Na provocatie geheim agenten; Duitse rechter straft smokkel van plutonium

BONN, 18 JULI. De gevaarlijke en geruchtmakende smokkel van 363 gram plutonium 239 van Moskou naar München, per Lufthansa-vliegtuig op 10 augustus vorig jaar, is met verhoudingsgewijs milde straffen in een anticlimax geëindigd.

De rechtbank in München heeft rekening gehouden met “provocerend” gedrag en enige medeverantwoordelijkheid van “undercover-agenten” van Duitse veiligheidsdiensten alsook van de regionaal-Beierse justitie en recherche.

Politieke vragen over hun verantwoordelijkheid, en die van politici in München en Bonn, heeft de rechtbank wel betrokken in haar overwegingen aangaande de strafmaat maar overigens zelf niet onderzocht of beantwoord. Kennelijk voelde het openbaar ministerie ook niet erg voor uitvoerige getuigenverklaringen over zulke vragen en heeft als “afruil” genoegen genomen met lagere strafmaten.

Die conclusie wordt vrij algemeen getrokken nu deze rechtbank gisteren een Colombiaan en twee Spanjaarden wegens het organiseren en uitvoeren van dat gevaarlijke en verboden transport niet de zwaardere straffen oplegde die de officier van justitie had geëist maar straffen als bepleit door de verdedigers van het trio: respectievelijk vier jaar en tien maanden, drie jaar en negen maanden en drie jaar gevangenisstraf. Beide partijen zeiden niet in beroep te gaan, wat de indruk versterkte dat zij vooraf een compromis over de opgelegde strafmaat hadden bereikt.

De president van de negende strafkamer van de rechtbank, Heinz Alert, ging in de toelichting op het vonnis omstandig in op de rol van de Duitse undercover-agenten (V-Männer) die in Spanje contacten met het trio hadden gelegd nadat de Buitenlandse inlichtingendienst BND en de Beierse recherche (LKA) tips hadden gekregen over een geplande grote illegale verkoop van Russisch plutonium voor de Duitse markt. Daarbij was het eerst tot de aanbieding van een proefmonster gekomen, vervolgens had het LKA zijn agenten een bankgarantie over 276 miljoen dollar voor de hele partij laten overleggen en het trio - midden juli 1994 - commissiebedragen van enkele miljoenen dollar aangeboden als zij de partij metterdaad voor overdracht naar München zouden halen. Omdat er geen andere kopers in zicht waren kon het gedrag van de undercover-agenten als “enigszins provocerend” worden aangemerkt, oordeelde de rechter gisteren. Dit temeer omdat zij een van de Spanjaarden zwaar onder druk hadden gezet, bijvoorbeeld door hem te pressen nogmaals naar Moskou te reizen om de smokkel-deal nader te organiseren. De rechter noemde die actie van de agenten uit opsporingsoogpunt “nog net toelaatbaar”.

Op de vraag of de medeverantwoordelijkheid van veiligheidsdiensten, politici, politie en justitie voor de organisatie van de smokkel, en met name voor het gevaarlijke en verboden transport naar München, eigenlijk ook strafrechtelijke consequenties moet hebben, was de rechtbank niet ingegaan. Een complicatie was geweest dat de veiligheidsdiensten er juli/begin augustus 1994 nog rekening mee hielden dat de partij uranium zich wellicht al in Duitsland (in Berlijn) bevond. Maar, zei de rechter, de officier van justitie was er in het proces “vanzelfsprekend” van uitgegaan dat de justitie en het LKA “uiterlijk op 7 augustus” op grond van afgeluisterde telefoongesprekken geweten moet hebben dat de partij nog uit het buitenland moest worden aangevoerd.

Met dat delicate vraagstuk zullen parlementaire onderzoekcommissies van de Bondsdag en de Beierse landdag zich de komende maanden bezighouden. Zij gaan met name onderzoeken wat politici en overheidsdiensten wisten van het illegale transport. En ook wanneer zij daarvan wisten, dus: voor of na 10 augustus, want in dat laatste geval zouden zij hebben “meegewerkt” aan zo'n verboden transport, respectievelijk het niet hebben verhinderd.

    • J.M. Bik