Maar komt daarmee slechts gedeeltelijk tegemoet aan Spaanse eisen; Gibraltar smoort smokkelopstand

GIBRALTAR, 15 JULI. Kanongebulder galmt door de baai van Algeciras. In de haven van Gibraltar - de Britse kroonkolonie die al bijna drie eeuwen een doorn in het oog is van zijn Spaanse buren - vuurt de HMS Calpe twee saluutschoten ter herinnerinnering aan de gevallenen in de Tweede Wereldoorlog. Stram in het gelid, op de strakke maat van de marsmuziek, paraderen de met medailles behangen veteranen door de Main Street van het stadje. Duizenden bewoners van de Britse kolonie applaudiseren zij aan zij met dagjesmensen die de grens met Spanje zijn overgewipt, terwijl de stoet van oud-strijders onder aanvoering van een regiment Gurka's door de hoofdstraat paradeert.

Gibraltar is massaal uitgelopen om de eilandbewoners die vijftig jaar geleden de rots verdedigden de eer te bewijzen die hen toekomt. De Britse Kroon is overgevlogen in de persoon van Prins Andrew. De hertog van York inspecteert in smetteloos marine-kostuum de troepen, de toeschouwers neuriën eendrachtig mee met het Land of Hope and Glory van de militaire kapel. De boodschap mag duidelijk zijn: Gibraltar staat pal tegenover de aanhoudende druk van Spanje.

De herdenkingsplechtigheden deze week vormen een goede gelegenheid voor de inwoners van Gibraltar om de spanningen af te reageren na de opstand van de smokkelaars die vorig weekeinde uitbrak in de smalle straatjes van het eilanddorp. Deze volgde nadat de regering van Gibraltar na veel getreuzel besloot de gevreesde “ribs” - half-opblaasbare speedboten - te verbieden. Volstrekt onverwacht legde de politie beslag op 55 van deze boten, waarmee de smokkelaars traditioneel hun hasj-transporten vanuit het 15 kilometer verderop gelegen Marokko organiseren.

In reactie trokken honderden smokkelaars woedend de straat op en bekogelden de oproerpolitie met stenen en molotov-cocktails. Op zijn beurt sloeg de politie er flink op los. In totaal vielen er zestien gewonden, voornamelijk onder de demonstranten, 42 mensen werden gearresteerd en opgeborgen in het politiestation New Mole House. Een deel kreeg huisarrest met het oog op het prinselijk bezoek. Met succes, want de smokkelaars, herkenbaar aan hun overmatig getatoeëerde lichamen en snelle auto's zijn in geen velden of wegen te bekennen tijdens de herdenkingsplechtigheden.

Dat de politie hier en daar wat met de handjes wapperde werd overigens goedkeurend gadegeslagen door verreweg de meerderheid van de Gibraltaresen. Een breed collectief van organisaties organiseerde woensdag een aanhankelijkheidsdemonstratie voor de Gibraltarese regering van de socialistische premier Joe Bossano. Ongeveer negenduizend demonstranten, grofweg een derde van de totale populatie van het schiereiland vroeg een harde aanpak van de smokkelboten die Gibraltar als uitvalsbasis gebruiken. “Het werd hoog tijd dat er opgetreden werd”, zegt oorlogsveteraan en voormalig politicus Sam Benedy (90), terwijl hij zich opmaakt voor de ere-parade. Dat tijdens de smokkelaars-opstand onder meer de etalage-ruiten van de tax-free winkels in Main Street het moesten ontgelden, was al schandalig genoeg. “Maar het gaat uiteindelijk om ons imago. Het beeld ontstaat dat we hier allemaal van de smokkel leven en dat wordt door Spanje misbruikt.”

De kwestie vormt een even slepend en als gevoelig punt in de relaties tussen Spanje en het Verenigd Koninkrijk. De Britse minister van buitenlandse zaken Douglas Hurd bracht drie weken geleden een beleefdheidsbezoek aan Madrid waar hij van zijn Spaanse collega Javier Solana een schrobbering ontving die binnen de diplomatieke spelregels stevig mag heten. “We zijn zeer tevreden met de gesprekken”, aldus Solana. “Maar we moeten zien dat de woorden ook met daden gepaard gaan.”

Spanje heeft zich nooit kunnen neerleggen bij de Unie van Utrecht (1713) waarin Gibraltar voor de eeuwigheid aan Groot-Brittannië werd toegewezen. Inmiddels mag het historische militair-strategische belang van de rots vrijwel verdwenen zijn, een oplossing voor de kwestie lijkt verder weg dan ooit. De bevolking van het schiereiland - een bont mengsel van oorspronkelijke Britten, Spanjaarden en Indiërs - heeft in recente opiniepeilingen massaal laten weten niets te voelen voor aansluiting bij Spanje. Het sluiten van de grens met Spanje van 1969, toen Gibraltar zijn eigen Grondwet aannam, tot 1985, staat Gibraltar nog vers in het geheugen. De strenge grenscontroles aan Spaanse zijde, met al het oponthoud op de smalle doorgang naar het schiereiland, hebben de verhoudingen er niet vriendelijker op gemaakt. Anderzijds maakt premier Bossano - een voormalig vakbondsman die brede steun geniet - er geen geheim van dat de regering in Londen eveneens op weinig sympathie van Gibraltaresen hoeft te rekenen. Want sinds het wegvallen van het militair belang is er weinig meer van Londen vernomen op Gibraltar en vooral het ontbreken van enige financiële steun maakt de bewoners op het schiereiland er niet Britser op.

Met het voorzitterschap van de Europese Unie dat Spanje tot eind van het jaar bekleedt, staat de kwestie van Gibraltar opnieuw op de agenda. Al eerder heeft het land laten weten dat er van het ondertekenen van de overeenkomst van de gemeenschappelijke buitengrenzen geen sprake is zolang de zaak niet bevredigend is opgelost. Technisch ligt de zaak daarbij ingewikkeld. Met zijn eigen status valt Gibraltar buiten de Europese douane-bepalingen en de BTW-heffing. Daarnaast is er een oud geschil rond de luchthaven die op neutraal terrein tussen het vasteland en Gibraltar is aangelegd, maar door het schiereiland is geannexeerd.

Met de aanpak van de half-opblaasbare smokkelboten lijkt de regering van Gibraltar een eerste stap te hebben gezet om tegemoet te komen aan de Spaanse druk. Maar van verdere consessies in de vorm van een aanpassing van de grondwet en een nieuw verdrag met de Spaanse buren is vooralsnog geen sprake. Bovendien is slechts een deel van de smokkelvloot ingerekend: de zwarte speedboten met een zware motoren die worden gebruikt voor het overbrengen van de belastingvrije sigaretten naar het vasteland liggen - deels verscholen - nog altijd in de haven. “Ik heb de afgelopen nachten geen motorlawaai gehoord in de baai”, zegt een Gibraltarese toeschouwer als de veteranen-parade is voorbijgetrokken. “De smokkelaars zijn geschrokken. Maar meestal duurt zoiets niet erg lang.”

    • Steven Adolf