Intercity

'NS willen zich niet beperken tot rompnet' (NRC Handelsblad, 4 juli). Toch wijzen een aantal gebeurtenissen en voornemens van de NS op het tegendeel: meer aandacht voor intercityvervoer en speculaties over de sluiting van onrendabele lijnen.

En het is ook helemaal niet zo'n gek idee: laat de NS zich maar concentreren op de intercityverbindingen en laten we de stoptreinen onderbrengen in een nieuwe maatschappij, die gesubsidieerd wordt en nauw samenwerkt met de streekbusmaatschappijen. In de stoptrein kan dan de nationale strippenkaart als plaatsbewijs worden gebruikt.

Een aantal vliegen worden zo in één klap geslagen:

- voor korte afstanden kun je de hele reis op één kaartsoort doen, ook als daar een stukje met de trein in zit. Dit vergroot de gebruiksvriendelijkheid van het openbaar vervoer;

- stoptreinen en streekbussen kunnen worden geïntegreerd tot een samenhangend lijnennet;

- de NS kan commercieel de (winstgevende) intercity's rijden en betaalt voor gebruik van de spoorbaan;

- de NS krijgen 'concurrentie' van de “maatschappij stoptrein”. De reiziger is ook nu weer de winnaar: hij/zij kan kiezen tussen een wat langdurige, maar wel goedkopere reis, of snel op je bestemming zijn met de iets duurdere intercity van de NS.