'Niet schieten maar gewoon op kantoor in oorlogsgebied'; Baan als soldaat blijft in trek

AMSTERDAM, 15 JULI. Ze kúnnen je overhoop schieten, maar die kans is zo klein. In de banenwinkel van de Koninklijke Landmacht in Amsterdam heeft Jan de Graaf (17) net zijn sollicitatie-formulier ingevuld. Wat hij verwacht? Gewoon een baantje. School heeft hij verprutst. En voor zover hij heeft begrepen kun je bij de landmacht alle diploma's halen die je maar wil. Uitgezonden worden naar Srebrenica is “niet tof”. “Maar als het moet moet het.”

Bij de banenwinkels van de koninklijke landmacht is de belangstelling vrijwel even groot als altijd. De dood van soldaat Raviv van Renssen vorig weekeinde, beelden van gegijzelde soldaten en Nederlandse militairen die voor hun ogen etnische zuiveringen zien voltrekken; op Jan de Graaf heeft het weinig indruk gemaakt. “Daar kies je voor.”

De koninklijke landmacht ziet vooralsnog geen reden om terughoudender in de werving te zijn. Tijdens de Golfoorlog werden de advertentiecampagne in kranten en tijdschriften gestaakt en verdwenen de voorlichtingsfilmpjes van het televisiescherm. Daar vindt de landmacht het nu nog te vroeg voor.

“Dat doen we pas als de boddybags met bosjes terugkeren”, zegt kapitein P. van der Waal naast een stapel zandzakken in de banenwinkel van Amsterdam. Met de afschaffing van de dienstplicht in het vooruitzicht, moet de landmacht jaarlijks ongeveer vijfenhalfduizend zogenoemde 'Beroepskrachten Bepaalde Tijd' werven.

Kapitein van der Waal heeft zojuist in zijn camouflage-uniform aan vijftien jongens een voorlichtingsfilmpje vertoond en verteld over het leven bij de landmacht. Na afloop kreeg hij wel meer dan anders vragen in de trant van 'Hoe gevaarlijk is het nou eigenlijk helemaal?” Want de media blaast het toch altijd een beetje op, zegt Van der Waal. Nu willen die jongens het gewoon eens horen van “een vakman uit het bedrijf”. “Of het gevaarlijk is? Luister, ik zeg altijd maar zo: We zitten daar nu drie jaar met zo'n 6.000 man. Als je hier in Amsterdam 6.000 man drie jaar op een snorfiets zet, dan vallen er meer doden. Dus wat is gevaarlijk?”

Het avontuur trekt, weet Van der Waal. Vroeger gingen jongeren volgens hem na de middelbare school druiven trappen in Zuid-Frankrijk, of gefortuneerde ouders stuurden hun kinderen een jaar naar de Verenigde Staten. “De landmacht is een optie voor iedereen. Bovendien kunnen jongeren in het leger hun afgebroken studie afmaken, terwijl ze ook nog eens een salaris genieten.”

Relatief veel sollicitanten hebben alleen basisschool of voorbereidend beroepsonderwijs gedaan. In de banenwinkel hangt boven een legertent een bord met 'De landmacht is een veelzijdig, modern bedrijf met ongeveer evenveel beroepen en functies als in de burgermaatschappij'. Voor minder op avontuur ingestelde soldaten adverteert de landmacht met functies als muzikant, sportinstructeur en journalist. Bij toekomstige werkgevers in de burgermaatschappij zijn de jongeren van de landmacht zeer gewild, weet Van der Waal. “Ze hebben in een gedisciplineerde organisatie werkervaring opgedaan.”

Tussen twee sollicitatiegesprekken door vertelt de kapitein dat de tijd van ronselen voorbij is. “We geven eerlijke voorlichting. We beloven ze als het ware dat ze worden uitgezonden. Daarmee voorkom je dat ze achteraf zeggen: Ja ho eens, maar dat hebben ze mij niet verteld.”

Intussen kijkt een 19-jarige jongen uit Velzen-Noord naar een bord met de slogan 'Vredesoperaties in VN-verband vormen dagelijks nieuws'. Hij is gestopt met de MEAO. Nu wil hij iets administratiefs bij de landmacht gaan doen. “Dan hoef je niet te schieten, maar heb je gewoon een kantoorbaan in oorlogsgebied.”