Niemand weet wat zich binnen de Birmese junta afspeelt; Bouwen van pagodes is garantie om niet als rat terug te keren

RANGOON, 18 JULI. Wat er zich precies afspeelt in de boezem van de Birmese junta, die doorgaans wordt aangeduid met de weinig appetijtelijke afkorting SLORC, onttrekt zich aan vrijwel ieders waarneming. Het is een schimmenspel, waarmee vergeleken het Kremlin in de hoogtijdagen van het communisme een schoolvoorbeeld van transparantie was.

Wat bezielde de Staatsraad voor Herstel van Wet en Orde om de charismatische Aung San Suu Kyi vorige week na een huisarrest van zes jaar plotseling vrij te laten? SLORC-watchers in Rangoon tasten goeddeels in het duister, want een generaal die wel eens iets laat uitlekken is hier zeldzamer dan een vroeger aan het hof van de Birmese koningen vereerde witte olifant.

“Die vrouw hoort immers thuis in een categorie van mensen zoals Jeanne d'Arc en Nelson Mandela”, meent een diplomaat. “Suu Kyi is de enige die de verdeelde oppositie weer bijeen kan brengen. Als die beweging eenmaal op gang komt, zal de SLORC haar op termijn nauwelijks meer kunnen stoppen.”

Ook de militairen zijn zich van dit risico bewust, maar ze vertrouwen er kennelijk op dat hun greep op het land sterk genoeg is om een herhaling van de bloedige onlusten van 1988 te voorkomen. Daarin hebben ze tot dusverre gelijk gekregen. Van alle kanten, inclusief die van Suu Kyi zelf, is er zeer behoedzaam gereageerd op het besluit van de SLORC. De schrik van de alom aanwezige geheime dienst zit er bij de meeste burgers diep in.

“Ik twijfel er niet aan dat de meerderheid van de bevolking hier nog steeds hetzelfde wil als in 1988”, zegt een andere diplomaat, “maar ze zijn een stuk voorzichtiger geworden. Ze hebben dikwijls in de gevangenis gezeten en veel ellende te verduren gehad voor hun betrokkenheid bij de democratische beweging. Daarom gaan ze nu omzichtiger te werk en is het potentieel voor onrust veel geringer dan destijds.”

Het is onwaarschijnlijk dat de militairen geloven dat ze Suu Kyi geheel zullen kunnen isoleren. Velen vermoeden dat de SLORC opnieuw een poging in het werk wil stellen een dialoog met de Nobelprijs-winnares van 1991 aan te gaan. Ook vorig jaar probeerde de SLORC dit al voorzichtig tijdens enkele gesprekken met Suu Kyi. Die bleven echter vruchteloos. Suu Kyi heeft de afgelopen dagen duidelijk gemaakt alleen serieus met de militairen te willen spreken, wanneer die forse concessies in de richting van meer democratie willen doen.

Toch wordt een nieuwe gespreksronde tussen de SLORC en Suu Kyi niet uitgesloten. “Aung San Suu Kyi spreekt van een echte wil tot verzoening, het regime spreekt van consolidatie. Ik zelf zou een en ander eerder omschrijven als toenadering”, aldus de hoofdredacteur van een lokale, geheel door de militairen gecontroleerde krant. De verwachting is dat het regime eerst kijkt hoe er wordt gereageerd op de vrijlating alvorens nieuwe concessies te doen.

Eén van de onbeantwoorde vragen is waarom de SLORC juist nu voor deze dramatische stap heeft gekozen. Waren de generaals het beu om overal in de wereld met de nek te worden aangekeken? Waren ze bang voor economische sancties waarvoor in de Verenigde Staten en andere landen actie werd gevoerd? Of hebben ze zich laten overreden door contacten met andere Aziatische landen, waar de democratie dikwijls vooral in vorm maar niet naar inhoud wordt gerespecteerd? Of wilden ze de weg vrijmaken voor nieuwe kredieten?

De generaals van de SLORC en hun achterban van 300.000 militairen hebben veel te verliezen. Vooral de hogere officieren leiden een bestaan, waarvan anderen in het straatarme Birma slechts kunnen dromen. Ze wonen in fraaie villa's, voorzien van alle gemakken. Hun vrouwen gaan regelmatig winkelen in Bangkok of Singapore en hun kinderen eten in dure restaurants en gaan met vakantie in het buitenland.

De militairen hebben zichzelf er tijdens hun 33 jaar op het regeringspluche bovendien van weten te overtuigen dat ze onmisbaar zijn voor het land. Dit in weerwil van het feit dat ze Birma met een eigenaardig mengsel van socialisme en boeddhisme economisch hebben geruïneerd. Eind jaren vijftig gold Birma nog als een van de meest veelbelovende landen in de regio, maar inmiddels is het een van de armste en ligt het een straatlengte achter op de ASEAN-landen.

Vroeger was Birma een grote exporteur van rijst, tegenwoordig moet er zelfs rijst worden ingevoerd. Slechts door de voorraad tropisch hardhout in het land flink aan te spreken en met de uitvoer van olie en gas houden de militairen het land nog enigszins op de been. Pas sinds een jaar volgt de SLORC een meer liberale economische koers.

“De verantwoordelijkheden van de Tatmadaw (het leger) reiken verder dan het schrijven van een krachtige constitutie”, schreef de door de SLORC beheerste krant New Light of Myanmar nog afgelopen zaterdag. Ook nadien houden de militairen zich nadrukkelijk het recht voor om in de politiek in te grijpen, wanneer ze maar willen. “Ze geloven oprecht dat zij de enigen zijn die het land van chaos en anarchie kunnen redden”, aldus een buitenlandse waarnemer, die al jaren in Birma woont.

Wie op het ogenblik de lakens uitdeelt in de SLORC is in nevelen gehuld, want de generaals treden altijd als collectief naar buiten. Wel zijn het allemaal Birmezen, veruit de grootste etnische groep in het land. Het is onduidelijk of de hoogbejaarde generaal Ne Win, die het land sinds 1962 met ijzeren vuist heeft bestuurd, op de achtergrond nog steeds een hoofdrol speelt, als een Birmese uitgave van Deng Xiaoping. “Voor zover wij weten, trekt Ne Win niet meer aan de touwtjes”, zegt een diplomaat. Volgens sommige berichten is de nu 84-jarige zelfs al seniel, anderen daarentegen spreken dit krachtig tegen.

Formeel heeft Ne Win geen enkele functie meer en het enige waardoor de inwoners van Rangoon op het ogenblik aan hem herinnerd worden, is door een grote met bladgoud bedekte pagode, op een steenworp van de oeroude, nog imposantere Shwedagon-pagode. Als toegewijd boeddhist begreep de bejaarde Ne Win in de jaren tachtig dat de tijd begon te dringen om goede daden te verrichten, zodat hij in een volgend leven niet als een kikker of een rat hoefde terug te keren. Het bouwen van pagodes geldt in Birma vanouds als de beste garantie tegen zo'n neerwaartse reïncarnatie en zo verrees naast de Shwedagon Ne Wins Maha Wizaya-pagode.

Sommige SLORC-watchers bespeuren in het besluit Suu Kyi vrij te laten vooral de hand van de machtige maar gehate chef van de inlichtingendienst, generaal Khin Nyunt. Deze geldt als een van de intelligentste leiders van de junta, maar ook de invloed van de voorzitter van de SLORC, generaal Than Shwe, moet niet worden onderschat. Van tijd tot tijd sijpelen er berichten naar buiten over het bestaan van verschillende facties in het militaire college, maar bewijzen hiervoor ontbreken.

Hoewel de vrijlating van Suu Kyi een gedurfde stap is, biedt ze de militairen onmiskenbaar voordelen. In één klap raken ze zo uit hun jarenlange isolement. Nieuwe buitenlandse kredieten en investeringen liggen plotseling in het verschiet, zo niet uit het Westen dan wel uit Japan en de ASEAN-landen, die het met het democratische gehalte van een regering niet zo nauw nemen.

Vast staat dat de militairen van de nieuwe projecten zelf ook stevig mee zullen profiteren. Zij zijn het immers die de vergunningen verstrekken. En als er eens een firma assistentie nodig heeft, zoals de Franse oliemaatschappij Total die een gaspijpleiding aanlegt van Birma naar Thailand, dan zijn de militairen nooit te beroerd de helpende hand toe te steken. Bij een spoorlijn die moet worden aangelegd voor het Total-project, wordt naar verluidt dwangarbeid ingezet. Bewoners van huisjes of eigenaars van stukken grond die nodig zijn voor nieuwe projecten, worden vaak zonder pardon en zonder compensatie van hun land gebulldozerd.