Ik viend dat op school is te korte pauzzen

De leerlingen van S1, gemiddeld veertien jaar, hebben gemerkt dat ik op deze Achterpagina iets over hen geschreven heb. Ze zijn er trots op in zoiets belangrijks als een krant te hebben gestaan - en toch... de Marokkaanse Hasna vindt het oneerlijk dat ik alles over hen kan schrijven terwijl zij daar niets tegenover kunnen stellen. Hasna wil ook aan het woord gelaten worden.

Zouden zij, zo leg ik de leerlingen voor, minder ongelukkig zijn als zij op mochten schrijven wat zij van de Berlageschool vinden en ik dat naar de krant zou sturen? Op dit voorstel wordt enthousiast gereageerd. Ik laat de les de les en deel blaadjes uit.

'U gaat echt naar krant sturen?' vraagt Hasna.

Ik knik.

'Mag alles schrijven?'

'Je mag alles schrijven.'

Men gaat gretig aan het werk en binnen een mum van tijd heeft Hasna een half blaadje volgeschreven. Volgens haar is deze school een heel goed school omdat op Berlageschool kunnen ze heel sneel nederlands leren en heel goed.

studeren in nederland is heel anders dan marokko omdat dit is niet zo maklijk om nederlands te leren want nederlands is heel anders dan arabich. ik vind leuk om arabich te praten en de leraar mij niet begrijpen.

Dat doet ze dan ook vaak. Soms kan ik de verleiding niet weerstaan - de verleiding Hasna een plezier te doen - en vraag Nounja wat Hasna heeft gezegd. Maar Nounja laat niets los; Zarthasha, die in Pakistan wat Arabisch heeft geleerd, verraadt haar vriendin evenmin. Het drietal heeft inmiddels grote schik. Imran echter, ook uit Pakistan, staat aan mijn kant: 'Dat is hele slechte woord die Hasna zegt tegen u!' Òf Hasna ontkent dat - lachend - òf ze begint nog harder te lachen.

Sanan is het er niet mee eens dat hij van sommige leraren geen Thais mag spreken in de klas.

bijvoorbeeld mevrouw Z. ze zegt: mag niet praat jouw taal. ja dat weet ik dat mag niet praat mijn taal om les. als ik niet snap iets woorden niet ik wil vraag aan Prasit. Maar mevrouw Z. zegt: je mag niet praat jouw taal. Dat is niet goed.

De Thaise jongens Sanan en Prasit - die, vriendelijk, beleefd, opgewekt, wat mij betreft tot de aardigste leerlingen van de school behoren - hebben beiden een Nederlandse stiefvader. Dat zou ze tot voordeel kunnen strekken. Sanan, die vooral grote moeite heeft met de uitspraak van het Nederlands, heb ik wel eens gezegd dat hij thuis ook een beetje moet oefenen, met zijn stiefvader. 'Hij niet praat met mij', zei Sanan toen, 'in avond hij kijk altijd televisie.'

Min of meer hetzelfde lot is Prasit beschoren. Toen ik hem zei dat ik niet alleen zijn moeder maar ook zijn stiefvader graag eens op de ouderavond zou spreken, antwoordde Prasit dat die misschien wel mee zou komen. Misschien? 'Als niet dronken, hij komt wel,' zei Prasit bloedserieus - alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Prasit is vaak absent de eerste paar uur. 's Avonds zwerft de vijftienjarige jongen door de stad: voor één uur ligt hij doorgaans niet in bed.

Prasit vindt dat het hier op school beetje moeilijk om te praten is: dat is in sommige gevallen lastiger dan in andere: In Nederland heel veel ruzie op school. in mijn school (in Thailand) ook veel ruzie maar ik kan gewoon zelf praten tegen die jongen met mijn praten heb.

De kleine, tengere, nog erg speelse Imran duidt misschien op hetzelfde probleem als hij schrijft:

Berlageschool vind ik beetje moeilijk want die spreken niet mijn taal, en vind ik mijn vriend of jongen op deze school ook aardig, alleen maar somige kinderen. In mijn land heeft heel veel kinderen die aardig zijn. Ik kan in mijn land heel snel vrinden maken maar hier niet, hier is te moeilijk vrienden te maken.

Ik zie Imran in de pauzes meestal bij de andere Pakistaanse jongens staan: Zarthasha trekt meer op met meisjes uit andere landen, wellicht omdat haar klasgenoten Hasna en Nounja (uit Marokko), Nurdzjan (Turkije) en Nermina (Bosnië) goede vriendinnen geworden zijn.

Imran heeft ook bezwaren tegen het kleine, stenen schoolplein:

op onze scholen zijn heel groot en dat heeft een heel grote grasveld. daar kunnen wij alles spelen en eten. maar hier kunnen wij helemaal niet spelen in de pauze.

De jongen speelt nog zo graag. Aan het begin van de les tracht hij mij er altijd weer toe te verlokken - door enige charges uit te voeren - hem achterna te komen: als ik dan een onverhoedse beweging maak, springt hij watervlug opzij: het lukt me nooit hem zonder de hulp van medeleerlingen te pakken te krijgen. De kleine Daniël uit Iran zit naast hem in de bank en speelt eigenlijk nooit. Hij vindt de Berlageschool 'heel goede school', maar:

Hier op school zie ik dat veel leerlingen roken sigart en veel leerlingen brengen gevaarlijke dingen op school. de scholen op mijn land zijn ook hetzelfde maar op mijn land mag je geen sigart meenemen en ook geen gevaarlijke ding.

Daniël is de kleinste van de klas en de meest norse, de meeste stugge. Hij is moeilijk te peilen. Duidelijk is dat hij nogal conservatief is ingesteld - van allerhande losbandigheid moet hij niets hebben. Zijn grapjes zijn vaak irritant - voornamelijk vanwege het agressieve karakter ervan. Hij is het soort jongetje dat het leuk vindt je te zien schrikken wanneer hij plotseling een brandende aansteker vlak voor je gezicht houdt.

Hij vindt het vreemd dat je hier zo lang les hebt:

Hier op school moet je tot zevende uur op school zijn en dan leer je niks doordat je veel geleer hebt dat is te veel omdat dat gaat niet in je hoofd.

Verder worden door de leerlingen vooral twee zaken aangestipt: de pauzes (ik viend dat op Berlageschool is te korte pauzzen, zo verwoordt Oleg een algemeen gevoelen) en het te-laat-briefje, dat vooral bevreemding wekt. Prasit heeft hierover het meeste recht tot spreken:

deze school als ik te laat gekomen dan moet ik brief te laat halen en als ik niet naar school misschien vijf dagen, de school naar mijn bellen. dat is niet normaal en in mijn land heb geen brief te laat halen en als ik niet naar school gaat de school ook niet naar mijn bellen. dat is verschillende.