Als je binnenkomt weet je wat het kost

“Al rij je met 180 over de Willemsparkweg hier voorbij, één blik op deze etalage is genoeg om te weten of deze kleding jouw smaak is of niet. Dat onderscheidingsvermogen is kenmerkend voor onze klanten. Het is wel een heel bewust deel van de markt waar wij voor werken: ze weten wat ze willen. Onze etalage werkt tot op zekere hoogte als een zeef. We zetten er geen prijzen bij, dat staat zo bot, en bovendien: als dit je aanspreekt kom je toch binnen, en waarschijnlijk heb je ook enig idee van wat het zal kosten.

Eigenlijk is dit van opzet een traditioneel modebedrijf zoals er in Nederland bijna niet meer bestaat, met drie vennoten, een winkel en een studio. Mattie Couperus - ja, zo heet ze echt - ontwerpt de collecties in de studio, een paar honderd meter hier vandaan. Zoals alle couturiers maakt zij twee keer per jaar een monstercollectie, en dan gaan wij bij ons eigen bedrijf 'inkopen'. Van de ongeveer zestig modellen uit één zo'n monstercollectie wordt gemiddeld de helft in produktie genomen en komt in de winkel. Dat betekent dat we doorlopend een dialoog met elkaar voeren, waarbij we elkaar beurtelings afremmen en opstoken. Soms bedenkt Mattie als ontwerper dingen waarvan wij denken dat ze in de praktijk moeilijk zullen verkopen. Dat kan echt tot in de details gaan, over de keuze voor een bepaalde stof of over een roklengte van twee centimeter meer of minder.

We hebben ook alles zelf aan de vormgeving en inrichting van de winkel gedaan, van het renoveren van de pui tot en met de drie houten kledingstandaards in de etalage. We maken ook zelf onze uitnodigingen. Ze zijn elke keer verschillend van formaat en papiersoort. De eerste was bedrukt met een tekst van Mies van der Rohe, een andere bijvoorbeeld een afdruk van de plattegrond van het zeventiende-eeuwse Amsterdam op rijstpapier. Het is altijd leuk als klanten dan vragen: welk grafisch bureau verzorgt jullie drukwerk?

De kleding wordt ook in Nederland geproduceerd, deels omdat je er dan goed op kunt toezien maar vooral omdat de series te klein zijn voor de producenten in de lage-lonenlanden. Ze zien je al komen met je bestelling voor vijf stuks per model, de hoorn ligt erop voordat je bent uitgesproken. De kleine series zijn ook een deel van de charme. De stijl ervan omschrijf ik als 'progressief klassiek', of beter nog kleren voor de moderne vrouw. Mattie zelf heeft een mooie typering in het Engels geschreven: 'A woman dressed in Mattie Couperus always looks good, never overdressed and very female'. Niet feminine, maar female - dat is belangrijk nuanceverschil. We horen vaak van klanten dat deze kleding goed is voor hun zelfvertrouwen.

Vaste klanten? Niemand heeft toch in de jaren negentig nog vaste klanten? Je kunt hoogstens hopen dat mensen die iets bij je gekocht hebben dat zo mooi vinden dat ze nog eens langs komen, en misschien wat kopen - ze kunnen net zo goed beslissen een huis te kopen of een dure vakantie te nemen. Altijd weer het examengevoel.

We bestaan nu acht jaar en merken dat onze kleren een verleden beginnen te krijgen. Mensen hechten zich eraan en vertellen het door. We onderhouden een pittige relatie met onze klanten, bijvoorbeeld door eerlijk te zeggen wat we ervan vinden als ze iets passen of door een ander model te suggereren. Kijk, het heeft geen zin jou een lange rechte rok te laten passen want het staat je toch niet.

Het bizarre van deze kunstvorm, want dat is mode, is dat je als maker niets te vertellen hebt. De klant beslist, eerst aan de hand van de verhouding tussen het kledingstuk en het eigen lichaam en - pas in de tweede plaats - aan de hand van de portemonnee. Jawel, Nederlanders gaan over het algemeen zuinig en slecht gekleed, maar er is een groeiende groep die wel behoefte heeft aan mooie kleding. Er is duidelijk vraag naar deze on-Nederlandse uitstraling. We werken op kleine schaal, maar op hoog niveau.''