Ritueel oud-kampioenen: zien en gezien worden

MENDE, 15 JULI. De helden van nu lopen over tien jaar met behaarde benen door de perszaal. Het is moeilijk voor te stellen, maar als de generatie Indurain-Zülle daadwerkelijk in de voetsporen wil treden van de generatie Hinault-Fignon, dan kan ze er niet onderuit zich in de toekomst ook nog in in het Tour-circus te vertonen. De nostalgische wielersport heeft alleen maar baat bij de reünie van oud-kampioenen.

Elke morgen schudden ze elkaars hand in het promodorp van de Tour de France. De meesten worden graag gezien, sommigen stellen zich bescheiden op. Het handjeschudden en kusjesgeven lijkt voor de oud-kampioenen een soort automatisme. Enkelen verschijnen voor de camera, anderen hangen aan de bar. Het ritueel van zien en gezien worden.

Raphael Geminiani loopt nog steeds rond met dat verdwaalde zigeunerachtige gezicht. Volgens oudere journalisten lijkt hij sprekend op de doldrieste coureur uit de jaren vijftig. Roger Pingeon blijft die onopvallende man die in 1967 bijna onopgemerkt de Ronde op zijn naam schreef. En Raymond Poulidor is nog steeds een keurige man. De 'eeuwige nummer twee' hoort de spreekkoren vanachter de dranghekken goedkeurend aan. Poupou is een algemeen begrip in Frankrijk.

Bijna even populair is de in Frankrijk woonachtige Stephen Roche. De Ier schreef in 1987 geschiedenis door zowel de Giro, de Tour als de wereldtitel te winnen. Als Roche vol trots zijn buikje laat zien aan zijn veel slankere leeftijdgenoot Phil Anderson, slaat de Australiër hem giechelend op de schouders. De twee vrijbuiters hebben het gebrek aan wielercultuur in hun eigen land nooit als een nadeel beschouwd. Ze zijn miljonair geworden in een periode dat een coureur steeds meer ging verdienen. En ze kunnen nog heel lang nagenieten van hun actieve wielerloopbaan.

Roche praat met zijn karakteristieke grijns over de uitputtingsslag op La Plagne, waar hij in 1987 aan een zuurstofapparaat tot adem moest komen. Tegenwoordig is hij organisator van fietscursussen op Mallorca. In de Tour maakt hij zich deze maand verdienstelijk als televisiecommentaar voor Eurosport. Zijn stemgeluid is minder indrukwekkend dan zijn erelijst, maar Roche heeft plezier in zijn werk.

Hij zwaait naar Jan en Alleman, hij poseert voor elke fotograaf. “Waar ik het meest van geniet is het weerzien met mijn oude collega's. Vroeger had je nooit tijd om met elkaar te praten, nu gelukkig wel. Vergeet niet dat een coureur in de Tour zijn vrienden heeft. Mijn jeugdvrienden zie ik eigenlijk nooit meer. Daarvoor ben ik te vaak van huis geweest.”

Voor Phil Anderson is de aanwezigheid in de Tour een welkome onderbreking van het Australische plattelandsleven. De man met de sneeuwwitte tanden heeft een boerderij op drie uur rijden van Melbourne. Vijftien koeien bieden hem nog lang geen dagtaak. “Ik was eerst blij dat ik niet meer elke dag mijn koffers hoefde te pakken, maar afgelopen voorjaar verlangde ik weer naar de Tour. Het is soms te rustig in Australië.”

Anderson schrijft artikelen voor een landelijk dagblad en slooft zich in de persruimte uit met zijn een-vinger-systeem.. “Typen is makkelijker dan fietsen.” Als beginnend professional haalde Anderson het in zijn hoofd de grote Bernard Hinault te treiteren. In een individuele tijdrit werd Anderson door de Breton gepasseerd, om hem vervolgens weer in te halen. De actie van de Australiër was in strijd met de regels, maar het publiek kon de brutaliteit wel waarderen. Anderson heeft in totaal dertien Franse rondes uitgereden, waarmee hij op de zevende plaats aller tijden staat.

Joop Zoetemelk is de trotse lijstaanvoerder. De huidige assistent-ploegleider van de Novell-formatie heeft de Tour zestien keer uitgereden en een keer gewonnen. Afgelopen week gaf Zoetemelk acte de présence bij een veteranenwedstrijd in Le Grand Bornand. Op een foto in een regionale krant reed hij als vanzelfsprekend in de schaduw van Eddy Merckx. Voor de voormalige timmerman uit Rijpwetering is de Tour een zware opgave. “Ik houd niet van al die drukte. Geef mij maar de Ronde van Luxemburg. Daarom ben ik blij dat ik na een paar dagen weer naar huis mag.” Het gesprek met Zoetemelk wordt plotseling onderbroken als hij aan de rand van een sloot zijn oog laat vallen op een forel. De natuurmens Zoetemelk wint het van de ware wielerfan.

Bernard Hinault was tussen 1978 en 1983 de grote plaaggeest van Zoetemelk. De vijfvoudige winnaar van de Ronde van Frankrijk blinkt tegenwoordig uit in het uitdelen van handtekeningen. Hinault is pr-vertegenwoordiger van de Société du Tour de France. Elke dag staat hij op het erepodium, waar hij de ceremonie protocollair in goede banen moet leiden. “Ik geniet van de Tour, zonder dat ik me nog druk hoef te maken. Het is een aardigheidje.”

Zijn illustere voorganger Eddy Merckx heeft ogenschijnlijk minder plezier in de Tourkaravaan. Zijn gezicht blijft in een ernstige plooi. Na zijn actieve loopbaan heeft de Belg een fietsenfabriek opgebouwd. De laatste jaren is Merckx ook actief als bondscoach van de Belgische WK-ploeg. De Kannibaal wordt na elke etappe uitvoerig geïnterviewd voor de verschillende media. Soms geeft hij antwoord op vragen van Bernard Thevenet, de Fransman die hem in 1975 onttroonde in de Tour.

Thevenet geeft tegenwoordig rechtstreeks commentaar voor France 2. De Bourgondiër met de geringe uitstraling wordt in Frankrijk nog steeds op handen gedragen. “Ik was de eerste die Merckx versloeg, dat vergeten de mensen nooit. Als er nu een coureur opstaat die Indurain verslaat, wordt diegene ook extra gewaardeerd.” Vele jaren na zijn tweede Tourzege in 1977 heeft Thevenet toegegeven regelmatig stimulerende middelen te hebben gebruikt. Maar de zonde wordt hem niet aangerekend door het grote publiek. Eens een held, altijd een held.