James Brown drilt zijn reuzenorkest weer tot dansmachine

North Sea Jazz, Den Haag. Met o.a. James Brown en Wilson Pickett, gehoord: 15/7 en 16/7

Wie van de twee grootste soulschreeuwers heeft de tijd het best doorstaan: Wilson Pickett of James Brown? Het antwoord was afgelopen weekeinde te horen en te zien op het North Sea Jazz Festival.

Wilson Pickett mocht zaterdag om zes uur de festivaldag beginnen in het tuinpaviljoen. Maar hij liet een half uur op zich wachten terwijl zijn band zich routineus heen werkte door een bruiloftrepertoire met hits van The Temptations, Michael Jackson, Hall & Oates en The Human League. Toen Pickett, gehuld in een prachtig zwart pak met glitterrevers, eindelijk opkwam, werd het publiek ogenblikkelijk gesommeerd mee te klappen. Ook werden er al spoedig jongens en meisjes het podium opgesleurd om 'I'm In Love' mee te zingen, zodat de show veel weg kreeg van Gerard Jolings karaoke-show.

Pas toen dit achter de rug was, begon Wilson Pickett met iets dat op een optreden leek, maar in het kwartier dat resteerde kon hij, ondanks veel geschreeuw in het Beatles-nummer 'Hey Jude', de voorgaande drie kwartier niet meer goed maken. “99,5 just won't do / Gotta have a hundred”, zong Pickett nog wel in '99,5 Won't Do'. Het was het enige lied dat hij met overtuiging bracht, waarschijnlijk omdat hij hierbij aan zijn gage dacht en zelf wel vermoedde dat hij dit niet verdiende.

James Brown, die zondag de festivaldag begon in de grote Statenzaal, deed het vrijwel zonder schreeuwen. “You make me feel so good, I think I'm gonna scream”, zei hij op een gegeven ogenblik, maar hij deed het uiteindelijk niet. Toch liet hij zien dat hij ondanks zijn 67 jaar de jongere Pickett de baas is. Brown had dan ook iets goed te maken: in 1991 opende hij het North Sea Jazz Festival met een armzalig concert. Net uit de gevangenis ontslagen, had hij toen een inferieur disco-orkest ingehuurd dat weinig anders voortbracht dan gebeuk en geloei. Maar dit keer had Brown een reuzenorkest gedrild tot een volmaakte dansmachine. Het kan niet anders of Brown heeft zijn oude regime van boetes voor verkeerde noten en foutieve danspassen weer ingevoerd, zo scherp, alert en precies reageerden de 2 drummers, 2 bassisten, 2 gitaristen, 4 blazers, een toetsenist, 6 zangeressen en drie danseressen op zijn gebaren.

Anders dan de vorige keer deed Brown geen enkele poging om eigentijds te zijn, ook niet in zijn repertoire dat alleen bestond uit oud werk zoals 'Cold Sweat', 'Try Me' en 'It's A Man's World'. Alleen aan al te uitbundig dansen waagt James Brown zich niet meer, al werpt hij zich nog wel op de knieën om precies op tijd de zwiepende microfoon op te vangen. Ook het grote schreeuwen lijkt voorbij, maar dit gemis wordt goed gemaakt door zijn nieuwe leger musici dat zorgt voor niet minder dan een herleving van Browns glorietijd.

Misschien is het mode om oneigentijds te zijn, want ook rapper MC 900 FT. Jesus deed een stap terug. Hij liet zich zondagavond bij het spreken van zijn onheilszwangere teksten begeleiden door een ouderwetse band, waarin naast een gitarist, drummer, toetsenist en saxofonist een scratcher als volwaardig bandlid fungeert. Slechts af en toe maakt hij nog gebruik van een sample. Ongelijk heeft MC 900 FT. Jesus niet, want een heuse band is voor rappers waarschijnlijk toch de enige oplossing om verveeld gegaap tijdens een concert te voorkomen. Jammer genoeg kon MC 900 FT. Jesus gegeeuw niet helemaal voorkomen, toen de gitarist en toetsenspeler zich langdurig overgaven aan incoherent gefriemel dat waarschijnlijk moest doorgaan voor free jazz. Maar gelukkig keerde de band altijd terug naar de eenvoudige en doeltreffende funkloopjes, waarop de rapper met bebop-kapsel zijn uitzonderlijk goed verstaanbare verhalen kon vertellen.

Ook heel oneigentijds is WAR, de funkgroep uit het getto van Los Angeles. Twaalf jaar werd er niets meer van deze uit zwarten en latino's bestaande band vernomen, maar onlangs maakten ze weer een plaat. Zaterdag speelden ze vrijwel uitsluitend repertoire uit de jaren zeventig. 'Low Rider', 'Cisco Kid', 'The World Is A GhettO' - WAR speelde het allemaal precies zoals toen, met nog steeds de eigenaardig klinkende combinatie van mondharmonica en saxofoon in de hoofdrol. Maar het twaalfjarig bestand heeft WAR geen goed gedaan: stroef en stram klonken de nummers en nooit kreeg het publiek in de Statenhal de illusie dat ze op een feest in South Central waren.