Payne droomt van de beste Spelen ooit

Morgen is het precies een jaar voordat de 24ste Olympische Spelen in Atlanta worden geopend. Een tussenbalans met Billy Payne, de Amerikaanse organisator van het sportevenement.

ATLANTA, 18 JULI. In zijn airconditioned kantoor valt de blik van Billy Payne op de digitale klok die de dagen aftelt naar de opening van honderd jaar moderne Olympische Spelen. Nog 365 naar vrijdag 19 juli 1996.

Elke werkdag ook, zeven per week, stapt Payne voor even de kunstmatige koelte uit en de natuurlijke hitte van Atlanta in. Uit de hoogte overziet hij dan de werkzaamheden aan de stad. Het olympisch stadion, het Aquatics Centre en, pal onder zijn balkon, het Olympic Park, dat een blijvend souvenir moet vormen aan de Centennial Games. Zijn creatie gebouwd op zijn droom. “De beste Spelen ooit.”

Payne wenst niet kleiner te denken. Voor de speciale groenstrook tussen het beton-downtown laat hij een aantal gebouwen neerhalen. Tegen de zin van vele betrokkenen, kantoorlui en parkeerders. Drugsdealers moeten hun hoekjes van de crack-distributie op stel en sprong verlaten, anders sneuvelen zij onder de slopershamer of de puinruimer.

Vanaf de zesde verdieping in het 'Inforum Building', straks het epicentrum van de olympische beweging, kijkt de baas persoonlijk neer op het levenswerk dat hem onsterfelijk moet maken. Net zo onsterfelijk als Martin Luther King, de dominee die in de woelige jaren zestig de zwarte bevolking voorging in de strijd tegen de onderdrukking. “Ik had een droom”, sprak de blanke advocaat de zwarte predikant na op 12 februari 1987. “Ik ga de Olympische Spelen naar Atlanta halen.”

Billy Payne's droom mag niet vervliegen in de wind, zoals de liefde van Scarlett O'Hara in de beroemde roman 'Gone With The Wind' van Margareth Mitchell, die andere wereldberoemde burger van Atlanta. Acht jaar later is hij aardig op weg in hun legende te treden. Billy Payne, de stadscowboy met het voorkomen van de doorsnee-Amerikaan, geniet intussen bekendheid in de gehele sportwereld. Voor de geschiedenis van Georgia's hoofdstad zorgt hij zelf. Atlanta, de stad van Martin Luther King, Margareth Mitchell en Billy Payne.

Als zijn droom wordt gerealiseerd kan hij overigens al lang dood en begraven zijn. Hij werkt zo hard dat zijn hart het dreigt te begeven. Eind '93 brengen chirurgen drie bypasses aan. Als herboren hervat hij zijn werk, al heeft hij opdracht véél meer te delegeren. Zijn staf betaalde medewerkers, in het begin veertien, bestaat intussen uit 3209 mensen.

Nederland brengt deze week een bloemenhulde in Atlanta door olympisch attaché Herman Vonhof en olympisch gezant Arjan Althuis. Atlanta is bijna klaar. “Niemand weet wat er voor je ligt, als je zes, zeven jaar vantevoren aan zo'n operatie begint”, ontboezemt Billy Payne. “Op zo'n enormiteit is niemand voorbereid. Niemand op de gehele hele wereld.”

Hij kan er nochtans goed mee leven. “De praktijk heeft me geleerd dat er twee delen zijn. Business en ideologie. Voor het eerste is het zaak een organisatie neer te zetten. Logistiek, operationeel, technologisch, financieel enzovoort. Voor Olympische Spelen is dat zeer gecompliceerd, vol stress. Wij willen de noden van iedereen ledigen maar het staat vast dat het aanbod kleiner is dan de vraag. Over kaarten, accommodaties, transport, accreditaties ontstaan discussies, controversen.”

“Maar dat is allemaal voorspelbaar, komt bij elke Spelen voor, weet je op voorhand. We komen er uit en we komen er goed uit. Zelfs beter dan wie ook. Omdat we Amerikanen zijn. We kunnen organiseren, we hebben de goede antwoorden, goede sport, goede infrastructuur. Wij houden ons aan de afspraken met het Internationaal Olympisch Comité. Reken maar.”

De voorzitter van het organisatiecomité ACOG hangt erg aan de term 'olympische familie', zijnde alle betrokkenen bij de Spelen. “Alle praktische problemen zie ik als een broederruzie. Je houdt van elkaar ook al heb je een meningsverschil. De argumenten zijn heel onpersoonlijk. Niemand daagt uit of is bezig vriendschap te ondermijnen. Ik heb dan ook nooit moeite de slaap te vatten.”

De business van de Spelen is niet het doel van de Spelen, luidt Payne's stellige overtuiging. Hij lijkt in acht jaar geëvolueerd naar het ambt van olympische prediker als hij uitspreekt: “De bedoeling is een krachtig, emotioneel, symbolisch bericht te versturen over de mogelijkheid van mensen, die erfelijk verschillend zijn, bij elkaar te komen en te vieren wat ze delen. Dát is het doel, niet de business. En ik heb dat onderscheid totaal gemaakt.”

Hij vindt zichzelf een grote gelovige van de olympische beweging geworden. “We moeten afstand nemen van de business. Ik ben bang dat daar de laatste dertig, veertig jaar te veel de nadruk op is gelegd. Olympische Spelen zijn niet alleen een groot sportevenement. Zij zijn een feest van de jeugd, de beste sporters ter wereld, die communiceren naar de wereld veel méér dan hun prestaties. Wij mogen de wereld dit niet laten vergeten.”(ANP)