Drie klappen op één oude vlieg (1)

Vroeger was iemand van honderd een collectors item waar burgemeesters en journalisten graag tijd voor vrij maakten. Tegenwoordig moet zo'n volhouder zichzelf in het zonnetje zetten, want een eeuw is niets. Vooral vrouwen kunnen moeilijk afscheid nemen: de groep van 85 jaar en ouder telt tweeënhalf keer zoveel dames als heren. Dus iedere man die promoveert naar deze demografische eredivisie, verandert vanzelf in een door velen fel begeerde Don Juan.

De oude dag, de derde jeugd, loopt uit de hand en lijkt voor de betrokkenen vaak een eindeloze kwelling: minder inkomsten, meer uitgaven voor verzorging en ziektekosten en te veel vrije tijd. Tijd voor passend (overheids)beleid, want ouderen mogen (straks) geen blok aan het been van de slinkende groep actieve werkers worden. Ze moeten financieel en qua verzorging zo lang mogelijk op eigen benen staan.

Die uitgangspunten bestrijdt niemand, maar de overheid zegt het wel eens wat vreemd. 'De regering neemt ouderen serieus', staat op een beleidsbrochure over Ouderen in Tel. Hoe serieus moeten ouderen de (lagere) overheid nemen?

Neem het Senioren Service Plan (SSP) van de gemeente Hengelo, bedoeld om het vermogen in een (bijna) hypotheekvrij huis te gelde te maken, zonder verhoging van woonlasten en risico's.

De opgewekte folder zegt het zo. 'Het plan voorziet in een aflossingsvrije hypotheek in combinatie met een levenslange lijfrente. U bent blij eindelijk van de hypotheekrente af te zijn? In deze constructie pakt de uitkering altijd hoger uit dan de rente. U betaalt dus niets, integendeel u krijgt elke maand geld toe. Het klinkt haast te mooi om waar te zijn. U kunt uw financiële voordeel gebruiken waarvoor u maar wilt.'

De gemeente suggereert het overschot te gebruiken voor een onderhoudscontract met het Sociaal Werkvoorzieningsbedrijf (extra werkgelegenheid voor langdurig werklozen, waaronder wao-ers, meldt de gemeente) en de woningbouwvereniging 'Ons Belang'.

Zo slaat een deelnemer drie vliegen in één klap: een hoger pensioen door de lijfrente, een goed onderhouden woning en langer zelfstandig wonen. Daar staan een (hypotheek)schuld en enkele nadelen tegenover. Die staan niet in de folder, terwijl je dat van een gemeente objectieve informatie aan burgers mag verwachten.

Wat is er tegen in te brengen? In het algemeen dit. Het lijkt op gedwongen winkelnering, een soort koppelverkoop. Hypotheek en lijfrente worden verstrekt door verzekeraar Avero en door het onderhoudscontract zit je vast aan het SWB en Ons Belang, die qua prijs/prestatie niet de beste van de omgeving hoeven te zijn. Die overweging geldt ook voor hypotheek en lijfrente.

In een rapport van het Amsterdamse onderzoeksbureau In'trest over oudedagsvoorzieningen staan veertig aanbieders opgesomd. De beste (Robein Leven) biedt een man en vrouw van 60 en 57 jaar een levenslange rente van 8.808 gulden per jaar voor een ton aan koopsom. De minste (Reaal) komt niet verder dan 7.272 gulden. Avero betaalt 8.200. Door die grote verschillen loont het de moeite om goed rond te kijken.

Ook de overwaarde van een huis, waarvan de hypotheek afhangt, kan tegenvallen. In het themanummer Uw eigen woning te gelde maken in de Woonconsument (van Eigen Huis) van juli 1993 staat dit. 'Hypotheekverstrekkers gaan uit van de executiewaarde, de getaxeerde opbrengst op een openbare veiling. Meestal ligt die tussen de 75 % en 90 % van de (onzekere) vrije verkoopwaarde. Wees daarom niet te optimistisch.'

De SSP-rekenvoorbeelden, gebaseerd op een hypotheek van 150 duizend gulden, laten notariskosten, afsluitprovisie (1,5 %) hypotheekbemiddelaar, taxatiekosten (samen circa 4.000 gulden) en de premie voor een mogelijke verzekering bij overlijden buiten beschouwing.

Wat blijft er over voor een paar van 75 en 70 jaar? De hypotheekrente, aftrekbaar van het inkomen, is 13.500 gulden per jaar. In het laagste 16,8 % inkomstenbelastingtarief is het jaarlijkse fiscale voordeel derhalve 2.268 gulden. De lijfrente, die doorloopt als een partner overlijdt, bedraagt 14.539 gulden. Die is volgens de saldomethode onbelast zolang de som van de uitkeringen niet meer is dan de koopsom van 150 mille; je betaalt immers geen belasting over je eigen geld. Door die fiscale faciliteiten -rente-aftrek en saldomethode- ontvangt het echtpaar 3.307 gulden per jaar of 7.789 gulden in het 50 % tarief. Na circa 11 jaar (vanaf dan uitkering belast) blijft er netto 864 en 520 gulden over. Daar gaan de onderhoudskosten (afhankelijk van type huis en staat van onderhoud) nog van af. Daarvoor moeten die twee anderhalve ton op tafel leggen.

Drie vliegen in één klap? Drie klappen op één oude vlieg!

(wordt vervolgd)