Mitterrands adviseur

JACQUES ATTALI: Verbatim, deel 2, 1986-1988

518 blz., Fayard 1995, ƒ 58,50

Op 6 juni 1988 keert de Franse geheime agente Dominique Prieur onverwachts terug in Frankrijk. Prieur pleegde in 1985 samen met haar collega, kapitein Mafart, de aanslag op het Greenpeace-schip Rainbow Warrior in Auckland die het leven kostte aan een Nederlandse fotograaf. De twee Franse agenten, die doorgingen voor het echtpaar Turenge, mochten de gevangenisstraf waartoe ze in Nieuw-Zeeland waren veroordeeld, na zware diplomatieke druk van Parijs onder gerieflijke omstandigheden op een Frans atol in de Stille Oceaan uitzitten. Drie dagen voor de tweede en beslissende ronde in de presidentsverkiezingen verwelkomde kandidaat Jacques Chirac de agente Prieur op het vliegveld Le Bourget - haar was de gratie van het terugkeer naar vaderlandse bodem ten deel gevallen omdat ze zwanger zou zijn. President Mitterrand die niet van tevoren over Chiracs besluit was ingelicht, toonde zich verbaasd: “Zwanger? Sinds hoeveel minuten?”

Deze anekdote staat in Verbatim II, het tweede deel van het politieke dagboek dat Jacques Attali bijhield toen hij politiek adviseur van François Mitterrand in het Elysée was. Het eerste deel had betrekking op de jaren 1981-1985, het tweede beslaat de drie jaren die daarop volgden, eindigend met de herverkiezing van Mitterrand in juni 1988. De publikatie van Verbatim I deed destijds veel stof opwaaien, vooral omdat Attali vertrouwelijke gesprekken tussen Mitterrand en de schrijver en Nobelprijswinnaar Elie Wiesel tot woede van de laatste zonder de minste bronvermelding in zijn boek publiceerde. In het voorwoord bij het tweede deel komt Attali met geen woord terug op dit schandalige aspect van wat hij diplomatiek de 'geschiedenis van de redactie van dat boek' noemt.

Kernproeven

Verbatim II, dat in mei uitkwam, geeft evenals het eerste deel belangwekkende informatie over tal van onderwerpen die ook voor een Nederlands publiek interessant zijn, zoals de Frans-Duitse samenwerking, de snelle ontwikkelingen in de verhouding tussen Oost en West - het zijn de jaren van Gorbatsjov - en de onderhandelingen over wapenbeheersing, die tot het INF-verdrag zouden leiden (de verwijdering van de nucleaire wapens voor de middellange en korte afstand in Europa). Vooral de weergave van Mitterrands gesprekken met Kohl, Reagan, Thatcher en Gorbatsjov is de moeite waard en soms zelfs fascinerend, niet het minst door de koele afstandelijkheid en kennis van zaken bij de Franse president.

Attali's notities zijn echter vooral interessant omdat ze inzicht geven in de aard van de samenwerking tussen de socialistische president en zijn neo-gaullistische premier Chirac, die tenslotte enige weken geleden als staatshoofd werd gekozen en prompt zijn visitekaartje afgaf met de aankondiging dat de Franse kernproeven op het atol Mururoa zullen worden hervat. De voortdurende bittere machtsstrijd tussen president en premier, met listen en laagheden, over het politieke beleid en vooral ook over benoemingen, geven inzicht in zowel de bijna-almacht van het Franse presidentschap als de karakters van de beide protagonisten. Attali schrijft dat Mitterrand tot mei 1988 van mening was dat Chirac 'te onvoorspelbaar' was om een goede president te zijn en dat dit een van de motors van zijn eigen kandidatuur voor herverkiezing was.

De terugkeer van geheim agente Prieur viel in de week voor de beslissende verkiezingsdag samen met twee andere opmerkelijke gebeurtenissen. De laatste drie Franse gijzelaars in Libanon kwamen ook vrij - Attali suggereert dat Chirac daarover geheime afspraken met o.a. Iran had gemaakt. Chirac gaf ook opdracht de Franse gendarmes te bevrijden die door separatisten in (Frans) Nieuw-Caledonië in een grot waren gegijzeld. Bij de bloedige actie kwamen, volgens de bekendmaking van de regering-Chirac, 'twee Fransen' (gendarmes) en 'negentien anderen' (separatisten, maar niettemin ook houders van een Frans paspoort) om. Het commentaar van Mitterrand was: “Dit is een zeer pijnlijke geschiedenis, 21 doden, laagheid, meineed en leugens... voor honderdduizend stemmen. Men behaalt geen stemmen met geld en bloed.” Mitterrand kreeg gelijk, hij werd herkozen en kandidaat Chirac moest nog zeven jaar geduld oefenen.