Festival trekt recordaantal bezoekers; Knetterende Don Byron uitschieter op North Sea

North Sea Jazz Festival, zaterdag en zondag met o.a. Buckshot le Fonque o.l.v. Branford Marsalis, het Don Byron Quintet, Denise Jannah, Adrian Mears Quintet, Elvin Jones Jazz Machine, Jacky Terasson Trio en het Lincoln Center Jazz Orchestra o.l.v. Wynton Marsalis. Gehoord: 15/7, 16/7, Nederlands Congresgebouw Den Haag.

De twintigste editie van het North Sea Jazz Festival dat afgelopen vrijdag, zaterdag en zondag in het Haagse Congresgebouw werd gehouden, trok een recordaantal van 71.000 bezoekers: ruim 10.000 meer dan vorig jaar. Volgend jaar wordt het festival op 12, 13 en 14 juli gehouden.

Het North Sea Jazz Festival 1995 bood dit weekeinde gelegenheid om de projecten van de invloedrijke gebroeders Marsalis naast elkaar te leggen. Branford (saxofoon) trad zaterdag op met zijn 11-koppige band Buckshot le Fonque, zijn jongere broer Wynton (trompet) volgde zondag met diens Lincoln Center Jazz Orchestra. Een grotere tegenstelling tussen twee jazzconcerten is nauwelijks denkbaar.

Buckshot le Fonque, de schuilnaam die Cannonball Adderly ooit gebruikte om een opname te maken buiten zijn eigen platenlabel om, staat bij Branford Marsalis voor een mengeling van funk, rhythm & blues, hiphop en jazz. Nieuw is deze combinatie allerminst, maar waar zij bij collega-eclectici nogal eens verzandt in een zware geluidsbrij, werkt Marsalis een evenwichtig concept uit. Neem het stuk 'Some Cow Fonque', bekend als herkenningsmelodie van het tv-programma In bed met Van Kooten en de Bie. Het messcherpe thema, gespeeld door de drie blazers (met Branford op alt) en begeleid door slaggitaar en bonkende contrabas, is even simpel als doeltreffend; al wist het publiek niet precies wat te doen, dansen of kijken. Wie keek, zag dat Branford, ofschoon onmiskenbaar de beste solist, zich zelden op de voorgrond plaatste. Die rol liet hij gaandeweg over aan rapper Uptown, die in zijn teksten niet moe werd uit te leggen dat ook bepaalde hiphop het etiket jazz verdient. Dat geloven we nu wel.

Zondagmiddag maakte een derde broer Marsalis, Delfeayo, - als trombonist bij Elvin Jones Jazz Machine - met een vorm van ontspannen, medium tempo bebop de weg vrij voor het concert van Wynton. Het Lincoln Center Jazz Orchestra gaat nog verder terug in de geschiedenis, namelijk naar de jungle en swing van Duke Ellington, en zelfs naar de New Orleans van Jelly Roll Morton van daarvóór. Alles voortreffelijk gearrangeerd en getimed met solo's die niet te lang zijn en mooi opgebouwd. De enige twee eigen composities die het orkest uitvoerde, 'Root Groove' en 'God don't like ugly' waren in Ellington-stijl geschreven, hoewel de melodieën niet, zoals bij de oude meester, eindeloos bleven nazingen in het hoofd. Hier ligt misschien nog een uitdaging voor de 33-jarige Marsalis.

Wie zich afvraagt wat voor jazz men aan de ander kant van de aardbol speelt, kon zaterdag terecht bij het onderdeel Australische jazz. Men speelt daar ongeveer hetzelfde als aan deze kant van de aarde, zo bleek, zij het vaak met de enigszins voorspelbare toevoeging van didgeridoo - de lange houten blaaspijp van de aboriginals. De groep van de jonge trombonist Adrian Mears deed aardige pogingen tot meditatieve jazz-rock, geschikt voor in de auto, tijdens ritten door de desolate vlaktes van Australië.

Een absolute uitschieter was het optreden van het Don Byron Quintet. Byron bespeelt zijn klarinet zo knetterend en explosief, dat de vraag rijst waarom dit instrument het in moderne kwartetten nog altijd moet afleggen tegen de populaire sax. In tegenstelling tot vorig jaar, toen Byron met klezmer op de proppen kwam, laat hij in zijn huidige groep hoekige hard bop horen die te pas en te onpas buiten de paden treedt. Het publiek bleef voor de afwisseling de hele rit uitzitten.

Dat was evenzeer het geval, om andere redenen, bij Nederlands trots Denise Jannah. De zaal waar de zangeres geboekt was slibde volledig dicht. De plotselinge status die Jannah heeft gekregen naar aanleiding van haar platencontract bij Blue Note, weet zij, bijgestaan door een routineuze ritmesectie van eigen bodem, met gemak waar te maken.

Bij het trio van de Frans-Amerikaanse pianist Jacky Terasson ging het er tenslotte zeldzaam subtiel aan toe. Met name in samenspel met drummer Leon Parker ontwikkelde Terasson een vorm van kamermuziek-jazz, die door het gebruik van zacht spel en stilte, een aantal intieme momenten kende.

De hedendaagse jazz bestaat uit meer dan de door de familie Marsalis aangewezen muziekrichtingen, dat bleek overduidelijk op het North Sea Jazz Festival 1995.