Held Jalabert: 'Ik ben blij voor heel Frankrijk'

MENDE, 15 JULI. Hij had het voorspeld en hij heeft het klaargespeeld. Laurent Jalabert wilde op Quatorze Juillet in de buurt van zijn geboortegrond de twaalfde etappe winnen. De manier waarop hij zegevierde was nog veel heldhaftiger dan de Once-coureur zich vooraf had kunnen voorstellen. Jalabert ontsnapte na 24 kilometer en zorgde ervoor dat Miguel Indurain al zijn krachten moest aanspreken om de gele trui niet kwijt te raken.

De manier waarop Jalabert in Mende naar de overwinning reed, bevestigde zijn grote vorm van dit seizoen. Tussen de duizenden toeschouwers versnelde hij in de venijnige slotklim en hielp hij zijn wielerminnende vaderland aan een extra vreugdevolle dag. De groen-truidrager was opvallend fit na afloop. Hij werd omhelsd door zijn vader en op handen gedragen door heel Frankrijk. “Ik ben blij voor het hele land”, zei Jalabert. Vincent Barteau was in 1989 de laatste Franse ritwinnaar op de nationale feestdag.

Indurain verloor bijna zes minuten op Jalabert, die voor de start in St. Etienne ruim negen minuten achterstand had. De Spanjaard wist in de laatste kilometers zelfs nog zeventien seconden uit te lopen op zijn naaste belager Alex Zülle. De Zwitserse ploeggenoot van Jalabert kon op de Monté du Causse het hoge tempo van Marco Pantani niet meer volgen. De col van de tweede categorie was domweg te steil voor Zülle, die het meer van kracht dan van souplesse moet hebben.

De rit naar het schilderachtig gelegen Mende was op papier een vrij gemakkelijke etappe. Na de krachtsinspanningen in de Alpen dachten de beste klassementsleiders zich op te maken voor een paar rustige dagen. Ze wilden de benen niet te veel belasten, met het oog op de Pyreneeën-etappes die vanaf morgen op het programma staan. Maar de realiteit leert dat er geen zogenaamde wandeletappes meer zijn in de Ronde van Frankrijk. Gisteren kwam Jalabert een half uur eerder over de streep dan de organisatoren hadden voorspeld.

De Fransman dankte de snelle tijd aan zijn ploeggenoten Mauri en Stephens, die hem in de bijna 200 kilometer lange vlucht voorbeeldig hadden bijgestaan. De drie Once-coureurs werden aangevuld door de Italianen Peron, Bottaro en Podenzana. Het zestal had een maximale voorsprong van bijna elf minuten, waarmee Jalabert zich halverwege de etappe virtueel gele-truidrager mocht noemen. De Australiër Stephens moest even later lossen uit de kopgroep. Hij had zijn kopman geholpen na diens lekke band en werd bedankt voor bewezen diensten.

In de tweede helft van de race begreep Indurain dat het ernst was met Jalabert. Zijn teamgenoten van Banesto schroefden het tempo op en slaagden erin de achterstand te halveren. Het was een mooie strijd tussen de twee rijke Spaanse ploegen. Once en Banesto vechten in de nationale media een felle strijd uit, die op het asfalt meestal nogal blijkt mee te vallen. In de dunbevolkte Lozère-streek was sprake van een sportief gevecht, maar de Spaanse media zullen de vermeende rivaliteit wel weer weten op te blazen.

Hoewel Indurain op eenzame hoogte staat, beschikt Once dit jaar over de betere renners. De ploeg van Manolo Saiz heeft na twee weken nog altijd drie coureurs bij de eerste vijf. De kopmannen Zülle en Jalabert worden in de rug gedekt door de Spanjaard Melchor Mauri (vijfde), Erik Breukink (veertiende) en de Belg Johan Bruyneel (zeventiende). Maar de kracht in de breedte zal voor Once waarschijnlijk niet genoeg zijn om die ene Banesto-topper uit het wiel te rijden in de Pyreneeën. Daarvoor maakte Indurain ook gisteren weer een veel te sterke indruk.

Hij is op weg naar zijn vijfde achtereenvolgende Tourzege, maar de erelijst van Laurent Jalabert is zolangzamerhand bijna even indrukwekkend. Hij won dit seizoen onder meer het Critérium International, Parijs-Nice, Milaan-Sanremo en de Waalse Pijl. In de Tour reed hij vorige week twee dagen in de gele trui, tot hij bij een rotonde in Le Havre onderuit ging. Gisteren kreeg hij zijn revanche. Vanmorgen stond hij derde in het algemeen klassement. “Ik heb niet aan de gele trui gedacht. Het ging mij om de dagzege. Het was mijn hart of mijn verstand en ik heb mijn hart laten spreken.”