Het pad van een olifant

Olifanten staan erom bekend dat zij altijd recht op hun doel afgaan, wat er ook op hun weg komt, porseleinkast incluis. Ze lopen, als het ook maar enigszins kan, nooit ergens omheen, banen zich alles vertrappend letterlijk een weg, en gaan zo langs de kortste route van het ene punt naar het andere.

Het aardige is dat mensen in sommige situaties ook de neiging hebben dat te doen en zo ontstaan in stad en land, in perk, park, plantsoen en bos, naast de officieel gebaande wegen zogeheten olifantspaadjes die vaak een veel natuurlijker en organischer patroon volgen dan het netwerk van paden dat door ruimtelijke ontwerpers is bedacht.

Het verschil tussen ontwerp en praktijk is het verschil tussen kunstmatigheid en realiteit, tussen de esthetiek van de tekentafel en de psychologie van het dagelijks leven.

Vorige week liep ik voor een pas geopend kantoorgebouw door een net aangelegd plantsoen waar de medewerkers geacht werden in de lunchpauze een wandelingetje te maken. De ontwerper had de paden laten aanleggen als de omtrek van een vijfpuntige ster met daartussen gras. Het was geen groot plantsoen, zodat mensen, lopend over verschillende paden, op afstand met elkaar zouden kunnen communiceren. Ik vroeg me af wat ze zouden doen als ze elkaar beter wilden verstaan of iets zouden willen zeggen dat niet iedereen hoefde te horen. Zou de ontwerper werkelijk gedacht hebben dat zij dan de omweg zouden maken via een punt van de ster? Nieuwsgierig speurde ik in het prille gras naar de eerste tekenen van olifantspaadjes en vond er tot tevredenheid al drie.

Ook fietsers gedragen zich regelmatig als olifanten, zij het dat de ene fietser geen gebaand weggetje achter zich laat voor de volgende. Maar zij oriënteren zich wel op de korste weg, als de meest natuurlijke manier om van de ene naar de andere plek te komen. Ontwerpers houden daar bij hun verkeersplanning in een stad lang niet altijd rekening mee. Zij sluiten dan bijvoorbeeld een straat af die de meest logische verbinding vormt tussen twee belangrijke wijken of laten een verkeersroute plotseling eindigen bij een kruispunt. Ze willen dan dat fietsers en automobilisten een lange omweg maken. Per auto rest geen andere keuze, per fiets wel. Ontwerpers verliezen namelijk een belangrijk verschil tussen beide voertuigen uit het oog. Een fietser is gewoon een mens op wielen die zichzelf door het verkeer heen laveert. (Diverse kennissen die in Aziatische landen zijn geweest waar veel fietsers en vrijwel geen auto's zijn, hebben me in dat idee bevestigd met hun verhalen over fietsers en voetgangers die zich evenwaardig door elkaar heen begeven.) Een automobilist daarentegen, laveert een auto door het verkeer. Wie dat onderscheid niet aanvoelt, zal nooit begrijpen waarom bijvoorbeeld eenrichtingsverkeer wel voor automobilisten maar niet voor fietsers is vol te houden. Zo iemand bedenkt stratenplannen die voor wandelaars en fietsers gevaarlijk zijn, omdat zij indruisen tegen de natuurlijke neiging de kortste weg op te zoeken en die loopt nogal vaak ook diagionaal, dwars door autoroutes.

Dat sommig menselijk gedrag nu eenmaal niet regelbaar en dus niet maakbaar is, maar alleen kan groeien, niet kan worden ontworpen, maar alleen kan wórden in een langlopend proces, bleek enkele jaren geleden op heel andere wijze toen in Amsterdam een sociëteit werd opgericht. Zomaar, door een paar mensen met geld en een gebouw. Toen het klaar was - en alles zat er in, bar, eetzaal, bibliotheek, rooksalon - kon men lid worden.

Maar er kwam niemand, want ook een sociëteit kun je niet maken, maar moet van lieverlee ontstaan. Het begint met een groepje mensen, die elkaar regelmatig ontmoeten in een stamcafé of anderszins. De groep breidt zich uit, men gaat omzien naar een grotere ruimte, er komen steeds meer mensen bij en de groep krijgt een officiële vorm met een naam en statuten. En op een gegeven moment is er behoefte aan een eigen ruimte. Zo komt een sociëteit tot stand, niet door het organisatietalent van een paar regelneven.

Omgekeerd kan men ook niet zo maar een door menselijk gedrag organisch gegroeide ruimtelijke ordening opnieuw indelen. Het allervreselijkste voorbeeld daarvan is de ruilverkaveling die jarenlang in Nederland heeft gewoed en onherstelbare schade aan het landschap heeft toegebracht. Dat landschap was met zijn in de loop der tijd ontstane kronkelige patroon van weiden, bosjes, akkers en sloten gemaakt door en geschikt voor lopende, varende en fietsende mensen. Maar het was niet geschikt voor zware en grote machines en dus niet efficiënt en rendabel. Daarom zijn de lappen grond aaneengesloten met lange rechtgetrokken sloten eromheen. Bedacht, geregeld en gemaakt. Niet gevaarlijk dit keer, maar wel lelijk. Wat efficiënt is, is zelden mooi, en wat mooi is, is zelden efficiënt.

Ook oude steden zijn, inclusief hun nieuwe wijken, groeisels, ontstaan uit een lange menselijke geschiedenis van rommelige functionaliteit, leidend tot specifieke karakteristieken. Bewoners van zo'n stad ontlenen daar een deel van hun identiteit aan. En ook daar kan men niet zomaar ten behoeve van efficiëncy het ontwerpersmes inzetten. Wat historisch is gegroeid kan men niet zo maar drastisch wijzigen. Misschien is het Parijs van Hausmann de eeuwige uitzondering op de regel, maar hoe kan bijvoorbeeld Meppel het in haar hoofd halen dat er best een stukje van Staphorst af kan ten behoeve van haar eigen stadsplanning? Staphorst, een dorp met een heel eigen, spreekwoordelijk geworden cultuur-historische identiteit.

De herverkaveling van Amsterdam en Rotterdam zal na de beide referenda ook wel niet door gaan, maar hoe heeft men ook daar ooit kunnen denken dat de bewoners hiermee akkoord zouden gaan?

In sommige berichtgeving lijkt het alsof de stemmers 'nee' hebben gezegd tegen de stadsprovincie. Dat is volgens mij niet juist. Zij hebben aangegeven dat zij de eenheid van hun stad willen bewaren. Voor de rest moet de overheid maar uitzoeken hoe vorm te geven is aan een overkoepelend bestuursorgaan dat noodzakelijk is voor de huidige en toekomstige eisen van economie en milieu. Dat de overheid daarbij gehinderd wordt door de erfenis van Thorbecke, die boven iedere burger slechts drie bestuurslagen toestaat, maakt dat tot een ingewikkeld vraagstuk.

Maar een enkele keer vindt ook een olifant iets op zijn weg waar hij omheen moet.