Zomerzotheid

VERBETEN DRAAIEN de loodgieters van Den Haag aan de sociaal-economische knoppen. Het gaat om de technische fijnafstelling van de premies en de inkomens voor 1996. Nadat het kabinet moeiteloos de uitgaven voor het komende begrotingsjaar heeft vastgesteld, is in deze warme zomerweken de beurt aan de inkomenskant van de begroting. Dat klinkt eenvoudiger dan het is, want daarbij komt het onvermijdelijke onderwerp aan de orde dat de Nederlandse sociaal-economische bewindvoerders pas echt in vervoering brengt: de politiek van de koopkracht.

Zelfs doorgewinterde Haagse insiders zijn het spoor inmiddels volslagen bijster geraakt. In de ambtelijke notities gaat het over afkortingen waarvan geen mens buiten een kleine groep opgewonden raakt: amber, wuibz, pemba, tes, waz en wajong. Die termen hebben betrekking op premies die omhoog of omlaag kunnen waardoor verschuivingen optreden in de inkomens van de minima, één keer modaal of tweeverdieners.

En wat blijkt? De nivellering slaat in 1996 toe. Zoals het er nu uitziet in de computeruitdraaien, blijven de sociale minima in 1996 gelijk in koopkracht en daalt de koopkracht van alle andere inkomensgroepen. Door het herstel van de koppeling waartoe het kabinet twee maanden geleden besloot, is de koopkracht van de minima gerepareerd. Voor werkenden verslechtert het koopkrachtbeeld.

DEZE ONVERWACHTE ontwikkeling heeft te maken met het geruzie over de 'afdrachtskorting', waardoor ondernemingen meer lastenverlichting krijgen in 1996 dan gezinnen. Verder dreigt een oplopend belasting- en premietarief in de eerste schijf (naar bijna veertig procent) en worden scherpe verhogingen verwacht van de premies voor de particuliere ziektekostenverzekeringen. Al met al neemt de 'micro-lastendruk', de sociale premies en belastingen die individuele burgers moeten betalen, volgend jaar met bijna twee procentpunten toe.

De collectieve lastenverlichting voor 1995-96 van in totaal negen miljard gulden waarin het regeerakkoord voorziet, komt niet rond. Begin dit jaar verwachtte het kabinet nog een lastenverlichting van tien miljard, nu wordt het bedrag geschat op amper zes miljard gulden. De oorzaak: hogere uitkeringen en hogere premies voor de sociale zekerheid. Eén van de redenen daarvoor is dat de premiedifferentiatie en beperkte marktwerking in de WAO, die op 1 januari 1996 zouden moeten ingaan, een half en wellicht een heel jaar worden uitgesteld.

DE LOODGIETERS van de sociaal-economie grijpen hun kans om tot reparatie-maatregelen over te gaan. Ze draaien aan knoppen en sleutelen aan het stelsel totdat de uitkomst een voor alle betrokkenen politiek aanvaardbaar compromis oplevert. Daar wordt het nooit beter van. Het momentum van de hervormingen raakt verloren en verstandige uitgangspunten raken steeds verder uit het zicht. Achter de knoppen waaraan nu zo driftig gedraaid wordt, bevindt zich helemaal niets.