Gretige beginners

NWT 1195-4. Dedalus/Betapress, 80 blz.ƒ13,50

“Een tijdschrift dat de literatuur probeert te sturen is zoiets als een autobus in de Alpen waarvan de remmen niet meer werken, maar de klankinstallatie nog wel” vergelijkt Herman de Coninck er op los in zijn Nieuw Wereldtijdschrift. Hij wil zich, zo blijkt uit zijn voorwoord, min of meer verontschuldigen voor het feit dat hij een nummer samenstelde van bijdragen die door gretige, hoopvolle beginnelingen naar hem toe werden gestuurd. Degene waarin hij het meest gelooft - want hij laat hem het nummer openen - komt uit Amerika en is een 'kind' van minimalist Raymond Carver. 'Mooie Judy' uit de bundel Stranger in this World van Kevin Canty ('eerlang' in vertaling bij De Harmonie) gaat over 'adolescentenseks en zonde en dreiging en zelfverlies'. Het doet me helemaal niet aan Carver denken. “En weer had hij het gevoel dat zijn leven met alles erin louter een schertsvertoning was, iets wat vlug was opgesteld ten behoeve van een foto, en met de dikte van een foto” - zo uitgesproken, uitleggerig was Carver toch nergens? “Later zou hij in dierentermen aan haar denken: ze mauwde als een poesje, blèrde en wankelde als een hongerig kalf, en nog weer later - jaren naderhand - was zijn slotsom dat dit kwam doordat ze zo weinig menselijk vernis had; dat seks en bewustzijn natuurlijke vijanden waren, steeds weer een strijd tussen zedigheid, een besef van orde en van verlegenheid, en het vlammetje dat de begeerte ontsteekt.” 'Mooie Judy' is trouwens wèl een heel mooi verhaal.

Heel het NWT is weer mooi; het valt niet te begrijpen waarom je op straat of in treinen niet veel meer mensen ermee ziet.