'China is klaar voor vrouwenconferentie'

PEKING, 17 JULI. Peking is klaar voor de vierde wereldvrouwenconferentie van de Verenigde Naties. Dat heeft de secretaris-generaal van de conferentie, Gertrude Mongella uit Tanzania, gisteren verklaard aan het einde van een vijfdaags inspectiebezoek aan de faciliteiten voor de conferentie, die van 4 tot 15 september plaatsheeft in de Chinese hoofdstad. Volgens Mongella is de aandacht van de wereld tot nu toe te veel gericht geweest op de controverse rond de organisatie van het Forum van niet-gouvernementele organisaties (NGO's), dat tegelijk met de conferentie plaatsheeft. Het wordt tijd, aldus de Tanzaniaanse, om weer te praten over het vraagstuk waar het eigenlijk om gaat, namelijk de positie van de vrouw.

De VN-conferentie werd in april plotseling controversieel toen de Chinese autoriteiten besloten om de vergadering van de NGO's te verplaatsen van het centrum van Peking naar een stadje op het platteland, op vijftig kilometer afstand van de VN-conferentie. Volgens de critici, onder wie activisten voor de rechten van de mens, homoseksuele groeperingen maar ook leden van het VN-secretariaat in New York, trachtten de Chinese autoriteiten met die maatregel NGO's met uitgesproken standpunten van de straten van Peking te weren en de contacten tussen de bezoekers van het Forum en de gedelegeerden van de VN-conferentie tot een minimum te beperken.

Mongella zei “zeer tevreden” te zijn over de Chinese organisatie tot dusver. Over de faciliteiten in Huairou, waar meer dan 2.100 NGO's van 30 augustus tot 8 september zullen vergaderen, zei Mongella: “Het is een van de beste plaatsen die ooit aan een NGO-conferentie zijn toebedeeld.”

“Ik ben er van overtuigd dat de enige problemen die nog opgelost moeten worden, betrekking hebben op vrouwen”, aldus Mongella. “Ik draag de media op niet langer te praten over Huairou. Vrouwen hebben belangrijkere problemen dan een antwoord vinden op de vraag waar leden van de diverse delegaties een slaapplaats kunnen vinden.” Volgens Mongella moet meer aandacht besteed worden aan “permanente problemen, zoals geweld tegen vrouwen, analfabetisme en armoede”. “De conferentie in Peking zal een bijeenkomst worden van actie en plichten, we zijn het stadium van retoriek en analyse voorbij.”

Niet alle vrouwen-NGO's zijn er evenwel van overtuigd dat de problemen geheel zijn opgelost. Volgens de Nederlandse werkgroep VN-Wereldvrouwenconferentie '95, die zich bezighoudt met de voorbereiding van Nederland op de conferentie, is goed contact tussen NGO's en regeringsdelegaties van cruciaal belang. De werkgroep is van mening dat daar in Peking bij de huidige opzet geen sprake van kan zijn.

Maar ook in de Chinese hoofdstad wordt getwijfeld aan de organisatie. De Chinese autoriteiten hebben vijfsterren-hotels in Peking verplicht om hotels te 'adopteren' in Huairou en binnen zeer korte tijd de kwaliteit daarvan te verbeteren. Volgens een buitenlandse hotelmanager is dat met de komst van meer dan 35.000 vrouwen vrijwel onmogelijk. “Ons is gevraagd om hotels, die ik zelf min vijf sterren zou geven, op te waarderen, terwijl het er daar niet uit ziet. Stel je voor dat 's morgens 10.000 haardrogers tegelijk aangaan. Dan wordt het volledige elektriciteitsnet van Huairou de lucht in geblazen.”

Volgens een Westerse diplomaat heeft Mongella geen oog voor de realiteit. “De Chinese autoriteiten zijn kampioen in het mooier afschilderen dan het is. Maar achter de façade van opgelapte gebouwen gaat letterlijk een tentenkamp schuil. In het hartje van de zomer, bij 38 graden celsius, wordt van de gedelegeerden verwacht dat zij in tenten vergaderen over zaken die vijftig kilometer verderop worden gelanceerd. De vrouwen-NGO's wordt het werken gewoonweg onmogelijk gemaakt. Maar volgens Mongella is het allemaal prachtig.”