Einde aan 'soapshow' tijdens vragenkwartiertje Lagerhuis

LONDEN, 18 JULI. Zo ver is de moeder aller parlementen in de ogen van de buitenlanders dus gezonken, verklaarde vier maanden geleden ex-premier Lord Callaghan voor een Lagerhuiscommissie: het vragenkwartiertje van de Britse premier geldt in Nederland als soapshow, als cult comedie. Trendy liefhebbers wisselen volgens hem videobanden uit.

Gisteren pleitte diezelfde commissie voor een proef met een andere opzet voor het vragenkwartiertje.

Een groeiend aantal parlementariërs vindt dat er een eind moet komen aan het vragenkwartier als rituele slachting, als ordinaire scheldpartij, als de verbale strijd van twee kemphanen, die vanaf de tribune worden aangevuurd door luidruchtige supporters. Retoriek en spektakel dienen weer plaats te maken voor waardigheid en inhoud. Wat is uitgegroeid tot farce, moet weer platform voor politieke discussie worden. De geloofwaardigheid van de Britse democratie staat op het spel.

Elke dinsdag en elke donderdag stapt de premier als een gladiator naar de Dispatch Box, naar het spreekgestoelte in het House of Commons, om zich aan een spervuur van vragen te onderwerpen.

Veel premiers beschouwen die traditie als een bezoeking, als de vloek van hun ambt, zegt Michael Dobbs, vice-voorzitter van de Conservatieven. Van ex-premier MacMillan is bekend dat hij misselijk werd alleen al bij de gedachte aan het vragenkwartier.

Maar een Britse regeringsleider mag die weerzin nooit tonen. Terwijl de zenuwen door zijn keel gierden, wierp Lord Callaghan zich uiterlijk altijd “kalm em bedaard en vol zelf vertrouwen” voor de leeuwen, verklapte hij in maart aan de kamercommissie voor procedurezaken.

Britse parlementariërs eisen dat de premier een ridder zonder vrees of blaam is, dat hij zelfs in het zicht van het vuurpeloton niet met de ogen knippert. De manier waarop hij als een dompteur het Lagerhuis beheerst, wordt als een belangrijke graadmeter voor zijn leiderschap beschouwd.

Parlementariërs plegen de optredens van de premier ook met cijfers te waarderen. Dat John Major drie weken geleden tijdens de leiderschapsverkiezing voor de Conservatieven zomaar een negen haalde, heeft in belangrijke mate bijgedragen tot zijn herverkiezing.

Veel partijgenoten waren lyrisch over het verbale machtsvertoon waarmee hij zijn politieke tegenstanders alle hoeken van het Lagerhuis had laten zien.

Het vragenkwartiertje is een strijd in spitsvondigheid, een vuurwerk van populistische kreten die passen in een krantekop, geen informatiequeeste. Dobbs kan zich niet herinneren dat het bij de vragen ooit om het antwoord was te doen.

Vragen beginnen onveranderlijk met introducties als 'is mijn eerbiedwaardige vriend het met mij eens dat..' of 'hoe haalt de premier het in zijn hoofd om...' Waarna steevast een stellingname volgt. Afhankelijk van de politieke kleur van de vragensteller komt dat neer op aanval of verdediging van kabinetsbeleid.

Vertegenwoordigers van de oppositie trachten de premier meestal te vloeren met een verrassingsaanval. Daarvoor nemen ze hun toevlucht tot de 'open vragen'.

Volgens de regels zijn ze verplicht om hun vragen al twee weken van tevoren te deponeren, zodat de ambtenaren van de premier een pakkend antwoord kunnen voorbereiden. Maar ze hebben altijd het recht op een vervolgvraag. Parlementariërs die zich niet in de kaart willen laten kijken, stellen dus eerst een schijnvraag.

Daarom wordt er tijdens het vragenkwartiertje soms wel vijf keer geïnformeerd naar het dagprogramma van John Major. Daarom verwijst hij tijdens het vragenkwartier zo vaak naar “het antwoord dat ik zojuist heb gegeven”. Om te voorkomen dat hij zijn agenda vijf keer herhaalt.

Dobbs vindt dat er “een einde aan die farce moet komen omdat het doel van het vragenkwartier volstrekt uit het oog is verloren”. Maar voor de traditionalisten in het parlement is de vragensessie heilig. Ze spreken over “een hoeksteen van de constitutie”. Een beetje overdreven, meent Philip Norton, academisch specialist in parlementaire kwesties. De wortels van het ritueel reiken weliswaar meer dan honderd jaar terug, maar de sessie in haar huidige vorm is een recente vondst.

Pas sinds 1961 kan een premier twee keer per week op elk onderwerp aangesproken worden. Pas nadat in 1989 de tv-camera's in het Lagerhuis hun entree deden, is het vragenkwartier uitgegroeid tot dé publieke confrontatie waarin een partij zich profileert.

De proef die de kamercommissie voorstelt zal de uitwisseling van beledigingen tijdens het vragenkwartier niet stoppen, hooguit stremmen.

Op donderdag zouden voortaan alleen maar inhoudelijke vragen gesteld mogen worden, die ten minste 27 uur tevoren bekend zijn. Op dinsdag zou een eind komen aan de schijnvertoning van de open vragen: parlementariërs kunnen meteen tot hun vervolgvraag overgaan.