Zangeres Berganza ìs de Spaanse muziek

Concert: Teresa Berganza, mezzo-sopraan; Cello Octet Conjunto Ibérico o.l.v. Elias Arizcuren. Programma: Morera: Melangalia. De Falla: Tres danzas; Psyché; Siete canciones populares espanolas. Halffter: Fandango. Montsalvatge: Cinco canciones negras. Gehoord: 17-7 Concertgebouw Amsterdam.

“Om te zien, of ik troost kon vinden, leunde ik tegen een groene den. En die den, die groen was, weende omdat ik weende”, luidt de tekst van De Falla's Asturiana, het derde lied van zijn Siete canciones populares espagnolas. Dat deze 'populaire' Spaanse liederen ver boven het 'vulgaire' verheven zijn, blijkt alleen al uit de ontroerende teksten ervan. Zoals de zon het Spaanse landschap in een rode gloed zet, zo liet de onvergelijkelijke Teresa Berganza De Falla's liederen stralen en zinderen op het podium van het Amsterdamse Concertgebouw.

De zaal reageerde uitzinnig op de muzikale verleidingskunsten van deze wonderbaarlijke mezzo-sopraan, die met haar zestig jaren nog altijd de spontane, vitale en sensuele uitstraling heeft van een jonge vrouw. Ook in haar schitterende stem, die de geur van zoethout, kruidnagel en wilde veldbloemen in zich lijkt te verenigen, klinkt geen spoor van vermoeidheid door.

Gehuld in feloranje zijde met zwarte ruches, deed Berganza denken aan een exotische orchidee die zich, bedwelmd door de schoonheid van de haar omringende geluiden, onbekommerd liet meewiegen op het ritme van de muziek. Berganza interpreteert geen Spaanse muziek, ze ìs de Spaanse muziek, of het nu om de speelse juweeltjes van De Falla gaat of om de minder grijpbare maar wel expressieve en suggestieve liederen van Montsalvatge.

Berganza's bereik strekt zich uit van de rauwe dramatiek van de flamencozangers tot de wellustige puurheid die de engeltjes van Fra Angelico zouden produceren wanneer ze konden zingen.

Voortdurend wisselend van kleur en expressie, raakt haar stem als vanzelf de essentie van de tot muziek ingedikte emoties. Geen wonder, dat het publiek deze betoverende Grande Dame van de Spaanse liedkunst pas liet vertrekken na vijf toegiften.

Maar niet alleen Berganza, ook de in de kleuren van de Spaanse vlag gehulde leden van het Cello Octet Conjunto Ibérico onder de temperamentvolle leiding van Elias Arizcuren, droegen bij tot het succes van de avond. Het was fascinerend hoe intens en zwoel, maar toch lucide Arizcuren zijn ensemble liet musiceren in verrassende, origineel voor cello-octet geschreven werken als de Fandango van Halffter. De acht cellisten klonken hierin als een strijkorkest, terwijl het Cello Octet Conjunto Ibérico tijdens de subtiele vertolking van Morera's Melangia eerder deed denken aan een strijkkwartet, en tijdens de enerverende Tres danzas van De Falla aan een uitbundig zigeurnerorkest. Dat er wel eens een valse noot klonk deed nauwelijks afbreuk aan de feestvreugde. Ondanks de knappe bewerking bleken de klankmogelijkheden van het Cello Octet echter per definitie te beperkt om recht te kunnen doen aan de evocatieve klankwereld van Montsalvatge's Cinco canciones negras.