'Alleen zwemmen stompt ook af'

Het is natuurlijk geen toeval dat ik als oud-zwemster terecht ben gekomen in het zwembadwezen. Ik heb de academie voor lichamelijke opvoeding in Amsterdam gedaan, maar op een gegeven moment heb ik de studie gelaten voor wat die was en gekozen voor het zwembad. Vond ik toch leuker. Ik rolde heel makkelijk in de sollicitatie-procedure voor deze 'zwembadfunctie'. Of dat door m'n sportverleden komt? Misschien wel.

De topsport ligt ver achter me, hoewel ik het vanaf de zijlijn nog steeds volg. In '88, na Seoul, ben ik gestopt. Zo nu en dan spreken mensen me nog wel eens aan over 'toen', over de medailles op de Spelen van Los Angeles bijvoorbeeld. Dat is leuk, zolang het maar niet te vaak gebeurt. Wat nu telt, zijn gezin en werk. Heimwee naar de zwemsport heb ik daardoor niet. Het beruchte zwarte gat waar iedereen het altijd over heeft, is aan mij voorbij gegaan. Ook omdat de 'link' met de sport nog steeds bestaat, ook al bemoei ik me nu meer met het recreatieve gedeelte.

De combinatie studie en zwemmen was ideaal. 's Ochtends vóór en 's avonds na het studeren trainde ik. Af en toe kwam een van beide in de verdrukking, maar toch vond ik die afwisseling lekker. Alleen maar zwemmen stompt ook af. En bovendien, als amateursporter moet je wel. Met zwemmen alleen kom je er maatschappelijk gezien niet. Soms denk ik wel eens dat juist doordat de huidige generatie zoveel tijd in het zwemmen stopt, de tijden nu beduidend minder zijn. Ik presteerde juist beter door de 'afleiding' van de studie.

Op jonge leeftijd komen veel dingen op je af. Je bent al vroeg zelfstandig, leert met verschillende mensen om te gaan en initiatieven te nemen. Daar heb ik in mijn huidige functie baat bij. Die inzet van toen, dat per se willen winnen en het steeds verder reiken, dat is er nog steeds. Zwemmen is een individuele sport en tegelijkertijd ook weer niet, want je opereert toch voortdurend in teamverband. Dat is een belangrijke overeenkomst met m'n werkzaamheden van nu.