'Je enige tegenstander is de berg. En die berg is er altijd'

Vandaag wordt in het Franse Valleraque het Europees Kampioenschap berglopen gehouden. Bondscoach George Jeremic heeft vier Nederlandse mannen en drie vrouwen geselecteerd. Bij de mannen is Marti ten Kate de voornaamste Nederlandse bergloper. Nationaal kampioene Edith Kortekaas is de kanshebster bij de vrouwen.

LANDGRAAF, 15 JULI. Een regenachtige zondagmiddag in het Limburgse gebergte. Het eerste Nederlandse Kampioenschap Berglopen van de mannen gaat zijn beslissende fase in. Jan Korevaar, torenhoog favoriet wegens de afwezigheid van Marti ten Kate, durft te versnellen in de steile afdaling van de Wilhelminaberg. Waar minder ervaren berglopers slippend en voorzichtig remmend naar beneden gaan, passeert Korevaar ze met grote passen. Door de versnelling raakt hij uit het zicht van de nummer twee Bert van Nuenen. “En dan”, zegt Korevaar nadat hij als Nederlands kampioen is gehuldigd, “heb je als bergloper een beslissend voordeel. Want als je uit het zicht bent, is je tegenstander zijn oriëntatiepunt helemaal kwijt.”

Hij vindt berglopen daarom de meest individuele discipline die de loopsport kent. Want de prestatie is gerelateerd aan maar één maatstaf en dat is de loper zelf. “Je enige echte tegenstander is de berg. En die berg is er altijd”, zegt Korevaar terwijl hij nog eens naar de Wilhelminaberg omhoog kijkt.

Berglopen is een voorzichtig groeiende atletiek-discipline binnen de KNAU. Bondscoach Jeremic schat het aantal KNAU-leden dat aan berglopen doet op vierhonderd, naast een steeds groter aantal niet-aangesloten berglopers. Die waren voorheen vooral aangewezen op wedstrijden in het buitenland, vooral in de Alpen en het Britse laaggebergte. De laatste jaren is er in Nederland een circuit van zes wedstrijden gehouden, in lengte variërend van tien tot tweeëntwintig kilometer. De belangrijkste bergloop is de wedstrijd die elk jaar op de Wilhelminaberg wordt gehouden en dit jaar voor het eerst officieel meetelde als Nederlands kampioenschap.

“Er zijn twee soorten wedstrijden”, doceert de bondscoach, “wedstrijden die alleen berg-op gaan en die waarbij je zowel moet klimmen als dalen.” Het eerste type leidt vaak naar een restaurant aan het eind van een kabelbaan, hetgeen voor de uitbater een aardige financiële compensatie betekent in het laagseizoen van de wintersport.

Jeremic heeft vooral affiniteit met de tweede categorie wedstrijden: klimmen en dalen. Vooral het dalen een specifieke discipline is. “Alleen klimmen is gewoon een kwestie van uithoudingsvermogen, wat wij noemen: een motor.” Een loper die probeert de loper voor hem of haar berg-op te volgen heeft de wedstrijd bij voorbaat verloren. “Dan blaas je jezelf gewoon op. Maar als je moet dalen komt het aan op lef, behendigheid en vooral concentratie.” De scherpe bochten, struiken en modderige paden zorgen ervoor dat de bergloper na een beklimming geen tijd heeft om in de afdaling te herstellen van de klim. De fysieke inspanning berg-op maakt plaats voor mentale inspanning wegens de concentratie die een bergloper in de afdaling moet opbrengen.

Dat is volgens Jeremic het bijzondere aan deze loopdiscipline: “Bij berglopen moet het lichaam en dus de atleet zich aanpassen aan het parcours, aan de berg.” Als ze falen kunnen de atleten aan niemand anders dan aan henzelf de schuld geven. Maar de bondscoach heeft ervaren dat lopers de neiging hebben om bij een slechte prestatie de schuld buiten de sport te zoeken. “Een broekje dat niet goed zit of het missen van de ravitaillering, dat soort lullige dingen hoor je dan.”

Een bergloop-wedstrijd heeft minimaal driehonderd meter klimmen achtereen, en minimaal 10 procent stijgend traject: 100 meter klimmen per kilometer. Dat het een specifieke discipline is, blijkt uit het schoeisel van de lopers die op het NK als eerste finishen. Die schoen moet soepel zitten, vooral om 'lichtvoetig' te dalen. Voor zoveel mogelijk grip is een flink profiel nodig. De zolen hebben daarom kleine noppen die anderhalve centimeter van elkaar staan. Daardoor kan er geen modder tussen blijven zitten waardoor de schoen weer gladder zou worden. De achterblijvers lopen vooral op gewone (gladde) loopschoenen.

Grote afwezige op het NK was Marti ten Kate. Hij was bang om met het dalen een blessure op te lopen. Jeremic legt uit dat dit een misvatting is: “Vooral bij het berg-op lopen is de kans op blessures kleiner dan bij het lopen op het vlakke. Dat komt omdat je bij berglopen minder last hebt van de zwaartekracht, want je knieën krijgen niet bij elke pas die klap van je lichaamsgewicht te verwerken.”

Berglopen in de winter is volgens Jeremic voor de lange-baanlopers een goede aanvulling op het saaie rondjes lopen met de zomer. “Net als een dier dat in zijn winterslaap een vetreserve opbouwt, krijgt een atleet een reserve voor zijn motor.”

Hoewel het (officiële) EK ook mooi is, is de aandacht van de bondscoach en zijn pupillen vooral gericht op september. Dan is in Edinburgh het (officieuze) wereldkampioenschap en dat is in tegenstelling tot het EK een klim/daalwedstrijd. “En we hebben veel mannen en vrouwen die verschrikkelijk goed kunnen dalen”, verduidelijkt Jeremic.

De berglopers verwachten dat het EK door iemand uit de Alpenlanden gewonnen wordt, die zijn gespecialiseerd in het klimmen. Britten en Ieren zullen naar verwachting de klim-daalwedstrijd van het WK domineren. Jeremic: “De reden daarvoor is simpel: op de Britse eilanden zijn geen hoge bergen.”