De beste tweede honkman speelt bij Neptunus-reserves

HAARLEM, 16 JULI. Het is een warme vrijdagavond en het Pim Mulierstadion in Haarlem loopt vol voor de tweede wedstrijd in de finale van het EK honkbal. De best-of-five finale gaat tussen de enige twee Europese honkballanden van betekenis: Nederland en Italië. Oranje moet terug zien te komen van een 1-0 achterstand, nadat het een dag eerder de overwinning in de laatste innings uit handen gaf.

Bij het voorstellen van de spelers gaat er een wave door het stadion als de naam Eddy Dix wordt omgeroepen. Een vak supporters heft zelfs een lied aan dat over hem gaat. Hij is populair. De 22-jarige Dix speelt niet zoals al zijn medespelers in de hoofdklasse, maar een stap lager, in het tweede van Neptunus.

“Toen ik hoorde dat ik geselecteerd was voor het Nederlands team, ging ik helemaal uit mijn dak”, vertelt Dix. Bondscoach Jan Dick Leurs sprak vijf minuten met de tweede honkman om erachter te komen of hij geschikt was voor zijn selectie. “Ik heb er niets mee te maken in welke divisie Eddy speelt”, zo verklaarde Leurs indertijd zijn keus. “Dix is de beste tweede honkman die we in Nederland hebben, dus dan is het logisch dat ik hem selecteer.” Volgens de bondscoach hangt zijn lot samen met dat van Dix. “Als hij op zijn bek gaat, gaan we samen op ons bek.”

Dix heeft hard gewerkt om op het niveau te komen voor een groot toernooi als het EK. Bovendien moest in Haarlem olympische kwalificatie afgedwongen worden. Die doelstelling is gehaald, maar Dix had aanvankelijk de grootste moeite om het tempo bij te benen. “Het is me tegengevallen, vooral de pitching. In het tweede gooien ze lang niet zo hard.”

Langzaam groeit Dix in het EK-toernooi. Tegen België sloeg hij een homerun, net als in de eerste wedstrijd tegen Italië. Op de vraag of hij niet een maatje te groot wordt voor zijn ploeggenoten van het tweede van Neptunus reageert hij ontwijkend. “Als het EK is afgelopen doe ik dit pak met Nederland erop weer uit en dan ga ik eens nadenken over wat ik hierna ga doen.”

Dix zag een poging om geselecteerd te worden voor een opleiding tot luchtverkeersleider stranden. Nu solliciteert hij naar een baan die enige ruimte houdt voor zijn honkbalcarrière. “Nu ik werkloos ben is honkbal mijn hoofdbezigheid. Ik wil in de hoofdklasse spelen, dat voel ik hier”, zegt hij en slaat op zijn borst ter hoogte van zijn hart. “Maar ik ben aan iets begonnen met het team waar ik nu in speel. Dat is een echte vriendenploeg en ik wil mijn 'werk' daar graag afmaken.”

Ook zijn selectie voor de olympische ploeg is nog niet zeker, zegt Dix met een geheimzinnige glimlach. “Daarvoor moet je bij Leurs zijn. Wat ik in ieder geval zeker weet is dat Leurs me sowieso zal volgen, of ik nou in de hoofdklasse speel of niet.”

Als de tweede wedstrijd tegen Italië winnend is afgesloten, kan Dix nauwelijks zijn weg vinden door een groot aantal zeer jonge meisjes die hem allemaal een honkbal voorhouden. “Eddy, wil je je handtekening op mijn bal zetten?” Zorgvuldig zet hij een versierde 'D' op de bal en dan de rest van zijn naam. Daarachter zet hij zijn shirtnummer, 11, voor de duidelijkheid. Dan komt zijn coach naar hem toe. De lange man kijkt diep in de ogen van de kleine Dix: “We gaan nú naar de bus, Eddy.”

    • Robert Giebels