accentverschuiving willen duidelijk maken. Frankrijk kan niet meer het economische welzijn van alle betrokken landen garanderen. Met het devalueren van de Frans-Afrikaanse franc (CFA) maakte de vorige Franse regering van premier Balladur dat al duidelijk. Tegelijk verwacht Frankrijk van de grotere en meer succesvolle Afrikaanse landen een volwassen rol in het handhaven van de vrede op het eigen continent.

Chirac pakt de oude lijn op die zijn grote voorbeeld De Gaulle heeft gevolgd. Via vaak geheime diplomatie wist de generaal de francofone Afrikaaanse landen aan het Westen en vooral Frankrijk te binden. Daar stond vaak geld en militaire steun voor de regimes in kwestie tegenover. Latere Franse presidenten, tot en met Chiracs socialistische voorganger Mitterrand, hebben de speciale betrekkingen trachten vol te houden.

Soms kwamen de financiële voordelen ook de Franse kant op. President Giscard d'Estaing ontving juwelen van de Centraalafrikaanse keizer Bokassa, een gift die er mede vor zorgde dat zijn presidentschap (1974-1981) niet werd verlengd. Aanhoudende geruchten willen dat verschillende grote politieke partijen in Frankrijk financiële steun kregen uit Afrika in ruil voor toekomstige gunsten.

François Mitterrand voerde via zijn zoon Jean-Christophe, die jaren hoofd van het Afrika-bureau op het Elysée was, een sterk personalistisch Afrika-beleid, dat met de crisis in Rwanda definitief vastliep. Na 1990, toen België steeds meer afstand nam van het regime van de toenmalige president Habyarimana, voerde Parijs de steun aan Rwanda juist op. Frankrijk bleef het land steunen toen na de moord op de president vorig jaar de macht werd gegrepen door een geheel uit Hutu-extremisten bestaande interim-regering, die verantwoordelijk was voor de massaslachtingen onder Tutsi's en gematigde Hutu's. Uiteindelijk besloot Parijs, mede om zijn imago op te vijzelen, tot een militaire interventie met humanitair oogmerk in Rwanda. Deze interventie versterkte de rol van het ministerie van buitenlandse zaken in het Franse Afrika-beleid.

Met de komst van Jacques Chirac in het Elysée wordt op het eerste gezicht die lijn doorgetrokken. Het Franse ministerie van ontwikkelingshulp, dat zich vrijwel uitsluitend met Frans Afrika bezighield, is formeel opgeheven en onder Buitenlandse Zaken gebracht. Op de nieuwe post van onderminister voor ontwikkelingssamenwerking is Jacques Godfrain benoemd, een man die sinds zijn jeugd veel in Afrika heeft gewoond en gewerkt en nauw gelieerd was aan Jacques Foccart, de roemruchte 'Monsieur Afrique' van De Gaulle.

Over Foccart, de eeuwige 'man in de schaduw', is enige tijd geleden een dikke biografie verschenen. De netwerken die het gaullisme in de loop der naoorlogse jaren had geweven met leiders als Omar Bongo (Gabon) en Houphouët Boigny (Ivoorkust) hebben, ondanks de onafhankelijkheid van de betrokken staten, de invloed van Parijs steeds intact gelaten.

Foccart is bijna tachtig, maar opnieuw adviseur van de president. Niet de enige. Chirac heeft twee andere diplomaten - los van elkaar - als Afrika-raadgevers in dienst. Het Elysée laat Afrika dus nog allerminst over aan de 'gewone' diplomatie van de Quai d'Orsay.

    • Marc Chavannes