Vrij Dutchbat komt in Zagreb op adem; 'Toen ik mijn zoontje hoorde lag ik jankend in mijn viertonner'

ZAGREB, 17 JULI. Enkele uren na aankomst in Zagreb maken de 55 Nederlandse militairen die van dinsdag tot en met zaterdag door de Bosnische Serviërs in gijzeling zijn gehouden, een betrekkelijk ontspannen indruk. Met gebruinde en rood verbrande koppen zitten ze op het terras van het rood-wit-blauw en oranje versierde Holland Huis. In deze Nederlandse enclave in het VN-kamp Pleso, vlakbij de luchthaven van Zagreb wordt er weer hardop gelachen. Het vooruitzicht dat zij binnen afzienbare tijd thuis zullen zijn, na meer dan een half jaar Bosnië, verschaft de militairen - veelal twintigers - een opgelucht gevoel.

Als enige van de 55 “onvoorwaardelijk” vrijgelaten blauwhelmen, mag sergeant eerste klas Johan Bos de pers te woord staan. Op een persconferentie, gistermiddag op het terras van het Holland Huis, zegt de 31-jarige plaatsvervangend commandant van een anti-tankpeloton, dat hij niets mag zeggen. Zijn superieuren hebben een spreekverbod over de gijzeling uitgevaardigd om de veiligheid van de bijna driehonderd achtergebleven leden van Dutchbat niet in gevaar te brengen. Bos, geflankeerd door luitenant-generaal H.A. Couzy, bevelhebber van de landmacht, beperkt zich tot het optillen van een tipje van de sluier: de gevangenschap in de door Serviërs beheerste stad Bratunac kende “positieve en minder positieve momenten”.

Couzy, gisteren met een F-27 vanuit Nederland overgevlogen, beoordeelt de lichamelijke en geestelijke conditie van teruggekeerde militairen als “goed”. “Ik ben diep onder de indruk van hun houding”, zegt hij kort na persoonlijke gesprekken met jongens van het dertiende infanteriebataljon van de luchtmobiele brigade.

De iets eerder uit Bosnië teruggekeerde groep van twintig Nederlandse blauwhelmen werd bij Zvornik overvallen door Bosnische Serviërs. Ook zij worden vanmiddag in Nederland verwacht. Couzy wil niet zover gaan te beweren dat zijn mannen bestolen zijn, ook al moesten ze voertuigen, wapens en privé-bezittingen bij de Bosnische Serviërs inleveren. Een krachtiger uitlating dan “ze hebben het niet meer”, zit er niet in. Ook Couzy wil de Bosnische Serviërs niet ontrieven en daarmee de achtergebleven Nederlanders in gevaar brengen. De verwachting is immers dat zij aan het eind van deze week Srebrenica mogen verlaten.

Tijdens de persconferentie bij het Holland Huis loopt Couzy op eieren. In het verleden uitte hij regelmatig openlijk kritiek op politieke beslissingen over de Nederlandse inzet in het voormalige Joegoslavië. Gisteren, in Camp Pleso, hield hij zich daar verre van. Hij stelde zich uiterst bescheiden op. “Ik heb in het verleden slechts advies gegeven en ik heb het gevoel dat ik als adviseur serieus word genomen. Het heeft geen zin daar in deze context op in te gaan.” Voor zover er bij Couzy kritiek te bespeuren valt, richt hij zich op de Verenigde Naties. “Ik betreur het dat we niet de mogelijkheden hadden om de enclave te verdedigen.”

Sergeant Bos is na afloop van de persconferentie wat spraakzamer. Hij vertelt hoe de groep van 55 via de Wereldomroep tijdens de gijzeling voortdurend op de hoogte bleef van de ontwikkelingen, ook van die aan het thuisfront in Nederland. Op de radio hoorden de gijzelaars hun familie en vrienden, zelfs tot in de bus op de weg naar de vrijheid, die via Novi Sad en Belgrado naar Zagreb leidde. Het laatste traject, tussen de Servische en de Kroatische hoofdstad, werd per vliegtuig afgelegd.

Op het terras wisselen twee militairen, uit elk van de twee teruggekeerde groepen hun recente radio-ervaringen uit. De jongste van de twee had zijn vrouw gehoord, de ander zijn zoontje. “Zij vroegen aan hem wat hij van zijn vader vond. 'Fantastisch', zei hij. Toen ik dat hoorde kreeg ik het helemaal te gek. Ik lag te janken in mijn viertonner.”

Aan het eind van de middag roept Bos zijn mannen bij elkaar voor een reeks huishoudelijke mededelingen. Het klaverjassen, het lezen van strips, het tv-kijken en de computerspelletjes worden even gestaakt. Bos vraagt de gegijzelde militairen hun wapennummer op te geven. Het betreft de administratieve afhandeling van het inpikken door de Bosnische Serviërs van de Nederlandse wapens. Financieel brengt Bos het goeie nieuws dat na de avondmaaltijd het voorschot zal worden uitbetaald. Het slechte nieuws is dat per persoon nog 25 Duitse mark aan de leiding moet worden terugbetaald. Navraag naar de reden van deze transactie levert aanvankelijk stilzwijgen op. Uiteindelijk krijgt een van de militairen toestemming opheldering te verschaffen. De Bosnische Serviërs hebben op de valreep 'boodschappen' voor de gegijzelde Nederlanders gedaan. Degenen die de Nederlanders enkele dagen tevoren nog hadden aangevallen, zorgden ervoor dat de blauwhelmen het oorlogsgebied met sigaretten, drank en snoep konden verlaten.

Aan het begin van de avond komt generaal Couzy in het Holland Huis de boodschap brengen waar alle blauwhelmen zolang naar hebben uitgekeken: “Maandagmiddag zijn jullie thuis.” Bij een van de militairen is er meer dan blijdschap: “Dan pas zullen de ervaringen van de afgelopen tijd naar boven komen.”