'Douane-unie met EU is motor voor liberalisering in Turkije'

Tussen Turkije en de Europese Unie bestaat vanaf 1 januari 1996 een douane-unie als het Europese parlement de overeenkomst dit najaar ratificeert. De economische integratie is volgens een woordvoerder van een organisatie van grote Turkse ondernemers een belangrijke stap in een historische ontwikkeling, de opening van Turkije naar het Westen. “Economische liberalisering is de motor voor politieke hervormingen.”

Als je een grondige analyse maakt van wat de voorgenomen douane-unie tussen Brussel en Ankara in Turkije teweeg zal brengen, dan kom je tot de conclusie dat het vrijhandelsakkoord niet alleen een puur economische aangelegenheid is. Het geeft vooral verder richting aan de politieke, culturele en geo-strategische ontwikkelingen in dit land.''

Pekin Baran is aimabele man, die welbespraakt getuigt van zijn enthousiasme voor de economische integratie van Turkije in de Europese Unie (EU). “Het is een belangrijke fase in een historische evolutie, die de vorige eeuw met de oriëntatie van Turkije op het Westen is begonnen”, zegt Baran. Als het Europese Parlement het akkoord in het najaar ratificeert, dan gaat de douane-unie op 1 januari 1996 in. Dat ja-woord hangt af van de mate waarin Turkije er de komende maanden in slaagt ingrijpende democratische hervormingen door te voeren. Baran schat de kansen daarop voorlopig op 50-50.

Tussen 1970 en 1980 bracht de president-directeur van Denizilik Anoniem Sirketi, een scheepvaartonderneming in Istanbul die voornamelijk olie en graan vervoert, een belangrijk deel van zijn tijd in Rotterdam door. “Nederlanders komen vrij bot over, maar door de jaren heen ben ik onder de indruk geraakt van de enorme toleratie die daarronder schuilgaat.” Baran is vice-voorzitter van de commissie buitenlandse betrekkingen van TÜSIAD, de organisatie van de belangrijkste ondernemers in Turkije.

“Het grootste deel van het Turkse volk verwacht meer van de douane-unie dan simpelweg een vrijhandelsakkoord met de vijftien lidstaten van de EU”, aldus Baran. “Velen hopen zich zo de waarden eigen te maken, die ons de mogelijkheid bieden om een andere dialoog met de rest van de wereld, met name Europa, tot stand te brengen. Deze waarden hebben vooral een politieke grondslag. Ze zijn gebaseerd op democratische, dus individuele vrijheden. Turkije is altijd een staatsgeleide samenleving geweest, waarin de macht in één hand was. In het Ottomaanse tijdperk vertegenwoordigde de sultan zowel de politieke als de religieuze macht. Dat vind je niet terug in de Europese geschiedenis: daar was al veel langer een scheiding tussen kerk en staat. Atatürk (de Turkse hervormer, red.) introduceerde in 1923 bij de oprichting van de Turkse republiek voor het eerst, hoe beperkt ook, regels voor individuele vrijheden. In de islam bestaat het idee van de individu niet. Je wordt niet geacht een eigen identiteit te hebben. Je maakt slechts onderdeel uit van het grote geheel.

“De volgende fase in dat historische proces kreeg gestalte gedurende de jaren tachtig toen wijlen president Özal aan de macht was. Zijn economische hervormingen - invoering van het marktmechanisme dat het naar binnengekeerde Turkje openbrak - bood tevens verdere mogelijkheden voor politieke vrijheden. De douane-unie zie ik als het slotstuk van die historische evolutie. Het zal het leven in Turkije enorm beinvloeden en veranderen. Het valt te vergelijken met ingrijpende maatregelen gedurende de eerste jaren van de republiek zoals de overstap van het Arabische op het Latijnse schrift of het afschaffen van de fez.”.

U meent dat de economische hervormingen van Özal meer hebben bijgedragen aan de democratische ontwikkelingen van Turkije dan menigeen zich wellicht bewust is?

“Het creëeren van economische vrijheden is in een samenleving de motor voor politieke hervormingen. Economische liberalisering heeft een sneeuwbaleffect: het leidt tot geleidelijke politieke liberalisering, tot sociale veranderingen, waarbij de vrijheid van het individu aan de oppervlakte komt. Het dilemma waarin Turkije vandaag verkeert, is dat in de westerse wereld, althans ik krijg die indruk, het idee bestaat dat je die politieke veranderingen kunt afdwingen en versnellen. In het Westen begrijpt men niet dat het hier om een evolutie gaat. Landen als Turkije kunnen niet in een nacht democratisch worden. Democratisering is de uitkomst is van een proces, van een accumulatie van processen.”

De douane-unie is dus vooral een motor om Turkije's oriëntatie op het Westen te verstevigen. Is dat een opinie die ook door de verschillende politieke partijen in Turkije wordt uitgedragen?

“Deze opvatting is diepgeworteld in Turkije. Dankzij Atatürk spiegelt Turkije zich in belangrijke mate aan het Westen. Aan de andere kant wenst niet iedereen in Turkije zich in deze analayse te vinden. De pro-islamitische Welvaartspartij kiest voor een economisch samenwerkingsverband met de islamitische landen. Daarnaast zijn er conservatieve krachten binnen de staat die zich sterk verzetten tegen een gereduceerde invloed van het centrale gezag in Ankara, wat onvermijdelijk plaatsvindt als je mensen meer economische en vervolgens meer democratische vrijheden moet toekennen.

“Het standpunt van de Welvaartspartij is duidelijk: we hebben geen boodschap aan het Westen. Ik moet bekennen dat ik in een shock verkeerde toen deze religieuze partij in maart vorig jaar bij de gemeenteraadsverkiezingen een geweldige winst behaalde. Geleidelijk kwam er evenwel een bijna sirene rust over me. Als we een pluriforme democratie willen worden, dan moeten we leren omgaan met de politieke en sociale realiteit dat een deel van de samenleving volgens de islamitische principes wenst te leven. Het is een geweldige uitdaging om deze visie met de democratie te verenigen. Als ons dat lukt dan zijn we opnieuw, evenals na de scheiding van kerk en staat door Atatürk, een voorbeeld voor andere landen.”

Aan de andere kant heeft de voortdurende druk vanuit Brussel om te democratiseren geleid tot een versterking van de nationalitische gevoelens in Turkije.

Dat is een ontwikkeling die zich niet alleen in conservatieve kringen aftekent, maar ook in kringen links van het midden. Hoe valt het te verklaren dat er een klimaat is ontstaan dat men zich enerzijds niet van het Westen wenst af te keren en via de douane-unie de integratie zelfs wil bevorderen, maar dat men zich tegelijkertijd nationalistischer opstelt?

“Dat is een natuurlijk proces. De relatie tussen Brussel en Ankara valt te vergelijken met die van twee partners. De ene partner mag dan wat langzaam zijn in het zich eigen maken van bepaalde waarden, maar als de andere partner ongeduldig en geirriteerd wordt en de druk opvoert, dan lokt dat een reactie uit. Een relatie vraagt om tolerantie en begrip. Ik heb evenwel de indruk dat het Westen de laatste tijd juist weer wat meer begrip aan de dag legt met betrekking tot Turkije.”

Nog niet zo lang geleden waren de ondernemers in Turkije minder gecharmeerd van de douane-unie dan de politiek. Nu lijkt het omgekeerde het geval. Ondernemers creëeren zelfs hun eigen overlegorganen met Brussel om het vrijhandelsakkoord tot stand te brengen. Wat is daarvan de oorzaak?

“Minder dan 15 jaar geleden was de douane-unie een zeer omstreden kwestie bij de Turkse ondernemers. Nu zie je dat ze zich, vooral dankzij de economische hervormingen van Özal, in belangrijke mate op de wereld zijn gaan oriënteren. De industrie die tot 1980 vrijwel geheel voor de binnenlandse markt produceerde, verbreedde haar afzetmarkt. De ondernemers hebben enig vertrouwen in zichzelf opgebouwd.

“Dat betekent niet dat we ons niet realiseren dat we met de douane-unie moeilijke tijden tegemoet gaan. Het is namelijk niet mogelijk om nu al precies vast te stellen wat voor gevolgen het vrijhandelsakkoord precies in welke sectoren zal hebben. We weten alleen dat we de oorlog op sommige fronten zullen verliezen en dat we op andere fronten zullen zegevieren. We zijn genoodzaakt een nieuwe balans te vinden in onze relatie met de EU. Maar als ik naar het verleden kijk dan heb ik goede hoop dat de Turkse ondernemers met deze problemen kunnen omgaan. Ze zijn er immers aan gewend om onder moeilijke omstandigheden te operen, dat heeft hen flexibel gemaakt.”

U bepleit begrip en tolerantie in de verhouding tussen Brussel en Ankara. Soms krijg ik de indruk dat ook Ankara zich dat wel wat meer mag realiseren. De Turken hebben steeds vaker de neiging om zich te beroepen op hun unieke geografische positie, wat ze als wisselgeld gebruiken om zich niet geheel aan de in het Westen geldende waarden en normen te hoeven conformeren en toch bij Europa te horen.

“Volgens mij is het juist een grove fout geweest dat Turkije zich tot nu toe zo weinig gelegen heeft laten liggen aan die unieke positie. Tot de periode-Özal volgde Turkije in het buitenlandse beleid geblindoekt Amerika en Europa. Zij gaven ons de rol van gekwalificieerde soldaat op de zuidelijke flank van de Westerse wereld en wij voerden die uit. Dat leidde er toe dat we zelfs niet in staat waren om goede betrekkingen met de islamitische landen tot stand te brengen. Dat Ankara zich nu bewust is van zijn geo-strategische positie is ook in het belang van het Westen omdat het Turkije actiever maakt en stimuleert om zijn internationale verplichtingen na te komen. Dat is immers precies wat met name de Verenigde Staten van ons eisen: het verstevigen van onze relaties met de islamitische landen van Noord-Afrika en het Midden-Oosten tot aan de ethnische Turken in Centraal-Azië.

“De ontwikkelingen in Turkije kunnen de EU anderzijds van dienst zijn bij de formulering van haar toekomstige politiek met betrekking tot de landen rondom de Middellandse Zee. Het gaat hier voor een langrijk deel om (moslim)staten die nog niet half zo ver zijn in hun democratische proces als Turkije. Brussel moet beslissen of het een gesloten club wenst te zijn, waar je slechts wordt getolereerd als de je je volledig kunt identificeren met de geldende waarden en normen, of dat het kiest voor een constructieve dialoog met deze landen. Maar hoe is de EU tot dat laatste in staat als men zelfs grote problemen heeft in de relatie met Turkije?”