Louis Sclavis spannend en beheerst; North Sea Jazz kan ook zonder ritme-machines

Openingsdag van het North Sea Festival met o.a. Louis Sclavis, het Bud Shank Quartet, het Christian McBride Quartet, Sierra Maestra, het Pat Martino Quartet en een kwintet o.l.v. Paul Motian. Gehoord: 14/6. Het festival duurt t/m zondag.

Hoewel ook het North Sea Festival steeds techneutischer wordt, valt er nog steeds een route te lopen zonder op een ritme-machine of sample-box te stuiten, zo bleek gisteren op de uitverkochte openingsdag.

Dat muziek zonder zulke apparatuur niet perse ouderwets hoeft te klinken bewees de Franse rietblazer Louis Sclavis die samen met zijn landgenoot Henri Texier op bas en de Italiaanse slagwerker Aldo Romano buitengewoon spannend musiceerde. Soms neigend in de richting van volksmuziek, soms naar vrije jazz, maar altijd beheerst en vormgevoelig, demonstreerden zij zonder enig poeha enkele oeroude muzikantendeugden. Stemden alle muzikanten hun instrumenten maar zo geduldig, luisterden ze allemaal maar zo goed naar elkaar.

Bij altsaxofonist Bud Shank (1926), beginnen de jaren natuurlijk te tellen. Toch kwam hij in de Jan Steenzaal goed voor de dag, met name in Softly, as in a Morning Sunrise en in Duke Ellingtons Warm Valley, heel losjes gespeeld, zonder de ambitie om Johnny Hodges te kloppen. Shanks kwartet speelde helaas een tikje stijf, ondanks de jonge bassist Andy Cleyndert, die de potentie heeft om een ster te worden. Hij heeft een goede timing en een heel mooie toon.

Over de kwaliteiten van bassist Christian McBride is veel geschreven en dat is begrijpelijk. Wie, nauwelijks 23 jaar oud al op negentig cd's heeft meegespeeld, zal er waarschijnlijk wel iets van kunnen. Dat het beheersen van een instrument iets anders is dan het leiden van een band bleek in de Mondriaanzaal waar McBrides kwartet een nogal stuurloze indruk maakte en aan echt swingen nauwelijks toekwam. Dat de groep pas op het laatste moment was samengesteld, had daar ongetwijfeld mee te maken.

Bij het uit Cuba afkomstige Sierra Maestra gaat het om ouderwets vakmanschap. De 'sons' van dit nonet klinker weliswaar wat grootsteedser dan de voorbeelden uit de jaren dertig, maar er kan nog steeds stijlvol op worden gedanst. Niet hitsig en heftig dus, eerder hoofs een eerbiedig.

Ook bij kwartet van gitarist Pat Martino, die zich heeft ontworsteld aan aanvallen van geheugenverlies, moet de luisteraar het doen met akoestische muziek, al suggereren de voortdurend klappende deuren een flink getikte ritme-box. Een paar deurdrangers voor de Van Goghzaal, kan het North Sea budget zo'n uitgaaf nog dragen? Martino trekt zich er niets van aan en speelt bij vlagen heel poëtisch, met name in een duet met pianist James Ridle.

Gitarist Bill Frisell op het podium samen met de saxofonisten Joe Lovano en Lee Konitz, hoort dat niet in de afdeling krankzinnige ideeën? Misschien, maar dankzij de toewijding van drummer Paul Motian, de bedenker ervan, en de alertheid van bassist Marc Johnson, gebeuren er toch af en toe heel bijzondere dingen, voor wie nog openstaat voor 'mensenmuziek'.

Is het North Sea Festival een aanslag op gestel en gemoed, zoals door azijnzeikers wel eens wordt beweerd? Welnee, je moet alleen met wijsheid je route kiezen.