De gelijktijdigheid

Het grootste deel van de oorlog is de voetbalcompetitie doorgegaan. Het was anders georganiseerd dan nu, net als de nummerborden op de auto's, maar er was geen gebrek aan jongemannen die tegen een bal wilden trappen en een veelvoud aan ouderen die ernaar wilden kijken. Waren die goed of fout? Als er één bedrijvigheid jenseits vom Guten und Bösen is, dan is dat het voetbal. Het heeft zijn eigen goed en kwaad. Sinds het voetbal zich hier heeft gevestigd, is alleen door de Hongerwinter er een tijdelijk eind aan gekomen. Beschouw het als een lange winterstop.

W.F. Hermans heeft zich in één van zijn talrijke terloopse beschouwingen voorgesteld dat hij gezeten op een verre planeet de Aarde nauwkeurig zou kunnen waarnemen. Al draaiend vertoont onze planeet de gebruikelijke slachtpartijen, tienduizend kilometer verder wordt een groot feest gevierd en op een plek niet groter dan een paar vierkante meter voltrekt zich 'een ogenblik van geluk'. De schrijver heeft dit 'het raadsel van de gelijktijdigheid' genoemd.

Terwijl de Golfoorlog werd uitgevochten was ik in New York. Misschien omdat er een paar honderdduizend Amerikanen bij waren betrokken, werden daar de gebeurtenissen nog nauwkeuriger gevolgd dan in Nederland. Eerst was er de luchtoorlog. De 'slimme projectielen' verdwenen feilloos in de schoorstenen van de Irakezen. Tussen de reportages door werden de commercials afgedraaid. In één daarvan werd een cruise op een smetteloos wit schip aangeprezen, met schaamteloos veel en lekker eten, wervelende shows en romantiek bij zonsondergang. Nadat het lekkerste van die luilekkerzee was vertoond, verscheen een man in beeld, van top tot teen glad, een gladde glimlach, glad haar, een gladde smoking, die met de intonatie van zijn uiterlijk zei: The loveboat en dan volgde een opsomming van de spotprijzen die je moest betalen om je te laten inschepen.

In mijn oude naïviteit dacht ik: Dat kan niet! Hier heeft het raadsel van gelijktijdigheid een vorm gekregen die door het publiek niet wordt verdragen. Maar zolang de luchtoorlog duurde bleef de loveboat varen en daarna waren er nog twee dagen landoorlog voor nodig om het droomschip van het scherm af te voeren.

Ik zat me dus voor de televisie op te winden. Maar toen dacht ik al: postcalvinistische muggezifterij. Daar ga ik me voortaan niet meer aan schuldig maken. Aan het begin van deze week had ik me voorgenomen, en me erop verheugd, mijn derde avontuur ter zee op te schrijven. Toen werd Srebrenica opgerold. Op de avond dat ik dit schrijf is op de televisie een film van Bosnisch-Servische makelijk vertoond waarop generaal Mladic zich in al zijn glorie heeft laten filmen. Is dat niet Kaltenbrunner, Keitel, een van de kekke militairen die veel te laat in Neurenberg zijn opgehangen? De kalme, bewonderenswaardige woordvoerders van de Verenigde Naties geven hun kalme, bewonderenswaardige antwoorden op de zo begrijpelijke en soms half onzinnige vragen die door de televisiepresentators in Hilversum worden gesteld. Het is een oorlog en dan kun je niet vergen dat iedereen ieder ogenblik even verstandig is.

Het nieuws is afgelopen. Weerbericht. Evenmin valt het de mensen kwalijk nemen dat ze willen weten wat ze morgen moeten aantrekken. En dan, ik meen het uit de grond van mijn hart, wordt het scherm overspoeld door idioten: de reclame. Het raadsel van de gelijktijdigheid. Een paar duizend kilometer verderop worden 40.000 mensen uit hun huis gezet, einde mededeling, en daar komt de eerste kakelende gek een produkt aanprijzen waarvan ik godzijdank de naam vergeten ben en die ik me nu, oprecht en krachtig proberend, niet kan herinneren. Ik zap verder, op zoek naar meer nieuws over de 40.000. Op 36 zenders vind ik 36 soorten onzin.

Ik denk dat het in 1937 of 38 is geweest; ik kan het hier niet opzoeken. Ook zo'n korte notitie, van Menno ter Braak, getiteld Wat gebeurt hier? Het gaat over een krantebericht: Man rushes to Cenotaph. De Cenotaaf is het monument in Londen waar ieder jaar op 11 november met twee minuten stilte de wapenstilstand van de Eerste Wereldoorlog wordt herdacht. Ook toen hield men zich stil, maar opeens maakte zich uit de menigte een man los. Hij rende naar het monument terwijl hij riep: “Leugenaars! Jullie zijn allemaal leugenaars!” De politie had hem snel gepakt, hij werd afgevoerd en onderzocht en daar werd de diagnose gesteld die Ter Braak in de krant las: een gestoorde.

Misschien is het niet nodig, maar toch, ter verduidelijking voeg ik eraan toe dat de boekverbranding en de Kristallnacht al achter de rug waren, de 'etnische schoonmaak' in Duitsland volop aan de gang en de concentratiekampen in ontwikkeling. Wilde die man daartegen een protest laten horen? Dat werd in het bericht niet vermeld. Hij was gestoord. Godzijdank: een gestoorde. Hij was niet helemaal in orde. We kunnen overgaan tot de orde van de dag; dat was toen de verklaring van Ter Braak.

De gestoorde van het type dat zich bij de Cenotaaf liet horen is niet normaal doordat hij in een andere verhouding tot de gelijktijdigheid staat. Een onhandige, onpraktische verhouding. De meeste mensen verdragen het niet als hun plechtigheid op de plaats zelf wordt onderbroken. Als een paar honderd kilometer verderop dingen gebeuren die met de plechtigheid radicaal in strijd zijn, handelen ze toch hun ceremonie af, wassen hun handen in onschuld en stoppen de ceremonieverstoorder in het gesticht. Het ceremonieel ter plaatse gaat voor de praktijk verderop.

Dat zal wel altijd zo zijn geweest. De 'communicatierevolutie' heeft er alleen - om eens een uitdrukking van de copywriter te gebruiken - wat smaak aan toegevoegd. Of om de definitie van Hermans uit te breiden: de televisie heeft het raadsel van de gelijktijdigheid vergroot, en tegelijkertijd (om de redenering van Ter Braak voort te zetten) het ordeprobleem verlicht. De gestoorden verstoren geen openbare plechtigheden meer. Ze zitten voor de televisie en ze ballen hun vuist, eerst tegen generaal Mladic die zich laat filmen als Mussolini, en een minuut later tegen een reclamegek die een levensverzekering aanprijst. De politie kan zich concentreren op het vangen van de gewone dieven.