Israel; In Jeruzalem gebeuren vandaag weer wonderen

TEL AVIV, 15 JULI. Het Israelisch-Arabische vredesproces is in volle gang. Het verloopt moeizaam, maar onder Amerikaanse regie worden er toch stappen vooruit gezet naar een meer ontspannen Midden-Oosten.

Voor het op gang komen van deze historische ontwikkeling zijn veel redenen aan te geven. Het uiteenvallen van het Sovjet-imperium, de Golfoorlog, grote veranderingen in de Israelische en Arabische maatschappijen en ook gewoon oorlogsmoeheid.

Historici zullen vermoedelijk nog heel lang twisten over de vraag welke factor er uiteindelijk voor heeft gezorgd dat Israeliërs en Arabieren niet meer als kat en hond tegenover elkaar staan. Misschien dat de diepste reden voor het licht aan het einde van de tunnel van het Israelisch-Arabische conflict gezocht moet worden in de psychologische gevolgen van Israels overtuigende militaire overwinning tijdens de Zesdaagse Oorlog in juni 1967.

Israel brak toen uit zijn geografische isolement. Achter de trotse gezichten van de Israelische bezetters van de Arabische gebieden ging het 'gewone' Israel schuil. Arabische en Palestijnse vooroordelen over de 'Israelische monsters' konden de toets der werkelijkheid niet doorstaan. Toen ik kort na de Zesdaagse Oorlog een Palestijn met de auto meenam naar Tel Aviv smeekte zijn moeder hem in het vluchtelingenkamp te blijven. “Ze zullen je vermoorden, ze zullen je vergiftigen in Tel Aviv.” Deze Palestijn raakte in verwarring toen hij in die stad de uitdagend mooie meisjes in korte rokken en broeken en openhangende bloesjes zag. Tijdens dat bezoek kon hij zich ervan overtuigen dat de Israeliërs geen mensen met horentjes op het hoofd en lange staarten waren, zoals de Arabische propaganda hem had ingeprent.

Dat is misschien het begin van de verandering, die politieke betekenis kreeg toen de Egyptenaren en Syriërs in 1973 hun eer op het slagveld hervonden en de Palestijnen gelouterd uit de intifadah tevoorschijn kwamen. Nu zijn Israeliërs en Arabieren mensen die elkaar de hand reiken, vijanden van vroeger die elkaar in de ogen zien.

Wie het gezien heeft, zal nooit vergeten hoe moeilijk de Israelische premier Yitzhak Rabin het vond om de Palestijnse leider, Yasser Arafat, op het grasveld van het Witte Huis in Washington de hand te reiken. Maar hij deed het toch maar. Dat was een moedig moment.

Sedertdien zijn er veel van dergelijke moedige momenten geweest. Israelische militairen zitten aan één tafel met vroeger als terroristen bestempelde Palestijnse guerrillastrijders, Israels opperbevelhebber sprak met zijn Syrische collega in Washington. Niet alleen Israelische en Arabische politici, ook zakenlieden en journalisten ontmoeten elkaar. De vijanden van vroeger ontdekken nu de mens in elkaar. Psychologische muren worden geslecht. Wat een paar jaar geleden ondenkbaar leek is nu een gewone zaak.

Het is fascinerend om te zien hoe het vredesproces de geesten van de hoofdrolspelers beïnvloedt. Niet zo lang geleden sprak Uri Savir, directeur-generaal van het Israelische ministerie van buitenlandse zaken, voor een klein gehoor over het vredesproces. Het leek wel alsof een vertegenwoordiger van de Arabische Liga aan het woord was, zoveel begrip bracht de man op voor tal van Arabische en Palestijnse standpunten. Zijn geloof in de vrede met de Palestijnen leek totaal. Bij deze hoge Israelische ambtenaar is de psychologische muur al lang verdwenen.

De onbevangenheid van Uri Savir, verkregen na talloze uren van onderhandelingen met Palestijnen, is niet representatief voor de gevoelens van het Israelisch volk, dat nog steeds weinig vertrouwen heeft in de Palestijnen. Savir en anderen zijn door hun intensieve contacten met de vroegere vijand ver op het peloton uitgelopen.

Ook zijn baas, minister van buitenlandse zaken Shimon Peres, is een overtuigd vredesapostel geworden. Ook hij is om, ook hij heeft zijn vooroordelen over de Arabieren laten vallen en is rijp om de stichting van een Palestijnse staat te accepteren. Enkele dagen geleden bleek in het parlement wat voor een transformatie deze vroegere havik heeft ondergaan. De Palestijnen zijn geen kakkerlakken, zoals de vroegere opperbevelhebber generaal Eitan tijdens de Libanese oorlog hen noemde. Het zijn mensen, aldus Peres, net als wij, mensen met hun eigen aspiraties die we de vrijheid moeten geven. Aan zijn stortvloed van emotievolle uitspraken kwam geen einde: “Wij joden zijn geen volk dat over een ander volk wil heersen, wij zijn geen racisten.”

Heel wat modern Hebreeuws begrijpende Palestijnen, die dit allemaal rechtstreeks via de tv konden volgen, hadden een goede dag. Hoe lang hebben ze niet moeten wachten op deze Israelische ontdekking van hun mens-zijn! Had Golda Meir, de legendarische doch wat simpele Israelische premier, niet gezegd dat er “geen Palestijns volk is”? Dat volk is er wel, en de meeste Israeliërs weten dat nu ook. Ook andere ministers en politici spreken zonder schroom over de stichting van een Palestijnse staat. Het heeft lang geduurd totdat het zover kwam. Maar nu dat moment is aangebroken, zijn er tekenen van hoop. Een hoop, het moet in dit onberekenbare deel van de wereld worden gezegd, die een minder stevige basis heeft dan de Nederlands-Belgische vrede. Maar zelfs als het even mis zou gaan, zijn er voldoende draden in het nieuwe spinneweb van betrekkingen om schokken op te vangen. Het Israelisch-Arabisch conflict heeft een beslissend keerpunt ondergaan en de sceptici die niet meer in wonderen in Jeruzalem geloofden, hebben het nakijken gekregen.