VN missen zeker 10.000 inwoners van Srebrenica

SARAJEVO, 17 JULI. Van de naar schatting 42.000 inwoners van Srebrenica worden er nog tien- á vijftienduizend vermist. Het gaat daarbij in overgrote meerderheid om mannen en jonge vrouwen.

In de omgeving van Tuzla zijn nu 23.000 uit Srebrenica verdreven moslims ondergebracht. Het afgelopen weekeinde zijn hun woonomstandigheden sterk verbeterd: er is voedsel en water en er zijn tenten opgezet op de luchthaven van Tuzla, waar nog 5.700 vluchtelingen bivakkeren. De anderen zijn ondergebracht in scholen en leegstaande gebouwen in de omgeving van Tuzla.

Volgens de Bosnische regering houden de Bosnische Serviërs in totaal 5.250 mannen uit Srebrenica vast in Bratunac en in drie of vier andere plaatsen in de buurt van de ingenomen enclave. De Bosnische Serviërs hebben eerder laten weten dat wordt onderzocht of zich onder hen “oorlogsmisdadigers” bevinden. Na langdurige onderhandelingen met de militaire leiding van de Bosnische Serviërs heeft het Rode Kruis toestemming gekregen hen te bezoeken. Maar voorlopig, zo lieten de leiders van de Bosnische Serviërs weten, kan van zo'n bezoek “wegens veiligheidsomstandigheden” geen sprake zijn. Een hulpkonvooi voor de gevangen moslim-mannen van Srebrenica werd dit weekeinde door de Bosnische Serviërs teruggestuurd.

Het lot van de mannen uit Srebrenica baart internationale hulpverleners grote zorgen, gezien de reputatie van de Bosnische Serviërs wat de behandeling van hun tegenstanders of vermeende tegenstanders betreft. Dat geldt zo mogelijk nog sterker voor de duizenden jonge vrouwen die bij de uittocht van de verdreven inwoners van Srebrenica zijn achtergehouden.

De EU-commissaris voor humanitaire aangelegenheden, Emma Bonino, die de vluchtelingen in Tuzla bezocht, beschuldigde de Bosnische Serviërs van “genocide”. Ze zei dat de Bosnische Serviërs zich schuldig maken aan “een grote misdaad” door internationale waarnemers en het Rode Kruis geen toegang tot de gevangen inwoners van Srebrenica te geven.

De Bosnische Serviërs houden in Bratunac ook nog 46 gewonden vast. Het Rode Kruis heeft met de Bosnische Serviërs afgesproken dat de lichtgewonden van Bratunac worden overgebracht naar Tuzla en dat de zwaargewonden worden overgebracht naar ziekenhuizen in Servië. (Reuter, AFP, AP) Een onzer redacteuren meldt vanuit Tuzla: Minister Pronk van ontwikkelingssamenwerking, die dit weekeinde de vluchtelingenkampen rond Tuzla bezocht met een team specialisten van Defensie om te kijken hoe de twintig miljoen die het kabinet beschikbaar heeft gesteld voor noodhulp het best kan worden besteed, zei zich grote zorgen te maken over de mannen die in Bratunac gevangen worden gehouden. “Er zijn schoten gehoord uit de omgeving van Bratunac. We vrezen het ergste. Het kabinet ervaart dit als een speciale verantwoordelijkheid van Nederland.”

Pronk, aanvankelijk zeer terughoudend tegenover de pers - “Ik kom hier niet als ramptoerist” - erkende gisteren dat de onderhandelingen met de lokale autoriteiten in Tuzla moeizaam verliepen. “Je krijgt eerst een lading verwijten en complottheorieën over je heen. De frustratie is groot omdat de veilige gebieden onveilig bleken. Dan wijs ik ze erop dat de Nederlanders in de val zaten en onvoldoende middelen hadden om de resoluties van de Veiligheidsraad na te leven, maar dat de commandant luchtsteun heeft aangevraagd op een moment dat de groep Nederlandse soldaten al in gijzeling was.”