Ook thuisfront moet 'hergroeperen'

SOESTERBERG, 17 JULI. “Iedereen heeft recht op zijn verhaal”, houdt luitenant-kolonel drs. W.J. Martens zijn gehoor in hangar één voor. “Zowel de militairen als uzelf. Neem er de tijd voor; ga niet onmiddellijk op vakantie. Militairen zitten vol met adrenaline. Probeer voor de kinderen zoveel mogelijk een normaal ritme aan te houden.”

Martens spreekt tot de ouders en andere familieleden van de manschappen van Dutchbat, verzameld voor een 'thuisfrontdag' op de vliegbasis Soesterberg. Hij is plaatsvervangend hoofd van de afdeling individuele hulpverlening van de landmacht. “Wij zijn een soort RIAGG”, licht de overste toe. Werd het leger vroeger gedomineerd door een mannencultuur waarin weinig plaats was voor emoties, de laatste jaren heeft ook de 'zachte sector' een volwassen plaats in de organisatie gekregen.

Op de thuisfrontdag, zaterdag, stak ook minister Voorhoeve van defensie de verzamelde familieleden een hart onder de riem. “Uw zonen, mannen en dochters hebben zich in de crisis voortreffelijk gehouden. Nu moeten ze terugkomen. Onze militairen verdienen een heldenwelkom. Dat zullen ze krijgen.” Voorhoeve pareerde vragen over de lichte bewapening van Dutchbat. “Ik heb nachten niet geslapen bij de gedachte dat er bij de aanval op Srebrenica veel doden zouden vallen. Met zwaardere bewapening waren er mogelijk veel slachtoffers geweest.”

Het Thuisfrontcomité van het dertiende Infanteriebataljon Luchtmobiele Brigade heeft de afgelopen maanden veel overuren gemaakt. Ouders, vrienden en vriendinnen van militairen namen deel aan een 'activiteitengroep', 'telefoonkring' of 'nieuwsbrief'. Voor de deelnemers zelf was het ook een beetje therapie. “Als je de hele dag bezig bent, loop je niet zo te piekeren”, zegt mevrouw J. Kodde uit Apeldoorn. Haar zoon kwam vorige week dinsdag al terug.

Mevrouw Kodde is betrokken bij de telefoonkring in het oosten van het land. Deze informatiedienst is welhaast militair georganiseerd. De algemeen-voorzitter wordt op de hoogte gehouden door de crisisstaf in Den Haag of het hoofd personeelszaken van de luchtmobiele brigade. Deze belt de informatie door naar vier regionale afdelingen, die elk weer vier leden hebben. Kodde, in het dagelijks leven huisvrouw: “We worden wel het telefoonpeloton genoemd.”

De telefoonkring moet vooral “een luisterend oor” zijn. De maatschappelijke dienst van het leger is er voor de 'moeilijke gevallen'. Het is Kodde opgevallen dat de buitenwereld soms betrekkelijk weinig begrip kan opbrengen voor de militairen. 'Het is toch hun vak', wordt er al snel geopperd. Dat is ook de ervaring van mevrouw Benner uit Rotterdam, de moeder van Rob Benner die de afgelopen week krijgsgevangen was. “Je krijgt heel vaak te horen: Wat zeur je toch; ze hebben er toch voor getekend, ze krijgen er toch een hoop geld voor.”

Ad Govears (53) uit Haaksbergen is vice-voorzitter van de 'Buddy'-groep van het Thuisfrontcomité. De groep verzorgt enkele redactionele pagina's van Falcon, het maandblad van de luchtmobiele brigade. Dat wordt ook door de militairen in Bosnië gelezen.

Schrijven deed Govears zeer intensief. Hij schreef zijn dochter Claudia 150 brieven waarvan er misschien zeventig zijn aangekomen. Claudia maakt sinds januari als korporaal deel uit van de stafcompagnie in Potocari. “Haar contract loopt binnenkort af, ze tekent ongetwijfeld bij.” De spanning was de afgelopen dagen in het gezin Govaers om te snijden. “Mijn vrouw loopt de hele dag met de handtelefoon door het huis. De hele dag luisteren we naar het nieuws, kijken we naar Teletekst.” Het echtpaar “schrok zich dood” toen de Serviërs dreigden Srebrenica en Potocari in de as te leggen om de NAVO van verdere luchtaanvallen af te houden. “Mijn vrouw heeft hoge bloeddruk van de spanningen, zelf loop ik 's avonds in de bossen te donderen.”

Claudia ging het leger in om te bewijzen dat ze in een mannenwereld mee kan komen. In het familiebedrijf - montage en reparatie van textielmachines over de hele wereld - is geen plek voor haar. Govears: “Ze is maar 1.60 meter en ziet er vrij jong uit. Onze monteurs zijn dure jongens, de klanten nemen zo'n meisje niet serieus. Claudia voelt zich geemancipeerd en wil via het leger een soort revanche.”

Govaers vindt dat de Nederlandse regering de militairen financieel tegemoet moet komen. Hij heeft een voorstel. “Ze betalen daar al gauw tachtig mark voor vier minuten bellen. De meesten bellen één keer per week. De kosten worden later van hun salaris afgehouden. Eigenlijk zou dat fiscaal aftrekbaar moeten zijn. Dat bellen is heel belangrijk. Als het thuisfront rustig is, zijn zij ook rustig.”

Voor de militairen zelf moet ná de slag de 'overwinning' komen, legt luitenant-kolonel Martens uit. Vooral op het gevoel van machteloosheid. 'Hergroeperen' heeft in de krijgsmacht van nu vooral ook een psychologische betekenis. “Het belangrijkste is dat een ontwrichte eenheid z'n identiteit hervindt”, doceert hij. “Daarom moet de eenheid zich eerst in Bosnië hervinden, voordat de jongens naar huis gaan.”

De ervaring heeft geleerd dat voor veel militairen thuis het gevecht pas begint. De Amerikanen deden traumatische ervaringen op in Vietnam. Ook Nederlandse Libanon-gangers, die van 1979 tot 1985 als blauwhelm stress opliepen, kregen achteraf problemen. Martens (“Ik ben psycholoog én militair”): “Tien procent van de militairen die in crisissituaties hebben geopereerd, krijgt min of meer ernstige klachten.” Het patroon van de 'Verelendung' is vaak: 'niet over de ervaringen kunnen praten, sociaal isolement, onbegrip van de omgeving, overmatig alcoholgebruik en echtscheiding.'

Om de militairen van het Dutchbat stoom te laten afblazen, hebben ze gisteren gedurende korte tijd in Zagreb in een soort emotionele quarantaine gezeten. In enkele groepssessies hebben ze over hun ervaringen kunnnen praten. Martens: “De emoties moeten hun plek krijgen. Het is natuurlijk afschuwelijk wat ze hebben meegemaakt. Reken er op dat ze zich woedend en machteloos voelen.”