Chirac veroordeelt oorlogsverleden van hele Franse natie

PARIJS, 17 JULI. Jacques Chirac heeft de woorden gesproken die zijn voorgangers sinds de Tweede Wereldoorlog nooit konden vinden. De president van de Franse Republiek heeft voor het eerst voluit erkend dat Frankrijk mede schuldig is geweest aan de deportatie van meer dan 10.000 joden.

Frankrijk slaat daarmee een belangrijke bladzijde om van zijn traumatische oorlogsgeschiedenis. De collaboratie door het Franse regime in Vichy tijdens de jaren '40-'44 is in de naoorlogse periode gaandeweg eerlijker besproken en bekritiseerd. Maar nooit nam een staatshoofd de stap om verder te gaan dan een veroordeling van 'Vichy'. “Die zwarte uren bezoedelen voor altijd onze geschiedenis en zijn een belediging van onze geschiedenis en onze tradities. Ja, de bezetter is in zijn misdadige waanzin geholpen door Fransen, de Franse staat”, zei Chirac gisteren op een ceremonie ter herdenking van het feit dat 53 jaar geleden 13.000 joden in en om Parijs werden opgepakt en samengebracht in het Velodrôme d'Hiver. Velen kwamen niet meer terug uit de kampen.

De jaarlijkse herdenking op 16 juli is in 1992 ingesteld door president Mitterrand. Hij heeft echter nooit 'de Franse staat' verantwoordelijk willen stellen, ook al voerden 450 Franse politiemensen de razzia uit en maakte Vichy van de 'Rafle du Vel d'Hiv' een groter initiatief dan wat de Duitsers hadden verlangd. In november 1992 legde Mitterrand ondanks alles nog een krans op het graf van maarschalk Pétain. Chirac heeft besloten het verleden recht in de ogen te kijken en de lijn door te trekken naar Bosnië. “Van de shoah naar de etnische zuivering: laten wij leren van de geschiedenis. Laten wij niet de passieve getuigen zijn van het onaanvaardbare.”

Chiracs voorganger Mitterrand, die in de eerste oorlogsjaren zelf voor Vichy had gewerkt, bracht na jaren van presidentieel stilzwijgen de medeplichtigheid van het Vichy-regime onder woorden. Maar hij riep op tot nationale verzoening en hield zich aan zijn standpunt dat 'Frankrijk' niets te verwijten viel: “Ik zal geen excuses namens Frankrijk uitspreken. De Republiek heeft niets te maken met dat alles... De Franse staat, die van Vichy, was De Republiek niet. Vraag De Republiek niet de rekening te vereffenen, zij heeft gedaan wat zij behoorde te doen...”

Pag.5: Chirac wil niet weten van onderscheid tussen Vichy en De Republiek

De huidige president, die tien jaar was tijdens de Razzia van de Winterwielerbaan, heeft onderscheid tussen Vichy en De Republiek van de hand gewezen. Hij markeerde wel het verschil tussen het Frankrijk dat collaboreerde (“er kan geen twijfel meer bestaan aan het racistische karakter daarvan”) en het Frankrijk van het verzet (“recht van rug, gul, trouw aan zijn tradities (..) Dat Frankrijk is nooit in Vichy geweest.”)

Chirac bracht in herinnering dat driekwart van de in Frankrijk verblijvende joden is gered door die niet-collaborerende Franse bevolking. “Frankrijk is geen anti-semitisch land, ook al is er zonder enige twijfel sprake van een collectieve schuld.”

Anders dan zijn grote voorbeeld generaal De Gaulle en alle op hem volgende presidenten van de Vijfde Republiek hebben kunnen opbrengen, sprak Chirac over de razzia van '42 woorden die maar voor één uitleg vatbaar waren: “Frankrijk, land van de Verlichting, van de rechten van de mens, opvangland voor asielzoekers, dat Frankrijk heeft op die dag iets onherstelbaars gedaan. Het brak zijn woord en leverde zijn onderdanen uit aan hun beulen. Jegens hen bewaren wij een onbeschrijflijke schuld.”

Voor de joodse gemeenschap in Frankrijk betekenen Chiracs woorden “het einde van het verduisteren van de verantwoordelijkheid van de Franse staat”, aldus Henri Hajdenberg, voorzitter van het overleg van joodse organisaties. Jean-Marie Le Pen, tegen wiens extreem-rechtse Front National de president impliciet waarschuwde, ziet er alleen maar “het aflossen van Chiracs verkiezingsschuld aan de Franse joden” in.