'Ik ga bijna elke dag even kijken of het goed gaat'

Ze maakt ontwerpen voor villatuinen, schoolpleinen, nieuwbouwtuinen, daktuinen en balkons. Voorkeur heeft Amstelveense tuinarchitecte Tjitske Zijlstra (51) niet. “Ik probeer wel mijn eigen zin een beetje door te drijven. Coniferen gaan er meteen uit. En als mensen een soort badkamertegels in hun tuin willen, die je kunt stofzuigen, dan probeer ik dat wel om te buigen in de richting van iets natuurlijkers.”

Van jongsafaan had Zijlstra veel belangstelling voor planten. “Ik ken een paar duizend Latijnse plantennamen.” Toch koos ze aanvankelijk voor een andere liefde, de kunst. Jarenlang gaf ze weeflessen en tien jaar geleden begon ze met etsen. De sporen van haar kunstenaarsbestaan zijn nog ruimschoots aanwezig in haar woning annex werkruimte. Overal hangen doeken en fraaie etsen. “Op een bepaald moment ontdekte ik dat ik kunst en natuur kon combineren in de tuinarchitectuur.”

Ze volgde een opleiding technisch tekenen, boekhouden en ondernemen, behaalde haar diploma tuinarchitectuur en richtte vier jaar geleden het bedrijf Terr'Arte op. “Mijn man heeft in de reclamewereld gewerkt. Hij heeft de naam bedacht en het logo en het groene briefpapier ontworpen.” Even had ze het plan om samen met een hovenierster een bedrijf op te zetten. “Ik zou haar werk bezorgen en zij mij, maar dat liep niet goed. Een tuinarchitect is meestal veel sneller klaar met een ontwerp dan een hovenier met de aanleg. Dus als we samen zouden werken, zou er een enorme wachtlijst ontstaan.”

Haar eerste opdrachten kwamen via kennissen. “De eerste tuin heb ik niet alleen ontworpen, maar ook zelf aangelegd, samen met een hovenierster, om meer ervaring op te doen. Vroeger heb ik eens samen met een aannemer voor mezelf een atelier gebouwd en was ik dus een half jaar bouwvakker. Heel leerzaam. Allemaal aspecten waar je als tuinarchitecte iets aan hebt.”

Behalve de boekhouding doet Tjitske Zijlstra al het werk zelf. “Als mensen mij benaderen voor een tuinontwerp, ga ik eerst met hen praten. Vaak hebben ze geen idee wat ze willen en weten ze ternauwernood hoe groot hun tuin is. Ik neem altijd mijn fotoboek mee om voorbeelden te laten zien. Daarna maak ik een schets en volgt er een tweede gesprek. Pas dan begint het echte werk: dan maak ik een ontwerptekening, een beplantingsschema en een matenplan. Ten slotte praten we alles door en maken we afspraken over de uitvoering: welke hovenier gaat het doen, wat willen de mensen zelf doen en wanneer moet het gebeuren?”

Een tuinarchitecte is af en toe net een aannemer, vindt Zijlstra. “Als het definitieve ontwerp klaar is, benader ik een hovenier die de tuin aanlegt, een metselaar als er muurtjes moeten komen, een timmerman voor tuinhuisjes, bruggetjes en pergola's, en desnoods een baggeraar als er een flinke vijver is gepland. Tijdens de uitvoering ga ik bijna elke dag even kijken of het goed gaat. De opdrachtgevers zelf zijn overdag vaak niet thuis en ik wil ze toch de garantie geven dat het wordt zoals ik heb beloofd. Ook alle rekeningen lopen via mij, zodat de opdrachtgever maar één keer hoeft af te rekenen.” Het ontwerp voor een voortuin kost vijf- tot zeshonderd gulden, voor een gemiddelde achtertuin rekent Zijlstra duizend tot vijftienhonderd gulden. Over het nut van een tuinarchitect bij de aanleg van een tuin kan Zijlstra kort zijn. “Een aannemer bouwt toch ook geen huis zonder tekening?”

De omzet van Terr'Arte ligt inmiddels op één à twee ton per jaar en groeit nog steeds. “Het heeft twee tot drie jaar geduurd voordat ik een minimuminkomen had”, aldus Zijlstra. Per jaar maakt ze nu twintig tot dertig tuinontwerpen. Vijvers, vlonders, potten, klinkers en gietijzeren ameublementjes vormen tegenwoordig de trends in de tuinenwereld, aldus Zijlstra. “Als mensen per se hun grindtegels willen houden in hun nieuwe tuin, dan leg ik er rijen klinkers tussen om het een wat eigentijdser uiterlijk te geven.” De werkspreiding door het jaar heen is niet altijd ideaal voor een tuinarchitect, vindt Zijlstra. “Mensen gaan massaal bellen zodra het voorjaar wordt en ze zich weer van die tuin bewust worden. Het liefste heb ik dat ze in het najaar bellen. Zij kunnen dan vanaf het vroege voorjaar van die nieuwe tuin genieten en voor mij is de drukte wat gespreid.”

Een van de moeilijkste aspecten van een eenpersoonsbedrijf, vindt Zijlstra, is het werven van klanten. “Als je alles in je eentje moet doen, schiet dat er wel eens bij in.” Zijlstra richt zich bij haar marketingbeleid voornamelijk op tweeverdieners met een goed inkomen in de Randstad. Ze adverteert in Opzij, soms in de Groene Amsterdammer en in de Westwijk Info, een blad voor een nieuwe wijk van Amstelveen. De meeste opdrachten krijgt ze echter via mond-tot-mondreclame. Opvallend is, volgens Zijlstra, dat steeds meer flatbewoners en mensen met een huurhuis haar hulp inroepen. Ook heeft ze makelaars aangeschreven met de suggestie om een hypotheek inclusief tuinontwerp aan te bieden, wat inmiddels een aantal opdrachten heeft opgeleverd. Verder 'netwerkt' ze, via de Unie van Vrouwelijke Ondernemers en het Doorstarters Netwerk Amsterdam.

Maar ze heeft niet alleen een zakelijke band met haar 'produkt'. “De hovenier legt weliswaar de tuin aan, maar vaak zet ik de planten er zelf in. Je moet ze namelijk precies op de goede plek zetten om er het beste resultaat uit te halen. Tijdens het poten praat ik even tegen de planten, heel emotioneel. Als het even kan, ga ik twee maal per jaar terug naar een tuin, kijken hoe de tuin zich ontwikkelt en om adviezen te geven. Dan ben ik soms apetrots. Ik maak eigenlijk nooit een gewone tuin.”

    • Friederike de Raat