Mannen uit Srebrenica: zes dagen hel

TUZLA, 18 JULI. Bij de ingang van het vliegveld van Tuzla slaapt een uitgemergelde man in het stof, de beide voeten in schoon verband. Een colonne van duizenden vluchtelingen en regeringssoldaten uti Srebrenica passeerde gisteren de frontlinies ten oosten van Tuzla. Na de val van Srebrenica trokken ze de heuvels in, zes dagen later eindigde hun exodus, honderd kilometer verder. Na een week van honger, schermutselingen met Serviërs en nachtelijke tochten langs ravijnen kunnen ze nu de familieleden zoeken die ze aan de zorg van de Nederlanders hadden toevertrouwd.

Vanaf de ochtend druppelen ze binnen, de mannen van Srebrenica. Broodmager, ongeschoren, stoffig, met diepliggende ogen en bloedende voeten. Te moe voor woede, vreugde of verdriet. Gehuld in lompen of legerkleding, sommigen in uniformen van Dutchbat, die ze mogelijk hebben buitgemaakt bij de verovering van observatieposten in het westen van de enclave. Allen op zoek naar vrouwen, kinderen, vaders en zusters.

Ze bestuderen de lijsten met namen van 6.530 vluchtelingen die nog langs de landingsbaan van het vliegveld bivakkeren. Lijsten vol treurige details. 'Fatima Halilovic: man Ibro en zoon Ibrahim afgevoerd door de Serviërs. Heeft geen eetlust, kan moeilijk bewegen.' 'Deiza Hasic: drie kinderen onderweg verloren, dochter in Potocari vermist. Problemen met ruggegraat.' 'Zumiza: dood. Kan niks zeggen.'

Het gezin van Mehmet, een blonde, broodmagere soldaat met een jachtgeweer en een Kung Fu-tatoeage, staat niet op de borden vermeld. Hij begint een nieuwe zwerftocht langs de vijf verzamelcentra rond Tuzla, in de hoop zijn vrouw en drie kinderen terug te vinden die vorige week dinsdag naar Potocari gingen.

“Omdat UNPROFOR ze zou beschermen”, zegt Mehmet. “Maar naar wat ik heb gehoord, hoop ik dat ze nog leven.”

Bij de ingang van de basis ligt een stapel wapens. Primitieve jachtgeweren, maar ook kalasjnikovs - eigendom van soldaten die hun familie wél op de lijst hebben aangetroffen en zijn binnengelaten om hen te zoeken.

Een jongen van zo'n 14 jaar in joggingbroek en camouflageshirt bewaakt de stapel. Hij springt op als een rossige soldaat zijn kant op komt, omhelst hem en kust hem. Arm in arm verdwijnen ze in de richting van Tuzla.

Mehmet heeft een helletocht van zes dagen achter de rug. Dinsdagavond, toen de Serviërs Srebrenica hadden ingenomen, trok hij met een lange stoet burgers en militairen de bossen in, vooral mannen, in het kielzog van drie- tot vierduizend soldaten van de regeringstroepen, met minder dan duizend geweren.

“In het begin was de colonne zes kilometer lang”, zegt Mehmet. “De groep is in tweeën gesplitst toen we de grote weg naar Zvornik overstaken en de Serviërs kwamen aanrijden met pantserwagens. Vierduizend mensen stonden toen aan de verkeerde kant van de weg en hebben zich in de bossen verspreid. Ik weet niet wat er van hen geworden is.”

Pag. 5: 'Bosnië zal verraad van Nederland nooit vergeten'

De groep reisde zoveel mogelijk bij nacht, zeker als ze bewoonde gebieden moesten oversteken. Onderweg vielen ze nog driemaal in een Servische hinderlaag, waarbij volgens Mehmet en zijn vrienden vele tientallen doden zijn gevallen. Nu eens moest hij naar de voorkant van de colonne dan weer naar de achterkant om de meereizende burgers tegen de Serviërs te beschermen. “Eén keer hebben we onderhandeld met een Servische eenheid, die het gevecht niet aandurfde omdat we met zovelen waren. Ze beloofden ons door te laten. Toen de burgers voorbijkwamen, schoten ze toch. Als we Serviërs zagen, deden we ons best om ons te verbergen tot ze weg waren. Maar dat is moeilijk als je met duizenden mensen bent. Toch bleven we bij elkaar, samen ben je sterker.”

De stoet hield zich in leven met alles wat ze in de bossen vonden. Groene appels, bosvruchten, zelfs gras. Drinken deden ze uit bergbeken. In de nacht moesten ze soms hand in hand langs de ravijnen lopen, linten vormend van honderden meters lengte. “Als we alles vertellen wat we deze week hebben meegemaakt, kun je een geschiedenisboek schrijven”, zegt Mehmet.

Voor Dutchbat hebben de moslimstrijders geen goed woord over. “Ze hebben niets gedaan”, zegt een lange, pezige militair. “Onze burgemeester vroeg vorig weekeinde al om luchtaanvallen, maar de Nederlandse commandant wilde niet.” De weerstand van de eigen troepen was ook niet al te sterk, erkennen de mannen. Dat komt naar hun mening vooral omdat hun charismatische leider, Naser Oric, in Tuzla was. De militair: “Hij had ons beter kunnen leiden, maar hij wist ook hoe hij met de Nederlanders moest samenwerken. Was hij er geweest dan had hij Dutchbat ervan kunnen overtuigen luchtsteun aan te vragen. En als UNPROFOR meteen de Serviërs had gebombardeerd, was alles anders verlopen.”

VN-woordvoerders wilden tot diep in de middag niet bevestigen dat de mannen uit Srebrenica zich aan de poorten van de luchthaven hadden gemeld. Pas tegen de avond begon men schattingen te geven van aantallen mensen die levend de frontlinie van Tuzla hadden bereikt, schattingen die variëren van vijf- tot negenduizend mensen. De rest, elfduizend man, is onderweg door de Bosnische Serviërs gevangen genomen en vermoord, of verbergt zich nog in de bossen. Die onwil om te erkennen dat er een colonne vluchtelingen is gearriveerd is mogelijk geboren uit gêne dat de VN noch deze enorme colonne heeft gesignaleerd, noch enige poging heeft gedaan hen te zoeken of te beschermen.

Bij een verbandpost naast de ingang rusten dokter Munevera Flasic en haar vier verpleegsters uit van de 240 mannenvoeten die ze in de loop van de dag hebben verbonden. Naast haar staat een grote bak met gebruikt verband vol etter en aangekoekt bloed. Flasic, van origine oogspecialist, heeft uit protest tegen de hele wereld besloten vanaf deze week geen Engels meer te spreken. “De wereld, maar Nederland in het bijzonder, heeft Srebrenica verraden. Ze hebben de mensen ontwapend en daarna aan de Cetniks overgeleverd”, zegt ze bitter via een tolk. “Uw meneer Nicolai in Sarajevo heeft de luchtaanvallen tegengehouden, want dertig van úw mensen vindt u belangrijker dan 30.000 van ónze mensen. En voor deze vluchtelingen, die zes dagen op weg waren, hebt u niets gedaan. U bent verantwoordelijk voor deze genocide. Bosnië zal het Nederlandse verraad nooit vergeten. Nooit.”