Herijken (slot)

VOOR DE BUITENSTAANDER krijgt het woord 'herijken' iets vervelends. Het heeft iets te maken met buitenlands beleid van Nederland, maar het is tevens ongrijpbaar. Het raakt behalve een paar ambtenaren verder niemand en provoceert tot het type retorische vraag die Amerikanen in zulke discussies graag stellen: “Where 's the beef?”

De praktijk is interessanter en deze laat sinds een jaar in Nederland een minister-president zien, die een paar nieuwe accenten zet samen met zijn minister van buitenlandse zaken. Er is meer aandacht voor de Europese buren op het continent, zelfs de Benelux wordt op bescheiden wijze weer verzorgd en er is een verzakelijking - Kok in China - te bespeuren. Woorden en daden in de dagelijkse praktijk tellen en in zoverre is voor een klein land dat in de wereld toch vooral moet reageren, herijken een kwestie van alledag.

HET KABINET HEEFT bij de formatie het publiek in verwarring gebracht met de term 'herijking'. Waarschijnlijk is het als volgt gegaan: de coalitiepartners waren het eens over een regeerakkoord. Alleen over de begrotingen van Ontwikkelingssamenwerking en Defensie waren de partijen nog verdeeld. Dat is op zichzelf na zo'n zomerse inspanning niet belangrijk genoeg geacht om er een links-liberale coalitie op te laten afketsen. Dit meningsverschil werd derhalve meegenomen in het nieuwe kabinet en kreeg de sprekende titel 'herijking'.

Vervolgens is de term opgestegen als een hete luchtballon, gevuld met alle mogelijke stoffen. Beginselen, grenzen en mogelijkheden van buitenlands beleid - alles wat ter discussie kon worden gesteld werd aan de ballon gehangen. Logischerwijze valt het resultaat nu tegen, want van een 'grand design' kan natuurlijk geen sprake zijn. Buitenlands beleid is een leven vol smalle marges.

Winst in de nota - die officieel overigens nog altijd niet is gepubliceerd - is de erkenning dat het Nederlandse economische belang in buitenlandse betrekkingen een rol mag spelen. Nu is dat overigens nooit anders geweest, zie bijvoorbeeld de reusachtige bedragen die tot voor kort vanuit Brussel naar Nederland vloeiden. Maar toch leefde zeker in de wereld van Ontwikkelingssamenwerking decennia lang een kunstmatig taboe. Als daar zwart-op-wit aan wordt gekrabd is het meegenomen.

MAAR VERDER? Over de inhoud van buitenlands beleid moet permanent worden gedebatteerd, maar het grootste probleem was steeds de slagkracht. Buitenlandse politiek wordt door verscheidene departementen, vaak betrekkelijk los van elkaar, gevoerd en aan coördinatie is groot gebrek. Is dat nu opgelost? Dat is maar zeer de vraag. De minister van buitenlandse zaken coördineert en als het erop aankomt, doet de premier dat. Want hij is voorzitter van de onderraad die het gehele buitenlandse beleid gestalte geeft. Behalve Defensie en Ontwikkelingssamenwerking krijgt ook Economische Zaken straks een steviger voet tussen de deur. Maar ook na de herijking blijft Van Mierlo de enige vakminister die altijd platzak in de wereld rondreist. Pronk en Wijers houden geld, Van Mierlo coördineert. In ruil daarvoor schuiven de zogenoemde landenbureaus van Ontwikkelingssamenwerking en Buitenlandse Zaken ineen, aangevuld met ambtenaren van de landenbureaus van Economische Zaken.

Maar de waarde daarvan zal nog moeten worden bewezen. Bovendien is het dan ook nog de vraag of Van Mierlo aan de verdere coördinatie naast alle andere beslommeringen toekomt.

AL MET AL HEEFT de hele herijkingsoperatie een interessant winstpunt gebracht en dat is de verdienste van Van Mierlo: er is uitvoerig en door velen van gedachten gewisseld over de rol van Nederland in de wereld. Dat moest na alle mislukkingen en frustraties van voorgaande jaren gebeuren. De nota laat enkele accentverschuivingen zien die de moeite waard zijn. Zoals de oriëntatie op landen in de directe omgeving en vooral ook Midden- en Oost-Europa. Maar wie had gedacht dat herijking een ander woord voor ommekeer was, komt bedrogen uit. Vertrouwde Haagse aspiraties op mondiaal niveau passeren in het eerste hoofdstuk de revue. Aan goede bedoelingen daar geen gebrek. De inventarisatie is verdienstelijk, maar consequenties die eraan worden verbonden zijn buitengewoon voorzichtig. Alleen al de angst om een zo vanzelfsprekende open deur als de term 'verlicht eigenbelang' te gebruiken - het woord verdween uit de finale versie - spreekt wat dit betreft boekdelen.

Zo is uiteindelijk de herijking voornamelijk gebleven wat zij was - een ambtelijke en budgettaire stoelendans. Defensie heeft zich er niet teveel mee bemoeid, maar het geld binnengehaald dat nodig was om de eigen begroting overeind te houden. Pronk heeft zijn begroting veiliggesteld en Wijers zijn invloed op alle internationale handelsoverleg.

Zo heeft ieder het zijne. De centrale regie en de eenheid van beleid blijven eveneens wat zij waren: een kwestie van knokken en Kok.