Tarieven bus, tram en metro stijgen

DEN HAAG, 18 JULI. De tarieven in bus, tram en metro gaan volgend jaar twee procent omhoog. Dit komt ongeveer overeen met de verwachte inflatie van dat jaar.

Dat heeft minister Jorritsma (verkeer en waterstaat) de Tweede Kamer laten weten. Ook dit jaar was er sprake van een geringe prijsverhoging, nadat prijsstijgingen tot zes procent de afgelopen jaren het stads- en streekvervoer klanten hadden gekost. Ook bij de NS is dat gebeurd. Daar zal volgend jaar eveneens sprake zijn van een bescheiden verhoging van de prijzen, net als dit jaar. De NS mogen vanaf volgend jaar zelf de prijzen van hun kaartjes vaststellen.

De prijsverhoging in bus, tram en metro heeft geen gevolgen voor de prijs van de gewone strippenkaart (vol tarief). De 15-strippenkaart voor kinderen (vier tot en met elf jaar) en houders van een Pas-65 wordt een kwartje duurder. Ook de prijs van week- en maandabonnementen gaat omhoog. Daarbij wordt de prijs van abonnementen voor jongeren en ouderen relatief meer verhoogd dan de vol-tariefabonnementen. Het buurtbustarief blijft gelijk.

Verder heeft de minister besloten volgend jaar een zogeheten 'meerreizenkaart' in te voeren. Een dergelijke kaart geeft recht op twaalf (enkele) reizen in een periode van veertien aaneengesloten dagen en is daarmee met name aantrekkelijk voor mensen die part-time werken. De vervoersbedrijven hadden om de invoering van een 'meerreizenkaart' gevraagd.

De kaart zal verkrijgbaar zijn voor trajecten variërend van één tot zeven zones. Een 'meerreizenkaart' vol tarief voor één zone zal 16 gulden kosten (gereduceerd tarief: ƒ 12,50), een kaart voor zeven zones ƒ 63,75 (gereduceerd tarief: ƒ 49,50).