Burgersmaak

'De smaak van de gegoede middenklasse' - zit in die woorden niet onvermijdelijk een zweem van minachting? Neerkijken op de burgerij is in onze cultuur de gewoonte. Een verzameling schilderijen die haar smaak weerspiegelt, dat kan haast niks wezen.

Zo'n verzameling hangt in het Centraal Museum in Utrecht. Een ruime keus uit vierhonderd kunstwerken, die samen bekend staan als de collectie-Van Baaren. Mijnheer en juffrouw Van Baaren waren zo oer-keurig dat zij niet eens een echtpaar vormden: zij waren broer en zuster. Hij deed in onroerend goed, zij schikte thuis boeketten. 'Thuis' was het huis waar zij geboren waren, een onopvallend pand aan de Oudegracht in Utrecht. Zij zijn daar hun leven lang blijven wonen.

In 1930 kochten 'Zus' en 'Ber', zoals zij elkaar noemden, hun eerste schilderij bij een Utrechtse kunsthandel. Tot hun dood - Zus stierf in '59, Ber in '64 - zijn zij blijven verzamelen. Zij kochten altijd bij de kunsthandel. Het aflopen van ateliers, waar sommige verzamelaars op gesteld zijn, om met een dikke portemonnaie amicaal te doen met echte artiesten, dat was niets voor de Van Baarens. Ook het avontuur van het kopen op veilingen lag hen niet zo. Nee, zij lieten zich netjes bedienen door een paar gerenommeerde handelaren die hun wensen kenden.

Burgers waren zij, maar smaakvolle burgers.

En wie denkt dat zo veel keurigheid en voorzichtigheid tot niets kan leiden, moet gaan kijken in het Centraal Museum.

Gaan kijken naar de Blikken kannen van Floris Verster, een stilleven met drie stukken nederig huisraad die glimmen als een satijnen jurk bij de beste zeventiende-eeuwse fijnschilder. Of het Wit konijn van Jan Mankes, een verlegen dier dat niet weet dat de schilder zijn vormen een héél klein beetje hoekig heeft gemaakt, zodat het tegelijk een klassiek en een modern konijn is.

Klinkende namen, van Courbet tot Willink, komen voor in de collectie-Van Baaren. Maar waarom het zo aangenaam toeven is in de museumzalen waar zij nu hangt - zeeën van ruimte vergeleken bij het huis aan de gracht - is het gevoel van thuis-zijn, van plausibiliteit. Zelf waande ik mij in de gedroomde kunstverzameling van mijn grootvader, een man die even keurig was als de Van Baarens, van dezelfde soort kunst hield als zij, - maar helaas te zuinig was om zelf te verzamelen.

Toch staat het gevoel van thuis te zijn in een kunstverzameling helemaal los van opa's en andere persoonlijke associaties. Bij een goede verzameling zit de indruk van plausibiliteit ingebouwd, ongeveer zoals een goed geschreven tekst dat heeft. De kijker/lezer krijgt het idee dat hij helemaal begrijpt dat dit onderdeel (dit argument, deze vergelijking) erbij hoort. Hij had het zelf kunnen bedenken. Dat is helemaal niet waar, maar het effect is waar het om gaat.

In de fraaie kleine catalogus bij de collectie staat een fotootje van de Van Baarens: een heer en dame met hoed, handschoenen en horlogeketting lopen over straat en kijken rustig in de lens van de fotograaf. Twee mensen die weten wat zij willen; dat moet een van de belangrijkste eigenschappen zijn voor verzamelaars als zij. De tekst meldt dat zij zich wel degelijk lieten adviseren, en luisterden wat gezaghebbende critici als H.P. Bremmer zeiden - 'Bremmeriaans' wordt hun verzameling ergens genoemd - maar het kiezen, daarin gingen zij toch af op hun eigen smaak. Zij waren het, die juist die ene fraaie kooi met duiven van Ph. Rousseau kochten, en juist dat heldere strandgezicht met bomschuit van Jacob Maris.

Zij wisten ook wat zij niet wilden.

Pas thuis, lezend in de catalogus, vielen de schellen van mijn ogen over wat in die keurige verzameling totaal ontbreekt. Eigenlijk zou ik het voor me moeten houden, maar ik zeg het toch: de katholieke Van Baarens hebben niet één naakt in hun verzameling opgenomen. Dat dat gemis niet opvalt, bewijst misschien ook de kwaliteit ervan. Maar of mijn grootvader zó ver zou zijn gegaan in zijn keurigheid, betwijfel ik.