'Ik vind niet dat we de Serviërs hun zin moeten geven'; Van den Broek over Bosnië en Europa

BRUSSEL, 15 JULI. In korte hemdsmouwen ploft Hans van den Broek (58) neer op de bank in zijn werkkamer op de elfde verdieping van het gebouw van de Europese Commissie. Hij doet geen moeite zijn gelatenheid te verbergen, zijn stem krijgt een scherpe ondertoon. “Ik vind dat er nu lang genoeg is gepraat en dat het tijd wordt voor daden: dat er wordt opgetreden tegen deze eenzijdige vorm van agressie door de Bosnische Serviërs jegens onschuldige burgers en tegen hun etnische zuiveringen”, zegt de Europees Commissaris, belast met de relatie met Midden- en Oost-Europa.

Van den Broek verbijt zich over de val van Srebrenica en de politieke en morele inertie van de Europese Unie en de Verenigde Naties. De crisis in Bosnië is voor hem meer dan ooit een ijkpunt van de onmacht van de buitenlandse diplomatie in Europa. Srebrenica is volgens hem in handen van de Bosnische Serviërs gekomen omdat de afgelopen vier jaar nooit een duidelijke keuze is gemaakt tégen de agressor.

“Er zijn nog te veel mensen die zeggen: we zien door de bomen het bos niet meer, alle partijen hebben evenveel schuld. Nee, nee, niet alle partijen hebben evenveel schuld”, zegt Van den Broek met stemverheffing. “Dit is een vernedering van UNPROFOR en van de VN, en ook van de EU en de NAVO.”

Welke mogelijkheden zijn er nu nog in Bosnië na de gebeurtenissen van deze week?

“De keuze is de vredesmacht versterken of vertrekken. Je kunt de huidige vredesmissie niet voortzetten, nu UNPROFOR steeds in moeilijkheden raakt, soldaten in gijzeling worden genomen en zelfs een hele enclave, met het zegel van de VN, wordt ingenomen. Dat brengt vertrek dichterbij. Maar dat beslis je natuurlijk niet eenzijdig. Dat overleg je met de bondgenoten, en in dit geval ook met de Bosnische regering. Ik sta achter militair ingrijpen, maar ik zie dat daarvoor geen eensgezindheid bestaat. We moeten optreden tegen agressie en herhaling van het huidige beeld voorkomen. Als we dat niet doen, is er geen taak meer en moeten we vertrekken. Maar ik vind niet dat we de Serviërs hun zin moeten geven.”

De realiteit is dat de Serviërs hun gang kunnen gaan. Bij de inname van Srebrenica waren de VN pas heel laat bereid een verzoek om luchtsteun te honoreren.

“Er is te laat en te weinig opgetreden. Het is voor mij een herbevestiging van het bestaande beeld: als VN-functionarissen ter plekke al bereid waren tot het inroepen van luchtsteun, dan kwam die te laat. Het was een speldeprik, vergeleken bij wat de Serviërs deden. Het was weinig geloofwaardig en bijna een uitnodiging tot herhaling van hun wandaden. Belangrijk is nu de vraag of we de andere 'veilige gebieden' nog extra kunnen beveiligen, en welke rol de reactiemacht daarbij kan spelen.

“Ik heb de Nederlandse generaal Van Kappen [de militair adviseur van VN-secretaris-generaal Boutros-Ghali] ook nu weer horen praten over de neutraliteit van de VN in Bosnië. Ik vind dat een volstrekt onhoudbare benadering. Zo'n houding zal de VN alleen maar zelf in een crisis brengen. Dan kunnen we straks ook niet meer optreden als het vliegverbod boven Bosnië en andere resoluties worden geschonden, want dan worden we ook partij. Als je dat vindt, is dat het einde van de VN op het gebied van de crisisbeheersing.”

Van Kappen is de hoogste militaire adviseur van Boutros-Ghali.

“Die spreekt dus met de stem van de VN. Wel, ik vind het een onduldbare stelling.

“We kunnen niet met zijn allen over Boutros-Ghali heenvallen. Als de VN-lidstaten het onderling niet eens zijn, wordt het natuurlijk moeilijk voor een secretaris-generaal. Maar hier liggen resoluties op tafel waarover de Veiligheidsraad het na diepgaande discussies eens is geworden en waarover dus overeenstemming bestaat tussen de Amerikanen, Russen, Fransen, Britten en neem de Chinezen erbij. Ik ken Boutros-Ghali goed en ik zeg dan: de secretaris-generaal kan zich niet achter de verdeeldheid tussen de lidstaten verschuilen. Hij heeft een eigen verantwoordelijkheid erop toe te zien dat besluiten van de Veiligheidsraad nauwgezet worden uitgevoerd. En als hij daarbij op tegenstand stuit van de lidstaten, dient hij hen diplomatiek of openlijk ter verantwoording te roepen.

“Een van de belangrijkste problemen is dat in Bosnië geen onderscheid wordt gemaakt tussen de agressie van één partij en de zelfverdediging van de andere. De afgelopen jaren zijn in de Veiligheidsraad verschillende resoluties aangenomen die het mogelijk maken het schenden van het vliegverbod boven Bosnië te bestraffen. Die het mogelijk maken op te treden tegen blokkades van humanitaire konvooien. Die veiligheidszones hebben ingesteld, waarin burgers geacht worden redelijk veilig te zijn en bescherming genieten van de troepen van de VN. Toch zie je dat van al die mogelijkheden geen gebruik wordt gemaakt. Waarom niet?”

Waarom niet?

“Omdat kennelijk binnen de VN-organisatie zozeer de overtuiging leeft dat men neutraal moet zijn, dat men niet kiest. Waarom worden die resoluties niet uitgevoerd, zelfs niet als de troepencommandanten op de grond daar om vragen? Er zit kennelijk een politieke schakel tussen, een VN-schakel, die zegt: dat vinden wij minder relevant.”

Wie zijn die VN-schakels dan?

“Onder andere de vertegenwoordigers van de secretaris-generaal ter plaatse.”

VN-gezant Yasushi Akashi vervult zijn taak niet naar behoren?

“Ik heb de afgelopen maanden een aantal keren twijfels gehad in hoeverre aanvragen om militaire ondersteuning niet zijn gestuit op een politiek veto van VN-vertegenwoordigers ter plaatse. De ene keer zal dat meneer Akashi zijn, de andere keer misschien iemand anders. De geloofwaardigheid van de VN heeft heel duidelijk schade opgelopen doordat de indruk is gewekt dat dergelijke veto's zijn uitgesproken over militaire actie waarvoor een juridische en volkenrechtelijke legitimatie bestond, in de vorm van besluiten van de Veiligheidsraad.”

Kan dat zo doorgaan?

Fel: “Wilt u dat ik mij openlijk tegen personen ga uitspreken? De politieke boodschap is toch zonneklaar!”

Vorig jaar claimde u nog een belangrijke rol achter de schermen bij het aan boord krijgen van de Verenigde Staten in de vredesonderhandelingen. Nu komt 'Brussel' er nauwelijks meer aan te pas en is de internationale contactgroep [de VS, Rusland, Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland] het machtigste orgaan op het gebied van veiligheid in Europa geworden.

“Wij claimen bepaald geen hoofdrol in het geheel, ook al is de Europese Commissie in tegenstelling tot vele lidstaten wel vertegenwoordigd in de contactgroep. Het is niet zo belangrijk wie de hoofdrol speelt. Er is wel een groot gevoel van onbehagen, omdat de eigenlijke discussie zich volgens zeer geijkte, repeterende patronen voortbeweegt zonder dat er duidelijk nieuw perspectief komt op een oplossing.”

Wie repeteert wat?

“We hopen allemaal dat de nieuwe bemiddelaar, Carl Bildt, openingen kan maken. Politiek gesproken wacht men nog steeds het moment af dat [de Servische president] Milosevic Bosnië en Kroatië zal erkennen. Zolang hij dat niet doet, zal de vrees blijven bestaan dat hij de Groot-Servië-gedachte wil invullen door die gebieden te annexeren. Daarnaast wacht de internationale gemeenschap nog steeds af of de Bosnische Serviërs het vredesplan van de contactgroep zullen aanvaarden. Tegelijkertijd zien we de machteloosheid van de VN-troepen op de grond breedvoerig geëtaleerd. Dat doet niets af aan het goede werk dat ze doen, maar op deze manier kunnen we nog wel jaren voortgaan waarbij met name de Serviërs uitmaken in hoeverre de VN-troepen hun taken mogen uitvoeren.”

Heeft het voor Bildt nog wel zin door te gaan na 'Srebrenica'?

“De missie van Bildt is drie slagen moeilijker geworden. De internationale gemeenschap is ook nu verdeeld over wat er moet gebeuren, als je de Franse president Chirac hoort en de andere bondgenoten. De terughoudendheid van Nederland is begrijpelijk: de situatie voor Nederland is gecompliceerd na wat Dutchbat is overkomen. De prioriteit ligt bij het vrijkomen van de gegijzelde Nederlandse soldaten.

“Maar er is ook een vraag te stellen aan president Milosevic: hoe kan dit allemaal gebeuren zonder steun aan Pale? Niemand maakt mij wijs dat die grens is gesloten en dat er geen hulp meer komt uit Belgrado. Daarom zeg ik ook tegen Bildt: denk eerder aan verscherping dan aan verlichting van de sancties tegen Belgrado.”

Bedoelt u met repeterend ook dat Rusland in de contactgroep steeds de Servische kaart blijft spelen?

“Niet alleen dat en niet in de eerste plaats. Wat ik repeterend noem is dat de internationale contactgroep een jaar lang blijft herhalen dat de Bosnische Serviërs het vredesplan moeten accepteren. Dat daaraan het dreigement wordt verbonden dat Pale in een politiek, economisch en militair isolement wordt gebracht zolang ze het vredesplan niet accepteren. Maar dat er vervolgens helemaal niets gebeurt. Waarom wordt niet tegen meneer Milosevic gezegd: waarom houdt u erkenning van Bosnië en Kroatië constant tegen? Welke conclusie trekken wij daaruit? Dat we telkens bereid zijn nieuwe formules te ontwikkelen om opheffing van de sancties tegen Servië op de een of andere manier dichterbij te brengen.

“De hoop op een politieke oplossing blijft klein zolang de militaire balans op de grond zo onevenwichtig blijft, en degenen die met geweld gebied hebben veroverd, lees de Bosnische Serviërs, geen enkele aandrang voelen om dat op te geven. Ik herinner me ook uitspraken die ooit zijn gedaan door de bemiddelaars: misschien dat Bosnische moslims zich niet realiseren dat ze de oorlog hebben verloren. Dat is een moreel onaanvaardbaar uitgangspunt voor het zoeken van een politieke oplossing. Welke oplossing is dat dan? Het recht van de sterkste?”

U doelt op de vorige EU-bemiddelaar, Lord Owen. Maar hij ontkende onlangs in deze krant die uitspraak te hebben gedaan.

“Waarvan akte. Eén ding staat vast: de Europese Commissie zal uiteindelijk niet uitmaken wat er gebeurt. Onze bijdrage is even zinvol als de bijdrage van een enkele lidstaat. Maar belangrijker is de geloofwaardigheid van de internationale gemeenschap. Daarom ben ik geneigd tegen Milosevic te zeggen: 'U hebt nog tien dagen de tijd om de erkenning van Bosnië en Kroatië te realiseren, anders voelen wij ons gedwongen om het oorspronkelijke sanctiepakket, waarin ook een verbod op sport- en cultuuruitwisseling, opnieuw in te stellen'. Ik zou tegen meneer Karadzic [de leider van de Bosnische Serviërs] willen zeggen: 'U kent ons telefoonnummer, u kent het plan dat door iedereen is aanvaard behalve door u. Op het moment dat u daar serieus over wilt praten, kunt ons bereiken. Maar verwacht geen nieuwe concessies om u over de streep te halen, want u zit in een gebied dat u niet toekomt'.

“Het behoort tot het geestelijk erfgoed van Europa dat men zich verzet tegen flagrante agressie, eenzijdige wijziging van grenzen, zaken als etnische zuiveringen, racisme, intolerantie, het ontkennen dat er pluriforme, multi-culturele samenlevingen bestaan, en dat mensen van volstrekt verschillende komaf, cultureel, religieus, etnisch vreedzaam naast elkaar kunnen leven.”

Zijn de fundamentele politieke fouten in Bosnië niet al aan het begin van de oorlog gemaakt?

“Dat geef ik best toe.”

In november 1991 dreigde de Europese Gemeenschap onder uw voorzitterschap [als minister van buitenlandse zaken] al met strafmaatregelen tegen de Serviërs, zonder dat dreigement uit te voeren.

“Trek de lijn maar door. We zitten nog in precies dezelfde situatie.”

De toon is toen gezet.

“Misschien. Ik zal niet zeggen dat we in het begin de situatie exact en correct hebben ingeschat. Maar hou me ten goede, dan moeten we het hele verhaal weer in al zijn breedte gaan opzetten. Ik heb daar nu geen enkele behoefte aan.”

Wij stellen de vraag omdat ook onder uw voorzitterschap van de EU dus niet is opgetreden tegen de belangrijkste agressor.

“De situatie was toen een heel andere. We hadden niet jarenlange onderhandelingen en het beproeven van alle alternatieve politieke oplossingen, opdeelplannen en dergelijke achter ons. Al in augustus 1991 heb ik gezegd dat er een ultimatum aan de Serviërs gesteld moest worden: als zij niet bereid waren mee te praten over een oplossing, dan zouden we eerst met de andere deelrepublieken onderlinge afspraken moeten maken. Andere landen hebben dat niet aanvaard en wilden de Serviërs erbij betrokken houden.”

Lord Owen noemde Nederland onwetend en moralistisch.

“Ik ben altijd bereid om te erkennen dat we een zekere moralistische inslag hebben. Dat is onze aard en karakter. Ik kan me de frustratie van Owen heel goed voorstellen: hij heeft de situatie niet gebracht waar hij en wij hadden gehoopt.”

Hij zei ook dat u als minister niet werd gedekt door de regering en als Europees Commissaris niet door de Commissie.

“Ik laat dat voor zijn rekening. Ik heb geen bittere gevoelens tegenover hem. Ik heb wel vaak met Owen van mening verschild. Anderhalf jaar geleden heb ik al tegen hem gezegd: 'David, ik vind je gewoon te optimistisch over wat je zegt dat de Serviërs bereid zijn te doen. Dat zullen ze niet doen, tenzij ze gedwongen worden'.”

U zit hier nu tweeënhalf jaar. Uw eerste jaar ging heen met een gevecht om competenties. In de nieuwe Commissie heeft u een zware portefeuille gekregen, maar tegelijkertijd wordt de grote Europese politiek steeds minder in Brussel bepaald.

“Er bestaat een zekere tendens tot renationalisering van beleid, die wijst op het 'in zichzelf gekeerd zijn'. Er is weerstand gegroeid tegen een overdosis aan regelgeving vanuit Brussel. Ik hoop dat het slechts een tijdelijk verschijnsel is. Nu de interne markt vrijwel is voltooid, worden veel minder voorstellen gedaan voor Europese regelgeving. Maar het is voor mij bijvoorbeeld volstrekt ondenkbaar dat we de grote milieuproblemen nog uitsluitend op nationaal niveau kunnen oplossen. Hetzelfde geldt voor de internationale misdaad, de drugsproblematiek en de steeds verdergaande globalisering van de economie. Ook als het gaat om migratie en veiligheidspolitieke vraagstukken, is steeds meer Europese samenwerking geboden.”

Welke lidstaten bedoelt u als u het heeft over renationalisering?

“In zekere zin alle lidstaten. Ook in Nederland wordt zeer kritisch gekeken naar de uitgaven van de Unie. Groot-Brittannië is bijna een geval apart. Daar wordt een karikatuur geschetst van een steeds bureaucratischer en centralistischer Europa, waarbij Brussel dicteert wat goed of slecht is voor de burgers.”

Welke lidstaten heeft u nog meer op het oog?

“Waarom wilt u de commissaris nou uitspraken ontlokken die de lidstaten tegen elkaar opzetten? Iedereen die de krant leest, weet dat er geluiden komen uit de hoofdsteden om de positie van de Europese instellingen, inclusief die van de Europese Commissie, terug te dringen of om meer beslissingsbevoegdheid aan zich te houden. De ene keer is het Frankrijk, de andere keer Groot-Brittannië of Duitsland.

“Ik wil niet in het defensief worden gebracht, waarbij de Commissie wild om zich heen moet slaan om haar eigen positie te rechtvaardigen. Voor mij staat vast dat er überhaupt geen Europese samenwerking zou zijn, indien er geen Europese Commissie was. Het gaat mij er om dat beslissingen over de toekomst van de EU worden genomen op basis van objectieve gegevens en een objectieve situatieschets, en niet op basis van een soort emotionele Eurosceptische inslag.”

Maar het ziet er momenteel toch niet zo goed uit voor Europa?

“We moeten oppassen direct te roepen dat het met Europa allemaal niets is als niet elke zes maanden een spectaculaire stap vooruit wordt gemaakt. We zitten in een periode die telkens tegen een crisis aanhangt. We kunnen nog steeds geen greep krijgen op de werkloosheid. Op buitenlands politiek gebied tonen we duidelijk onvoldoende kracht. Dat is allemaal vervelend genoeg, maar dat wil niet zeggen dat daarmee de Unie ten dode is opgeschreven. De Europese Gemeenschap heeft altijd tijden gekend van crises en hoogtepunten. Ik voel mij niet in een staat van diep geworteld pessimisme over de toekomst. We krijgen misschien een dieper dal, maar we zullen er versterkt uitkomen.”

Met het aantreden van Chirac lijkt er in Europa een nieuwe Frans/Britse as te zijn gekomen die zorgt voor verwarring en verlamming.

“Ach ja, de krant moet natuurlijk elke dag vol, en ik wil ook niet laatdunkend doen. Maar we kunnen elkaar ook steeds dieper de put in praten. Terwijl de projecten die voor ons liggen in de komende jaren adembenemend zijn. We hebben nog nooit voor zulke ingrijpende beslissingen gestaan. De oprichting van een monetaire unie. De uitdaging om tien, twaalf landen tegelijk te helpen naar het lidmaatschap van de Unie toe te groeien. We hebben nog nooit voor de wezenlijke vraag gestaan wat Europa gaat doen met zijn gemeenschappelijke defensiepolitiek. Hoe Europa zelf militaire operationele capaciteit gaat ontwikkelen. Daar zijn schuchtere eerste stappen gezet en dat moet verder worden voortgezet.”

Toen de eigen blauwhelmen werden gegijzeld, bleken Frankrijk en Groot-Brittannië plotseling wel in staat snel te kunnen handelen met het zenden van een reactiemacht naar Bosnië. Dat heeft toch alles te maken met nationale belangen en niets met een gemeenschappelijk Europees beleid?

“Zeker is dat mede een gevolg van een gebrek aan politieke cohesie binnen de Europese Unie, en dus van het ontbreken van een werkelijk gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid. Tijdens de intergouvernementele conferentie van volgend jaar [waarop het Verdrag van Maastricht moet worden herzien] zal er een stap verder moeten worden gezet, ook als het gaat om de defensiepolitiek. En daarbij zullen de lessen uit Bosnië wel een rol spelen.

“De Commissie zal nooit uitmaken of er troepen naar Joegoslavië worden gestuurd. Maar de Commissie heeft wel, net als de lidstaten, het volstrekte recht voorstellen te doen om bijvoorbeeld vredestaken effectief te kunnen uitvoeren. Dan blijft het altijd aan de lidstaten om daarover te beslissen.”

Maar zal er een meer samenhangend buitenlands- en defensiebeleid komen? U heeft zelf nog niet zo lang geleden gewaarschuwd voor een directorium van Frankrijk, Groot-Brittannië en Duitsland, dat in Europa de dienst gaat uitmaken.

“Daarom heb ik ook een pleidooi gehouden voor het introduceren van meerderheidsbesluitvorming in de buitenlandse politiek. Je ziet daar allerwegen overeenstemming over groeien. Het besef groeit dat het vasthouden aan het vetorecht voor iedereen al tot grote problemen leidt bij vijftien lidstaten, en dat die problemen na uitbreiding alleen maar veel groter zullen worden. Het eerste wat naar mijn overtuiging zal sneuvelen, is het absolute vetorecht.”

Dat klinkt heel optimistisch. Vanuit Londen en Parijs komen andere signalen.

“De Britten houden inderdaad vrij categorisch vast aan de unanimiteitsregel. Bij andere landen ben ik daar veel minder zeker van. Vast staat wel dat in Bonn luid en hardop wordt gedacht over een stelsel van meerderheidsbesluitvorming. Laat een ieder die tevreden is met het buitenlandse beleid zoals dat nu wordt gevoerd, vooral de unanimiteitsregel blijven verdedigen. Dat straft zichzelf af. Dan blijft het een impasse. Ik heb niemand horen zeggen dat hij over de huidige situatie erg voldaan is.”

U bekruipt soms niet het gevoel dat u meer voor het CDA kunt doen dan voor Europa?

“Op het moment dat ik het gevoel krijg dat ik in mijn werk met niets anders dan met lucht bezig ben, hou ik dat niet zo lang vol. De sceptici hanteren over Europa meestal argumenten die mij op geen enkele manier kunnen overtuigen. Ze kunnen mij wel deprimeren. Als je het over niets anders hebt dan over de vorm van de bananen of over het snijvlak van grasmachines, maak je een karikatuur van Europa.”

We praten hier in deze kamer over mooie vergezichten van Europa, maar Bosnië is de werkvloer, waar wel of niet wordt geleverd.

“Ik leg me daar toch niet bij neer? U hebt volstrekt gelijk met uw kritische vragen waar u ook geen antwoord op heeft. U mag me werkelijk gaan kritiseren op het moment dat ik zeg: sorry vrienden, ik verdien hier een redelijk salaris, heb een mooi huis en begin niet aan dingen waar ik toch niets aan kan doen ...

“Omdat in Bosnië niet wordt geleverd en daar nog steeds mensen sterven - u kunt de Bihac'en, de Srebrenica's en de Tuzla's erbij noemen - wil dat daarom zeggen dat Europa niet deugt? Dus laat maar? Of moet je toch, linksom of rechtsom, daarover blijven denken, blijven praten, mensen blijven overtuigen dat er iets verreikends, iets drastischer moet gebeuren dan nu gebeurt ...”