Psycholoog laat militair ellende herbeleven; Het afscheid met de plaatselijke bevolking valt sommigen zwaar

ZAGREB, 20 JULI. “Wat je hier hebt meegemaakt blijft bij je tot je dood gaat, heb ik tegen de jongens gezegd. Zelfs wanneer je straks grootvader bent en met je kleinkind op schoot naar de televisie kijkt, kunnen je hersenen opeens de associatie met Joegoslavië leggen.” Luitenant-kolonel P.M.P. Venhovens heeft de gisteren gerepatrieerde VN-militairen alle scenario's geschetst waarin de psyche na een halfjaar Bosnië terecht kan komen.

De klinisch-psycholoog/psychotherapeut Venhovens en enkele van zijn collega's hebben in het afgelopen weekeinde alle 75 blauwhelmen die vanuit het oorlogsgebied in de Kroatische hoofdstad Zagreb waren aangekomen, 'gedebrieft'. Venhovens: “Er is ze gevraagd feitelijk te vertellen wat er gebeurd is. Daarnaast moeten alle emoties eruit komen.” De militairen moeten hun ervaringen niet verdringen, maar er juist over praten. Doen ze dat niet dan, hebben ze kans op een 'post-traumatische stress-stoornis' die het hele leven kan beïnvloeden en er zelfs toe kan leiden dat de betrokken militair letterlijk gek wordt. “De meesten willen er niet aan denken, het is net als met de belasting. Onze taak, die van de psychologen, is juist om het hun te laten herbeleven.”

De 75 blauwhelmen die gisteren naar huis mochten, hebben volgens Venhovens “niet echt” psychische schade opgelopen. Hun soms traumatische ervaringen, met name in de afgelopen weken in en om Srebrenica, hebben zij tot nu toe over het algemeen goed verwerkt, zo werd duidelijk tijdens de debriefing-sessies. Een garantie voor een probleemloze terugkeer is dat allerminst. Venhovens blijft oppervlakkig over de gebeurtenissen die mogelijk voor psychische problemen bij de militairen kunnen zorgen, afgezien van gijzeling. Eén voorbeeld: het viel sommige blauwhelmen moeilijk afscheid te nemen van de plaatselijke bevolking.

Opleiding en intelligentie van de betrokken militair spelen volgens Venhovens geen enkele rol bij de kans om in psychische problemen te raken als gevolg van het meegemaakte oorlogsleed. “Ook voor een chirurg is het elke keer moeilijk te verwerken dat een patiënt komt te overlijden, ook al heeft hij er alles aan gedaan om hem in leven te houden.” Levenservaring speelt wel een rol, onderstreept Venhovens, evenals het hebben van kinderen. “Daardoor ga je je makkelijker identificeren met situaties waarin kinderen oorlogsslachtoffers zijn.”

Militairen die in VN-verband worden uitgezonden, weten doorgaans goed aan welk avontuur zij beginnen. Vooral als ze naar het voormalig Joegoslavië worden gestuurd. “In de training voorafgaand aan uitzending wordt er gehamerd op stress-management”, zegt Venhovens. In de defensiecursus wordt onder meer gedurende drie dagen aandacht besteed aan de vragen 'wat is stress', 'hoe herken je het' en 'wat doe je ermee'. Die vragen zijn ook van toepassing op situaties waarin militairen worden gegijzeld.

Als een militair “gedecompenseerd” van een missie terugkomt - jargon voor gestresst - kan het zijn dat hij stil is, trilt, lijkbleek ziet en buiten proporties zweet. Venhovens: “Kaderleden moeten er in dat geval achter zien te komen wat er gebeurd is, zodat de betrokkene het kan verwerken.” Belangrijk hulpmiddel daarbij is het buddy-systeem dat bij de luchtmobiele brigade wordt gehanteerd. Elke militair heeft een maat die hem in de gaten houdt. Wie zich anders dan gebruikelijk gedraagt, wordt daarop aangesproken door zijn buddy. “De jongens praten dus veel met elkaar over wat ze gedaan en gezien hebben. Dat is ook gebeurd tijdens de lange rit vanuit Srebrenica die de militairen vorige week hebben gemaakt.” Venhovens noemt het een voordeel dat de Nederlandse VN-militairen lang moesten reizen voordat ze in Zagreb arriveerden. Hij verwijst naar ervaringen die de Britten opdeden tijdens de Falkland-oorlog. Militairen die door de lucht naar Groot-Brittannië waren vervoerd, hadden relatief veel meer problemen dan de militairen die per schip de langdurige tocht naar hun vaderland maakten. “Aan boord van die schepen is heel veel gesproken”.

Met name de eerste maanden na terugkeer is de militair die uit oorlogsgebied komt niet altijd zichzelf. Familie, vrienden en kennissen is daar de afgelopen week op de “thuisfront-dagen” gevraagd rekening mee te houden. “Bij tijd en wijle zullen ze best wel afwezig zijn, of willen ze bepaalde dingen mijden, zoals beelden in het Journaal over de oorlog.” Een bekend verschijnsel is dat ze zaken sterker gaan relativeren. Wat de echtgenote van de militair als een belangrijk huiselijk probleem kan beschouwen, kan door de militair gemakkelijk worden weggewoven als een bagatel. Om onder andere deze 'waar maak je je eigenlijk druk over houding' te pareren, heeft het thuisfront een aantal tips van defensie meegekregen. Venhovens: “De mensen vragen zich af of ze tot praten moeten dwingen. Nee dus. Geef aan dat je er voor openstaat, dan komt hij wel met zijn verhaal. Luister gewoon, zeg nooit dat iets stom is, probeer zaken ook niet goed te praten en benoem emoties. Zeg dat je ziet dat hij het moeilijk heeft of dat het huilen hem nader is dan het lachen.”

Nu de 75 Nederlanders zijn vertrokken, maken Venhovens en zijn collega's zich in Zagreb op voor de opvang van de bijna 300 blauwhelmen die nog niet uit Srebrenica weg zijn. De Nederlandse legerleiding in het voormalig Joegoslavië acht het waarschijnlijk dat een aantal van hen op grotere schaal met gruweldaden is geconfronteerd dan hun al vrijgelaten collega's. Op zijn vroegst arriveren zij begin volgende week, waarschijnlijk in Zagreb en niet,zoals aanvankelijk de bedoeling was, in de Kroatische havenstad Split.

Na zes tot acht weken voert defensie “reïntegratie-gesprekken” met de teruggekeerde blauwhelmen, om te zien of ze “hun draai” in werk en gezin weer hebben gevonden. Venhovens heeft er vertrouwen in dat dit laatste zal lukken. Hij baseert dat vertrouwen onder meer op de antwoorden die aan het eind van de 'debriefings' werden gegeven op de vraag “of het de moeite waard was”. Er waren twee twijfelaars, maar 73 keer klonk een volmondig 'ja'.