'De naaktfoto's van Bettine zijn toch goed voor de sport?'

Niemand gooit in Nederland de discus verder weg dan JACQUELINE GOORMACHTIGH. Ze kan ook nog heel aardig zingen. Bovendien staat ze één keer in de week als portier bij de deur van een discotheek en geeft ze zich binnenkort bloot in een mannenblad. “Ik rol altijd van het ene in het andere”, zegt de veelzijdige Rotterdamse. Vandaag doet de 25-jarige Goormachtigh mee aan het NK in Bergen op Zoom.

Ze zal volgend jaar naakt poseren voor Playboy. De Rotterdamse sportvrouw heeft er een duidelijke bedoeling mee. “Ik wil het discuswerpen op een andere manier promoten”, zegt Jacqueline Goormachtigh.

Haar tak van sport heeft het imago van potige vrouwen met de sterke verdenking dat ze flink van de verboden pillen snoepen. Goormachtigh baalt daar flink van. “Ik kan niet aantonen dat ik clean ben. Maar die mooie foto's zullen misschien helpen de mensen een positieve indruk van mij en de sport te geven. Ik heb zoiets van: Jongens, kijk eens.”

Ze merkte bij haar eerste internationale wedstrijd, het EK-jeugd in '89, dat ze er anders uitzag dan de anderen. “Niemand wilde ook geloven dat ik discuswerpster was. Nee, jij doet sprint, zeiden ze tegen me. Ik moest toen pas op de laatste dag gooien. Ze kwamen allemaal kijken. Ze wilden zien of het wel waar was. Ik eindigde nog als derde ook.” Bovendien werd ze tot mooiste EK-deelneemster gekozen. “Dat was leuk, natuurlijk.”

Dat er door collega's doping wordt gebruikt, weet Goormachtigh zeker. Ze kan de overtreders zo aanwijzen. “En als ik alle verdachten wegstreep, sta ik hoog op de wereldranglijst, héél hoog!”

Ze is nu slechts een middenmoter. Het moet voor Goormachtigh frustrerend zijn om te weten dat ze nooit de beste zal kunnen zijn, mede omdat anderen naar ongeoorloofde middelen grijpen “Uiteraard heb ik daar over nagedacht. Maar ik ga toch door. Het is zelfs een extra grote uitdaging. Ik probeer gewoon zo ver mogelijk te komen. Eerlijkheid duurt het langst, denk ik maar. Ik weet dat mijn lichaam helemaal gezond is. Dat is toch heerlijk? Ik rook niet, ik drink niet en ik eet gezond. Als anderen risico's willen nemen, moeten ze dat maar doen. En als er één gepakt wordt, jammer, meissie.”

Een dopingaffaire als die van Erik de Bruin, ook discuswerper, doet de sport natuurlijk geen goed. Het is de enige keer dat de spontane en openhartige Goormachtigh niet reageert. “Het lijkt me verstandig om daar niets over te zeggen.”

Kan ze aan de spieren zien wie gebruikt? “Nee, spieren heb ik zelf ook. Alleen heb ik geen baard. Ik hoef me niet te scheren.” Ze houdt er bij de trainingen geen rekening mee dat ze in verband met haar figuur niet te gespierd mag worden. “Dat kan niet. Ik moet voluit gaan. Ik ben veel in het krachthonk. Ik ben sterk. En als je leuk bent, blijf je leuk. Daar veranderen vijf kilo meer spieren niets aan. Als de uitstraling goed is en het koppie leuk, dan is er niets aan de hand.”

Het is, verduidelijkt ze, trouwens een misvatting om te denken dat het bij het discuswerpen alleen om kracht draait. “Pluk maar een sterke man van straat, zet hem in de werpring en je zal zien dat hij de kogel of discus niet wegkrijgt.” Want het gaat om de combinatie van kracht én souplesse. “Het is de bedoeling dat het één gracieuze beweging wordt. Ik denk dat het wel een jaar of zes duurt voordat je die echt onder de knie krijgt. Het benenwerk is heel belangrijk, het draaien met de heupen.”

Ze was zestien toen ze met haar broer en een vriend voor het eerst een atletiekbaan, die van het Rotterdamse PAC, bezocht. Goormachtigh deed op school veel takken van sport met plezier én succes. Negen jaar lang turnde ze. “Daar was ik helemaal gek van. Ik haalde nog wel de selectie van mijn club, maar ik was te lang.” Voor de atletiek was ze beter gebouwd. Ze begon met onderdelen als sprinten en hoogspringen, maar toen ze voor het eerst “een kogeltje beetpakte” en die tien meter weggooide, was dat de start van een nieuwe carrière.

Ze boekte onder leiding van trainer Patrick Homoet (“Hij is prettig gestoord, net als ik. Ik beschouw hem als een soort familielid”) snel progressie met de kogel én de discus. Kogelstoten doet ze inmiddels al twee jaar niet meer. “Discuswerpen vind ik een mooier nummer. Voor kogel moet je ook forser zijn. Je doet dan meer krachttraining voor je bovenlichaam.” Een teleurstellende ervaring bij de wedstrijd om de Europa Cup deed haar definitief besluiten de kogel te laten liggen. “Ik wilde graag het Nederlandse record (toen 18,12 meter, red) hebben. Ik gooide bij de Europa Cup 18,27, maar ik viel over de balk. Ongelooflijk, hè. De wedstrijd erop stootte Corrie de Bruin het record. Bekijk het maar, dacht ik toen.”

Ook met discuswerpen kende ze teleurstellingen en tegenslagen. Bij het EK van vorig jaar in Helsinki bleef ze in de voorronde steken en werd ze naderhand door de Nederlandse atletiekbond bekritiseerd. Ze zat daar niet echt mee, bekent ze nu. Als geen ander wist ze dat ze het slecht had gedaan. “Maar ik wist ook hoe het precies zat. Het was privé allemaal niet zo lekker gegaan. Ik kreeg alle pech tegelijk. Mijn huis werd leeggehaald en ik kwam met mijn auto tegen de vangrail terecht. Wat kan ik daar nou aan doen?” Toch deed ze mee aan het EK. “Je wilt er niet aan toegeven dat het slecht met je gaat. Je hoopt op een wondertje.”

Goormachtigh doet het inmiddels allemaal anders. Andere houding, andere techniek, ander eten. Ze noemt daarbij de naam van NOC-arts Peter Vergouwen. “Ik heb alles aan hem te danken, denk ik.” Vergouwen bleef in haar geloven. “Bij een bezoek aan zijn praktijk vroeg hij me ineens of ik een propje in de prullenbak wilde gooien. Dat lukte me dus niet. Heel vreemd. Je hebt geen werpgevoel, zei hij.” Het lijkt raar, een kampioene discuswerpen die niet kan gooien. “Het gaat om de ontspanning hier.” Ze wijst naar haar rechterschouder. “Urenlang heb ik met licht materiaal gegooid. Met een tennisbal, ik aan de ene, mijn trainer aan de andere kant.” Ze veranderde niet alleen haar manier van gooien, maar ook haar eetgewoonten. Ze zwoer suiker af.

Ook ging ze bij psychologe Loes de Ridder op bezoek. Daar kreeg ze, zoals ze zelf zegt, een spiegel voorgehouden. Goormachtigh kreeg te horen dat ze meer van zich moest afbijten. “Ik was te goed, te lief. Ik kon niet boos worden. Ik zei dingen niet. Ik slikte het in. Dat is nu veranderd. Ik heb me voorgenomen om het te zeggen als me iets niet zint.” Het bleef bij twee sessies bij de psychologe. “Ik wil niet afhankelijk van iemand of iets zijn.” Daarom heeft ze zich ook voorgenomen niet meer bijgelovig te zijn. “Nu kan ik als ik slecht gooi niets meer de schuld geven.”

Haar trainer veranderde met Goormachtigh mee. Homoet staat zijn pupil nu nog meer bij dan vroeger. In oktober van het vorige jaar besloten ze dat ze er samen keihard tegenaan zouden gaan. “Het is alles of niets!” Goormachtigh voelt zich er kiplekker bij. Dus zondigt ze, om maar iets te noemen, af en toe met een bonbons. “Als het goed gaat, kan zoiets wel. Dan word je soepeler. Eerst was ik heel streng, geen suiker, geen vet, nooit, niets.”

Als eerste van alle Nederlanders haalde ze begin mei al de WK-limiet. Dat was een grote voldoening voor haar en tevens het bewijs dat ze de goede weg is ingeslagen. “Lekker, hè. Het is altijd leuk om de eerste te zijn.” Een maand later verbeterde ze met een worp van 62,30 tevens haar persoonlijke record. Maar Goormachtigh beseft dat ze het ook bij het WK zelf moet bewijzen. “Dat vind ik best eng. Het hele seizoen is kapot als ik in Göteborg niet verder kom dan 56 meter of zo. En ik weet uit ervaring hoe het is om drie worpen te verzieken.”

Ze koos dus voor de sport, maar ze had net zo goed een artistieke richting kunnen inslaan. Goormachtigh blijkt verdienstelijk te kunnen zingen en toneel te kunnen spelen. Dat zit in de familie, zegt ze. Haar broer is kunstenaar en haar moeder is momenteel zelfs bezig met opnamen voor een tv-serie voor de Ikon, waarin ze één van de hoofdrollen speelt. Dochter Jacqueline zong tijdens een Karaoke-avond in het atletendorp bij het laatste EK liefst tien nummers en sloot af met een romantisch duet, Endless Love, met sprinter Regilio van der Vloot. “Na afloop kwam de kampioene van het discuswerpen, een Duitse, naar me toe. Je hebt de verkeerde richting gekozen, zei ze tegen me. Mooi niet, dacht ik toen. Dat zal ze nog wel merken!”

De atlete heeft geen strak omlijnde plannen. “Dat heeft geen zin. Niets wat ik gedacht had is ooit uitgekomen. Ik weet gewoon dat ik steeds van het ene in het andere rol. Ik loop wel weer ergens tegenaan.” Ze doet wat ze leuk vindt. Zo staat ze nog steeds één avond en nacht in de week als portier bij de deur van een Rotterdamse discotheek. “Dat is voor mij ontspanning. En ik kan het geld ook goed gebruiken.”

Misschien zullen haar foto's in Playboy straks nieuwe deuren openen. Wat de atlete betreft, hadden ze voor het eerstkomende blad al een reportage mogen maken, maar haar nieuwe sponsor wacht op een commercieel aantrekkelijker moment, vlak voor de Olympische Spelen bijvoorbeeld. Nu was Bettine Vriesekoop verleden maand de eerste topsportster die zich bloot liet zien. Jammer, vindt Goormachtigh. “Maar die foto's waren echt schitterend. Bettine heeft een hartstikke mooi lichaam. Ik denk dat veel mensen jaloers op haar zijn. Zoiets is toch goed voor de sport?”