Het bier is iets te duur

Een groot schandaal in de Nederlandse horeca komt binnenkort tot een ontknoping. In het laatste nummer van Missets Horeca verklaart de nieuwe belangenvereniging Nederlands Horeca Gilde de oorlog aan de gevestigde machten in de horeca, namelijk het Koninklijk Horeca Nederland (KHN) en de Horecabond FNV. De zaak zit zo. De gevestigde machten beheersen samen de stichting 'Sociaal Fonds voor het Horecabedrijf'. Die stichting leeft van verplichte heffingen onder alle horecabedrijven in Nederland. De stichting geeft geld aan een aantal sympathieke doelen, zoals kinderopvang voor herintredende vrouwelijke horeca-werknemers en leerplaatsen in de horeca, maar bovenal geeft de stichting giften om niet aan de vrienden van de bestuurders.

De FNV-bond deelt mee welk bedrag zij graag als gift wil ontvangen. In 1993 was dat bijvoorbeeld 6,5 miljoen gulden. Toch een mooie dotatie voor een vereniging die naar schatting nog geen 10 procent van de horeca-werknemers vertegenwoordigt. Een paar ton erbij voor de Industrie- en voedingsbond CNV, die in de horeca nauwelijks leden heeft, en het geëiste totaal voor de bonden wordt bijna 7 miljoen. Om de zaak in evenwicht te houden mag daarna de werkgeversvereniging Koninklijke Horeca Nederland hetzelfde bedrag claimen uit de pot. Als zo de bedragen zijn vastgesteld door belanghebbenden, rekenen de vertegenwoordigers van vakbonden en werkgevers uit hoeveel iedere horeca ondernemer moet betalen. Dat komt in de CAO die dan via het beruchte mechanisme van de algemeen-verbindend verklaring (AVV) dwingend wordt voor ieder hotel, restaurant, café of recreatiecentrum in Nederland.

Enig rekenen leert dat de Horecabond FNV voor meer dan de helft van haar inkomsten afhankelijk is van deze jaarlijkse verplichte omslag. Alle horeca-mensen betalen daaraan mee, inclusief de geschatte 90 procent werknemers die geen lid zijn van de vakbond. Geen wonder dat de oud-secretaris van de Stichting die de verplichte omslag beheert in het tijdschrift van de FNV-bond mag verklaren: “Zonder CAO is het pas echt een jungle”. Mr. H. Hoorweg: “Ik geloof niet dat Minister Melkert de algemeen-verbindend verklaring echt wil afschaffen. Dat zou ik voor de horeca desastreus vinden”. De beheerder van de jaarlijkse gift van 14 miljoen aan vakbond en werkgeversclub bedoelt: 'Dat zou ik jammer vinden voor mijn vrienden in de vakbond en in het lobbykantoor van de werkgevers'. Want de wetten van de economie zijn nog steeds zó, dat als de verplichte bijdrage aan de vakbond verdwijnt, het pils iets goedkoper kan worden en - nog belangrijker - de loonkosten in de horeca iets kunnen dalen, zodat in totaal weer meer mensen daar een baan zullen vinden.

Als minister Melkert inderdaad de verlenging van de horeca-CAO weer algemeen-verbindend verklaart is dat ook om nog een andere reden slecht voor de werkgelegenheid. Omdat in de werkgeverclub KHN de grote bedrijven domineren, bevat de CAO de heel gedetailleerde functieomschrijvingen die passen bij grote hotel-restaurants. Eigenaar Siemonsma van een Fries wegrestaurant: “Een serveerster mag volgens de CAO geen ramen lappen en vloeren dweilen. Dat soort afspraken kan ik in een klein bedrijf als het mijne niet naleven. Kijk, dat een piccolo in Krasnapolsky zich aan de functie-omschrijving kan houden, dat geloof ik wel, maar in kleine bedrijven gaat dat echt niet”. Ook Siemonsma heeft de minister van sociale zaken daarom gevraagd om de CAO niet meer algemeen-verbindend te verklaren. Doet Melkert dat toch, dan is het slechte gevolg: minder werk in de horeca en permanente gewetensconflicten voor de eerlijke, kleine ondernemers.

Gelukkig komt de AVV van de horeca-CAO van alle kanten onder druk. Het nieuwe Horeca Gilde is tegen de verplichte bijdrage aan de vakbond; individuele ondernemers protesteren bij de minister en de vereniging Recron van de grote recreatieparken Efteling, Duinrell etc. wil ook een eigen CAO gaan maken. Waarschijnlijk start binnenkort een juridische procedure tegen het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid dat enerzijds bevestigt dat verplichte omslagen niet direct in de kas van de vakbond mogen vloeien, maar anderzijds die onwettige praktijk mogelijk maakt door de CAO dwingend op te leggen. Het lijkt er op dat de Horecabond FNV binnenkort gewoon zal moeten bestaan van contributies door de leden; tot die tijd blijft het bier 14 miljoen gulden te duur.

Op 3 juli schreef ik over het schadelijke monopolie van de CEVO, de enige instantie in Nederland die eindexamens opstelt voor het voortgezet onderwijs. Voorzitter J.Bouwsma van de CEVO reageerde prompt met een 'belofte van beterschap' voor wat betreft de wiskunde-eindexamens (NRC Handelsblad, 6 juli). Over het eindexamen Economie I schrijft Bouwsma vrolijk “op het VWO zal men nooit de echte economie onder de knie krijgen, waarvan Bomhoff gewaagt. Daar hebben we de schrijver zelf voor en Duisenberg en de Bundesbank”. Is dat een aanvaardbaar excuus voor een examenvraag waarin de leerlingen met een idioot rekenmodel moeten becijferen hoe De Nederlandsche Bank de werkloosheid kan oplossen door onze Nederlandse rente permanent veel lager dan de Duitse rente vast te zetten? De complexe werkelijkheid tot hoofdzaken reduceren is o.k., maar dat is iets anders dan aan leerlingen op het eindexamen een vraag stellen waarop het enige eerlijke antwoord luidt: 'Onmogelijk, omdat bij onze vaste wisselkoers met de Duitse mark een rente past die nauwelijks verschilt van die in Duitsland'. Maar voor dat goede antwoord kregen de leerlingen geen punten van het CEVO.

Met geen woord reageert voorzitter Bouwsma op mijn voorstel één of twee concurrende instituten ook eindexamens te laten opstellen. Niet bepaald een sterke respons, als de monopolist nog niet eens één argument kan verzinnen om zijn monopolie te verdedigen. Toch is concurrentie óók in het onderwijs goed voor de kwaliteit. Ons voortgezet onderwijs is zoveel beter dan bijvoorbeeld in de Verenigde Staten, omdat scholen in Nederland actief moeten concurreren om de gunst van ouders en leerlingen. In de VS wijst een bureaucratische instantie de leerlingen toe aan een school in hun wijk, en de gevolgen voor de kwaliteit van het openbaar onderwijs zijn rampzalig.

Concurrentie houdt scherp, en laat dan ook het CEVO concurreren om de klandizie van de scholen. Want als Cambridge in Engeland eindexamens mag aanbieden aan middelbare scholen, waarom mag Nijenrode dan niet concurreren met eindexamen-opgaven in economie en boekhouden? Of de universiteit van Leiden met eindexamens in de talen? Veel brieven van boze ouders die ik deze week ontving komen tot dezelfde conclusie. “Scholen zouden een passend beroep moeten hebben tegen instanties die zulke onzinnige of onhaalbare vragen stellen”, schrijft B. Overre uit Duivendrecht. “Het wordt tijd de CEVO zelf aan een kritische toets te onderwerpen”, stelt S. de Graaf uit Haren.

Deregulering en keuzevrijheid is niet alleen een onderwerp voor het ministerie van economische zaken en de Consumentenbond. Ook het middelbaar onderwijs bloeit bij meer vrijheid van keuze voor ouders, leerlingen en scholen.