Reptielen achter glas

Tirade 358. Van Oorschot, 96 blz.ƒ17,50

“Hij wilde geen gevreesd criticus worden! Hij wilde feest vieren! Met zijn collega's van kunst en krant. Het was hem onverschillig of zijn kornuiten conventionele dan wel avantgardistische poëzie schreven - als ze maar konden drinken, praten, huilen, bizarre avonturen wilden beleven, opwindende theorieën ontwikkelen, in wat hij de schitterende kameraadschap van na de bevrijding noemde. Wat genoten ze ervan! Wat gingen ze tekeer!” 'Oude meester' Alfred Kossmann (73), schrijver en kunstcriticus, staat weer in Tirade met nieuw proza. Dit jongste nummer opent met enkele gedichten van Tomas Tranströmer, de Zweedse dichter die in Nederland bekendheid kreeg door de stug volgehouden vertaalinspanningen van J.Bernlef. De ontoegankelijke noordelijke natuur is een belangrijke, zo niet de belangrijkste inspiratiebron voor Tranströmer. Maar het lijkt wel of zijn poëzie almaar soberder wordt. “Ik heb verschillende willen / verwonderlijk roerloos / als reptielen achter terrarium glas.”

Oude meester Leo Vroman staat met één gedicht, dat zoals meestal allerrelativerendst eindigt, in Tirade - “Laat dan de nacht ontgaan zodra / te laat ik al dan niet besta! / of zo iets.” Mogelijk nieuw talent boort Van Oorschots Tirade aan met Michaël Spaan en Jacques Hendrikx. Spaan komt met een in staccato geschreven kort verhaal, over een Kees die schrijver wil worden. Hij is een manke minkukel - 'Als-ie moe was, kreeg-ie als-ie erg veel zoop een toeval' - die probeert in proza de meiden te pakken die hij (die-ie?) in het echt niet krijgen kan. “Zo. Rustig aan de dingen draaien, tot je ze voordelig kon zien uitgepakt. Klaar was Kees.”

Hendrikx schrijft in 'Domme dingen doen' vanuit het perspectief van een man die fietsen haat - 'Ben ik ooit door een fiets gebeten?' - en juist daarom een fietstocht onderneemt. Als therapie. Maar de haat is groot, en aanstekelijk. “Tegenwoordig schijnen er speciale rode zadels in omloop te zijn. Lekker zacht met veel schuimrubber en plastic, zodat ze zo onopvallend mogelijk kunnen binnendringen in je vlees en daarmee vergroeid raken.”

Redacteur Tomas Lieske - 'Wie over dieren dicht komt vroeg of laat bij God uit' - schrijft in zijn gewaardeerde 'Poëziekroniek' over Rutger Kopland, Ted Hughes, en over God in de dichtkunst in een luid en duidelijk mislukkende poging Koplands poëzie te zien rijmen met wat de dichter er zelf over gezegd en geschreven heeft.

    • Margot Engelen