Grote winkels mogen slechts in dertien steden

DEN HAAG, 15 JULI. Winkels die te groot zijn voor bestaande winkelcentra mogen zich alleen vestigen in de dertien stedelijke knooppunten. Dat schrijven de ministers De Boer (ruimtelijke ordening) en Wijers (Economische Zaken) aan de Tweede Kamer.

De dertien knooppunten zijn Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Eindhoven, Groningen, Arnhem-Nijmegen, Enschede-Hengelo, Maastricht-Heerlen, Breda, Tilburg, Zwolle en Leeuwarden. Aparte gebieden voor zogeheten perifere detailhandel of wel voor de verkoop van goederen als auto's, boten, caravans, keukens, meubels en voor zaken als tuincentra en bouwmarkten waren al toegestaan.

Met de brief hopen de bewindslieden een einde te maken aan onduidelijkheid die was ontstaan naar aanleiding van een in 1993 geformuleerd regeringsstandpunt over dit onderwerp. Naar aanleiding van een brief van de vorige bewindslieden van VROM en EZ bestond de vrees dat het mogelijk zou worden grote hoeveelheden, relatief goedkope, vierkante meters winkelvloeroppervlak buiten bestaande winkelcentra te vestigen. Bestaande winkelcentra zouden daar de dupe van kunnen worden. Ook was er de afgelopen jaren onduidelijkheid ontstaan doordat Ikea-achtige winkels ook bijvoorbeeld huishoudelijke artikelen en woningtextiel gingen verkopen.

De bewindslieden stellen nu dat niet alleen het soort goederen een norm kan zijn voor vestiging buiten bestaande winkelgebieden, maar ook de omvang van de winkels. Dan geldt echter wel dat de vestiging beperkt moet blijven tot de knooppunten, dat de lokaties bereikbaar dienen te zijn met zowel auto als openbaar vervoer en dat eisen worden gesteld aan het oppervlak van de winkel. Zo moet een winkel in een zogeheten GDV-lokatie (grootschalige detailhandelsvestiging) een winkeloppervlak hebben van minstens 1500 vierkante meter. Zo wordt voorkomen dat kleine(re) winkels uit de bestaande winkelgebieden verhuizen naar een gdv-lokatie.

In overleg met de Tweede Kamer werd in 1993 al het GDV-beleid geïntroduceerd. Niet het soort goederen is daarbij het criterium, maar het feit dat het om grote winkels gaat waarvoor in bestaande winkelcentra in de regel geen ruimte bestaat.

Door aan de vestiging van dit soort winkels beperkingen op te leggen kunnen de bestaande winkelcentra hun positie handhaven. Daarnaast moet door goede openbaarvervoer faciliteiten deze lokaties de auto-mobiliteit worden beperkt. Tevens worden zowel binnen als buiten de stedelijke knooppunten ongewenste ontwikkelingen uit het oogpunt van ruimtelijke ordening voorkomen.